zondag, november 25, 2007

Hoe het was




Soms, als ik het bouwen niet meer zie zitten, ga ik foto's kijken. Foto's van hoe het huis er een jaar geleden uitzag. Dat werkt enorm opbeurend. Want dan zie ik wat we al hebben gedaan, niet wat we nog moeten doen.

Neem bovenstaande foto's. Gemaakt in november 2006. Bijna nergens een gipsplaat te bekennen; niet op de wanden, op de plafonds of op de dakplaten. Isolatiemateriaal staat tien pakken hoog opgestapeld. In de woonkamer liggen gereedschap en bouwmateriaal op de vloer in plaats van vloerverwarming en gevlinderd beton.

Er is nog geen loopbrug. Nog geen bad, plint, deurkozijn, tegels, keuken of wc. De stukadoor is nog niet geweest, de vensterbanken ontbreken nog, op de muren zit nog geen likje verf.

Fantastisch om te zien hoeveel verder we één jaar later zijn. Wat we hebben gepresteerd. En dat allemaal omdat we blijven doorzetten, de vaart erin houden, en de moed. Nu klinkt het misschien alsof ons dat heel gemakkelijk afgaat. Niet dus. Vooral het gedeelte met die moed is soms lastig.

Want na bijna twee jaar bouwen zijn we dan wel bijna uitgeklust, maar ook uitgeblust. Onze energievoorraad is zo goed als op. We zien er moe en uitgewoond uit. Met dikke wallen, rood omrande ogen en witte snuitjes. We hebben steeds meer slaap nodig om alles vol te houden, zijn na één biertje al dronken. Onze flexibiliteit en geduld nemen af, net als onze zin om elke vrije dag te klussen.

We snakken naar rust. Naar een echte vakantie, waarin we luieren en over iets anders praten dan offertes, installateurs, deurbeslag en extra dekkende verf.

Maar zover is het niet. Hoewel ons to do-lijstje met de week slinkt, moeten we nog zeker twee tot drie maanden bouwen. Dat betekent dus doorbijten, verstand op nul, knop om en vooral: veel foto's bekijken van hoe het was. Zodat ik zie wat al is gedaan. Niet wat nog moet.

Gehakt en spaanders




De keuken staat op z’n plek. Wat een opluchting is dat.

Ik had me er van tevoren enorm druk om gemaakt. Mijn vriend en zijn vader zouden de keuken zelf monteren. Hoewel ze samen al een heel huis hebben gebouwd, was ik toch een beetje bezorgd of ze dit wel zouden kunnen. Of alle deurtjes en lades niet scheef zouden gaan hangen. Of er geen naden tussen de kastjes zouden ontstaan. Of de vaatwasser wel op de goede plek zou komen.

Het was allemaal drukte om niets, want na twee dagen werken staat de keuken er. Helemaal waterpas, naadloos en op de juiste locatie. Ik kan dus weer rustig slapen.

Had ik gedacht. Want onlangs ontdekte mijn broer Wierd iets vreselijks – relatief gezien. Tijdens een tour door het huis vertelden we enthousiast waar het kookeiland en de rest van de keuken zouden verrijzen. Wierd knikte en wees daarna op de stopcontacten. Of die niet wat laag zaten als ze boven het aanrechtblad moesten uitkomen?

Wilfred dacht van niet, maar pakte voor de zekerheid zijn duimstok. Een beetje bouwvakker heeft die altijd op zak. Met een 96 centimeter hoog aanrecht zouden de stopcontacten op minstens 1 meter van de grond moeten zitten. Dat hadden we ook zo doorgegeven aan de installateur. Maar helaas, na tig keer meten, wees de duimstok niet meer dan 92 centimeter aan. Minstens 8 centimeter te laag.

Hm, weer iets waar ik wakker van kon liggen. Want hoe zouden we dit gaan oplossen? Het aanrechtblad iets lager maken dan gepland? Of de stopcontacten verplaatsen, maar dan zou de muur opnieuw gestuukt en geverfd moeten worden. Wat een gedoe!

Inmiddels hebben Wilfred en zijn vader besloten dat de laatste oplossing de beste is.
Volgens de installateur is het zo gepiept. De oude gaten die overblijven in de muur dekken we af met een roestvrijstalen plaat. Ziet er nog strak uit ook, zegt Wilfred.

Ja, ja. Het zal wel. Ik wil me er niet meer druk om maken. Want straks zit er vast weer iets te laag of te hoog. Gaat er weer iets stuk. Loopt het weer anders dan we hadden gepland. Want hoe gaan we bijvoorbeeld de afzuigkap ophangen in een gipsplafond? Zal de timmerman het aanrechtblad wel goed hebben opgemeten? Gaat de trap wel passen? En al het glas?

Waar gehakt wordt, vallen spaanders, zeggen wij Hollanders toch al jaren? Ik snap precies wat ‘we’ daarmee bedoelen. Nu nog leren het te accepteren.

Schilder



Als ik nu een ander beroep zou moeten kiezen, wist ik het wel: schilder.

Niet dat ik dat vroeger ooit wilde worden. Ik was helemaal niet bedreven in verven. Deed het ook bijna nooit. Hooguit twee keer per jaar een middagje, bij vrienden in hun nieuwe woning. Hoewel ik het heus best netjes deed, zaten er altijd wel een paar druipers op de kozijnen, muur, plinten of mezelf. Zelfs als ik alles had afgeplakt.

Ik wist ook niet goed hoe het werkte, verven. Wanneer moest ik grondverf gebruiken, wanneer lak, wanneer rollers en wanneer een gewone kwast. Hoe vaak moest ik schuren, hoe kreeg ik een schroefgat dicht en waarvoor diende peut eigenlijk? Ik had geen flauw idee. Leuk vond ik het ook niet echt. Ik verheugde me altijd het meest op het bier na afloop van een dagje klussen.

Maar nu - bijna twee jaar later en na honderden meters dakgoot, plint, kozijn en muur in de verf te hebben gezet - is dat allemaal anders. Doe ik nauwelijks onder voor een professionele schilder, al zeg ik het zelf.

Zo weet ik ondertussen welke verf ik op welk soort materiaal moet smeren en in welke volgorde. Heb ik een behoorlijk vaste hand. Drup of mors ik bijna niet meer en gebruik ik nog maar zelden afplaktape. Ook ga ik altijd goed uitgerust op pad: met kneedbaar hout voor gaten, kit voor naden, schuurpapier voor oneffenheden en een doekje voor de enkele keren dat ik wél uitschiet. Natuurlijk ventileer ik altijd. En voor het geval de handen toch vies zijn geworden, staat er een pot 'professional cleaner' op het aanrecht, van Bizon.

Wellicht overdrijf ik een beetje. Maar wedden dat ik een heel eind kom als ik solliciteer voor schilder. Hoewel ze me op één ding zouden kunnen afwijzen: mijn werktenue. Dat houd ik niet schoon, komt er helemaal onder te zitten. Neem mijn overall. Die was ooit rood. Echt waar.

Gelukkig heb ik nog even de tijd om me ook op dit punt te verbeteren, want we zijn nog lang niet uitgeverfd. De plinten, deur- en raamkozijnen op de eerste etage en de begane grond moeten nog gegrond en gelakt, en alle muren nog één keer gelatext.

Alles bij elkaar een maand of twee werk. Daarna durf ik het wel aan. Nu de klant nog.

vrijdag, november 16, 2007

Vloer




Wat leggen we op de vloer? Iedereen die een huis heeft gekocht, moet die vraag een keer beantwoorden. Wij dus ook. En da's geen eenvoudige zaak, kan ik u vertellen. Tegenwoordig is de keuze uit vloerbedekking enorm, zo ontdekten wij al onderzoek doend. Het aanbod varieert van beton, Peruaans eiken, getrommelde kasteelplanken, parket en lekker wollig tapijt tot glad poxy, hip vinyl of met wilde prints bedrukt multiplex. En duizenden soorten laminaat.

Een beetje snelle beslisser weet natuurlijk zó wat 'ie wil. Ik niet. Vandaar dat ik eerst inspiratie ging opdoen. Bladen als VT Wonen's en Eigen Huis & Interieur zijn daar heel geschikt voor. Die knallen zowat uit elkaar van de reclames, tests (fijn woord) en artikelen over vloeren.

Daarna zijn we naar allerlei vloerenwinkels gegaan. Heel leuk is het daar, want ik zag er de meest geweldige materialen. Maar het was ook heel frustrerend, want het spul dat ik wilde hebben, was ook meteen het duurst. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar wel als je woonkamer zo'n 180 vierkante meter is. Een Bruynzeelvloertje van Amerikaans grenen - met extra brede planken – doet dan al snel twintigduizend euro. En da’s nog exclusief leggen.

Al vrij vlot kwamen we tot de conclusie dat er voor de woonkamer maar één optie overbleef: een gevlinderde betonvloer. Heel betaalbaar én heel stoer. Bleven over: de gangen en slaapkamers. Na een maand of vier wisten we wat er op de gangen moest komen: grote rechthoekige platen meranti multiplex.

In juni heeft een groep wilde mannen de betonvloer gestort. De merantiplaten liggen er sinds afgelopen woensdag. Tineke en ik hebben ze gelakt; Henk en Wilfred hebben ze gelegd. Het resultaat is geweldig.

Nu alleen de slaapkamers nog. Dat er tapijt moet komen, weten we al. Da's lekker zacht aan je voeten. Maar welk soort? In elk geval niet het spul dat in mijn kamer lag tijdens mijn studietijd. Dat kwam van de Leenbakker, kostte vier of vijf gulden per strekkende meter. Goedkoper was er niet. En dat was ook te merken: na een week was het al een paar meter opgerekt en als ik er een sprintje op trok, stonden mijn voeten ongeveer in de brand, zo synthetisch was het.

Dat was toen. Nu is het tijd voor kwaliteit. Mooi spul. Paradijs onder mijn voeten, jong mos. Dus gingen we naar een designzaak. De enthousiaste eigenaar - die er met zijn zwarte kleren en designbril eerder uitzag als een kunstenaar - liet ons de meest prachtige stalen zien, die in prachtig vormgegeven boeken zaten en van de meeste prachtige kwaliteit en kleuren waren. Precies wat ik wilde!

Na anderhalf uur voelen en knuffelen durfde ik eindelijk de Grote Vraag te stellen: hoe veel kost het? De artistieke man keek ons blij aan, alsof er niets aan de hand was, en zei toen vrolijk: elfhonderd euro per strekkende meter! Voor de vorm hebben we nog wat vragen gesteld en rondgekeken. Toen zijn we snel en teleurgesteld de winkel uitgelopen.

Inmiddels heb ik ontdekt dat er ook nog iets is tussen Kwantum en design - wat tapijt betreft. Tientallen stalen heb ik ervan in huis liggen. Ons testpanel - kat Brokkie en poes Saartje - heeft ze al goedgekeurd. Nu wij nog.

maandag, oktober 29, 2007

Mol

Dit is Wilfred's hand. Hoe hij deze enorme verwonding heeft opgelopen? Dat zit zo.


Voordat we in de boerderij kunnen wonen, moeten we nog aangesloten worden op de riolering. Alleen ligt die er niet. Ook de minstens veertig meter lange en zeventig centimeter diepe greppel waar de riolering in moet komen, ontbreekt nog.

Dat betekent dus graven. Nu is graven in gewone grond niet het vervelendste werk. Wel een beetje zwaar voor je rug, vooral als je niet dagelijks je tuin omspit. Dan is het afbreukrisico letterlijk erg groot. Echt vervelend wordt het als de grond vol ligt met puin. Waar bij elke schep een steen, stuk ijzer of brok beton de doorgang blokkeert. Dat laatste was bij ons natuurlijk het geval.

Al na een paar meter graven was het duidelijk dat wij een vervelende tijd tegemoet gingen, wat graven betreft. Onze tuin bleek niet uit losse, zachte, vriendelijke grond te bestaan. Integendeel. De vorige eigenaren hadden óf geen vuilnisbak óf geen zin in ritjes naar de stort, want al hun afval dumpten ze in de tuin. Van dikke keien (uit de ijstijd), hoefijzers, beschilderde tegels tot rollen prikkeldraad, glas, betumen, oude kranten, (beer)putten, restjes muur, ijzeren staven en stukken touw. Echt, ons lapje grond zit vol geheimen. Een waar goudmijntje, archeologisch gezien.

Allemaal heel fijn, voor die archeologen. Maar niet voor ons, mollen. Wilfred, Jan Bert, Radboud en ik moesten ons een ongeluk beuken om alle rotzooi eruit te krijgen. Jan Bert pakte op een gegeven moment zelfs een moker erbij, terwijl Wilfred zijn toevlucht nam tot de 'trilnaald' oftewel kango. Radboud en ik gebruikten vooral brute kracht en onze handen om de boel af te graven. Het resultaat, na drie dagen bikkelen: een prachtige loopgraaf, een compleet omgeploegde tuin, vier stijve ruggetjes en een stuk of wat ontvelde knokkels.

En dat zal voorlopig nog wel even zo blijven. Want als morgen de riolering erin ligt, moet al het zand weer terug...

vrijdag, oktober 26, 2007

Hij staat, de haard




Hij is er, de open haard. Inclusief omtimmering, tunnel, rookkanaal, rozet, stofzuiger en luchtroosters. Het is een beetje een klein geval. Slechts 1.50 m bij 1.40 hoog. Meer een monster dan een open haard eigenlijk. Maar, zo zegt mijn vriend, 'dat kan de ruimte makkelijk hebben'. En zo is het ook wel.

Jammer dat we hem nog niet mogen gebruiken. Het stucwerk op de omtimmering moet nog drogen. Vier dagen lang. Daarna mag de fik er in. Woensdag kunnen we dus los. Brandhout genoeg; de halve tuin ligt er vol mee. Alle soorten en maten zijn aanwezig: van pallets, oude deuren en steigerplanken tot restjes multiplex, meranti, vuren, grenen, beuken, ocoume, vezelplaat en underlayment. Een tweedehands houthandel is er niets bij.

Afgelopen zomer hebben we een beetje orde in die bende proberen aan te brengen. Wilfred kocht daarom een elektrische kettingzaag. Zo'n machine is echt onontbeerlijk als je een open haard hebt, zei 'ie. Ja, ja. Het is gewoon een goed excuus om eens flink de houthakker uit te hangen. Wat zo'n kachel al niet voor oerdriften oproept. Bij mannen.

Toch had hij wel een beetje gelijk. Want krijg maar eens een pallet, boomstronk of 30 cm dikke balk door midden met een handzaag. Met onze Husqvarna gaat het veel sneller. Een paar middagen hebben we herrie gemaakt met dat ding. Tot grote ergernis van de buren. Het resultaat: voor minstens een half jaar open haard hout, en een bult afvalhout waar de organisator van het paasvuur ons nog jaren dankbaar voor zal zijn.

Want één ding weten we wel, ook al komen we nog maar net kijken in de wereld van de houtkachels: dat je nooit geverfd hout of hout vol spijkers in een open haard moet stoppen. Wilfred's vader wist dat vroeger niet. En dus smeet hij werkelijk alle soorten hout in zijn dure haard. Flink veel ook. Het gevolg: tropische temperaturen in de woonkamer, dagenlang roetwolken boven het dorp en een kapotte kachel. Schade: minimaal 1500 euro.

Dat zal ons niet overkomen. Zeker de komende vier dagen niet. Het enige wat we tot woensdag kunnen doen, is nóg meer hout hakken. En zachte vachtjes inslaan. En liters champagne.

woensdag, oktober 24, 2007

Move that bus!





Soms kijk ik naar 'Extreme Home Makeover'. Een typisch Amerikaanse tv-serie over vaak arme gezinnen die in nogal krotterige huizen wonen en daarom een nieuw huis krijgen. Niet zomaar een huis, maar echte mega-villa's met bioscoop, zwembad, drie woonkamers, professionele keuken en achttien badkamers.

Tikkeltje overdreven wellicht, maar wel fijn voor die mensen. Vooral ook omdat het nieuwe huis er binnen een week (!) staat. Dat is dan weer mogelijk dankzij de hulp van honderden fanatieke vrienden en bouwers die nachten hebben doorgehaald.

Het leukste van elke aflevering is het gedeelte wanneer de bewoners voor het eerst hun nieuwe huis gaan bezoeken. Die woning wordt altijd geblokkeerd door een joekel van een camper. Zo eentje die je alleen in Amerika ziet. Een metertje of twintig is 'ie zeker lang. Om het huis te zien te krijgen, weten de bewoners én het vaak massaal toegestroomde publiek precies wat ze moeten doen: heel hard 'MOVE THAT BUS!' roepen.

Laatst bedacht ik hoe heerlijk het zou zijn om die bus bij ons voor de deur te zien staan. Dat wij een weekje op vakantie mogen, terwijl een ploeg handige klussers de boel gaat afmaken. En dat we bij terugkomst zó in de boerderij kunnen gaan wonen. Fantastisch.

Helaas. Dat zal dus niet gebeuren. We moeten het huis echt zelf afmaken. En zelfs met hulptroepen is de boerderij niet binnen één week klaar. Toch heb ik soms een klein 'move-that-bus-gevoel': als er heel veel mensen tegelijk bij ons aan het klussen zijn bijvoorbeeld. Zoals vandaag.

De oprit is volgepakt met ‘klusbusjes’ en andere bedrijfswagens. In de boerderij staat de radio keihard aan op ‘Radio NL’. Hollandstalige hits dus. Overal waar ik kijk, zie ik mannen werken. Het begint al in de hal. Daar struikel ik zowat over Thomas, één van de tegelzetters. Hij legt tegels op de vloer in de wc.

In de woonkamer sjouwen kerels met pijpen en brandwerende promatect. Ze zijn bezig met de voorbereidingen voor het plaatsen van de open haard. Schoonvader Henk helpt ook mee.

Op de eerste etage zitten Wilfred en een man in pak gehurkt op de loopbrug. Die nette man is een glasdeskundige. Hij gaat een offerte uitbrengen voor al het glas dat we nog nodig hebben: in de douche, in de balustrade, in de hal, in het trappenhuis. Geroutineerd leidt Wilfred hem rond. Dit is namelijk al de vierde glasdesko die langs komt. En hopelijk degene met de beste aanbieding.

Nog een verdieping hoger betegelen tegelzetters Ronald en Kevin al fluitend de badkamer.

Overal is actie. Gebeurt iets. Wordt gewerkt. Ook ik doe mee: ik sta in mijn overall te verven. Zet liters koffie. Smeer broodjes. Bel de installateur om de werkzaamheden voor volgende week door te nemen. Beantwoord vragen van de openhaard-mannen.

Als ik om half vijf de deur van de boerderij op slot doe en naar de plaatselijke kroeg fiets om een biertje te drinken met Henk en Wilfred, denk ik aan ons eigen bus-moment. Aan hoe we over een maand of drie, als alles af is, onze eigen bus - een amper vier meter lange alfa romeo - voor de boerderij gaan zetten. En dan met z'n tweetjes heel hard 'move that bus' gaan roepen!

All-inclusive keuken



De keuken is gearriveerd. Dat wil zeggen: de kasten. Prachtige hoogglans witte ladenkasten. In een vrachtwagen kwamen ze, samen met chauffeur Raymond, tevens eigenaar van de keukenzaak.

Raymond, die wat bleek zag, had er zin in. Hij was vriendelijk, maakte grapjes en vertelde aan één stuk door over zijn zaak (die liep goed, want er waren nog nooit zoveel orders geweest en hij ging een tweede vestiging openen in Utrecht) en de samenwerking met het Deense moederbedrijf. Hoewel het best een interessant verhaal was, raakte ik al snel het spoor bijster - ging hij nou een zaak openen in Kopenhagen?. Dat kwam waarschijnlijk omdat we tijdens het luisteren ook de kastjes moesten sjouwen.

Zelf sjouwen? Ja. Dat zit zo. Als fanatieke doe-het-zelf-klussers hebben wij geen all-inclusive keuken gekocht. Inclusief blad, apparatuur, kranen en spoelbakken. En inclusief montage en installatie. Om geld te besparen, hebben we het doe-het-zelfpakket genomen. Daarbij koop je bij een keukenhandel de kastjes en bij een internetbedrijf de apparatuur, laat je het blad maken bij een timmerman, zet je zelf de kasten op hun plek en laat je een 'mannetje' alles aansluiten. Dat scheelt een boel geld, maar kost een boel tijd. En een hoop zorgen, zo merkte ik die woensdag.

Het begon al bij de bezorging. Die hield op 'bij de drempel', zei Raymond. Dat betekende dat we de kasten zelf naar binnen moesten tillen. Vervolgens gaf hij ons nog een handleiding en wat tips over afstellen van de kastjes en laden ('dit schroefje is voor de horizontale afstelling, dit voor de verticale') en daarna was het afgelopen met de service.

Dit wisten we allemaal wel, maar toch moest ik even slikken. En dan druk ik het nog zachtjes uit. Eigenlijk kreeg ik meer een soort paniekaanval. Hoe zouden we in vredesnaam al die kasten op hun plek krijgen, op dezelfde hoogte en ook nog waterpas? Zou het de timmerman wel lukken het blad passend te krijgen? Zou hij wel op tijd klaar zijn? Wie gaat de waterleiding en de gastoevoer aansluiten? Zou de vaatwasser het wel doen?

Hoe langer ik nadacht, hoe angstiger ik werd. Toen Raymond vrolijk lachend en al toeterend de oprit afreed, moest ik me beheersen niet achter hem aan te rennen. Ik had er ineens heel veel geld voor over om alles aan hem over te laten. Hem die keuken te laten installeren, bij hem alsnog dat peperdure blad te kopen. Ook al zou ik voor alleen het bezorgen ervan al vijfhonderd euro kwijt zijn. Geld speelde geen rol meer, zolang ik maar van de hassle af zou zijn.

Helaas was ik de enige die zo dacht. Mijn vriend trok zijn schouders een beetje op, mompelde wat over 'dat doen we later wel' en ging weer schilderen. Jimmy en Tineke, die ons hielpen klussen, vertelden hoe zij vroeger zelf ook altijd hun keukens hadden geïnstalleerd. Mijn schoonvader Henk hoorde ik zelfs zeggen 'dat het monteren een eitje was, zolang je er maar even rustig voor ging zitten'.

Tegen zoveel positiviteit kon ik niet op. Daarom besloot ik die avond me niet meer druk te maken over de keuken. En nam ik me voor de volgende keer, als we ooit weer zouden verhuizen, het all-inclusive pakket te nemen.

zondag, oktober 14, 2007

Sneu (of stom)


Sneu. Of stom. Ik weet nog niet hoe ik het moet noemen. Het zit zo. Simon de Spacker heeft afgelopen week alle plafonds en schuine wanden prachtig wit gespackt. Alles ziet er mooi uit, lekker strak. Helemaal super.

Op één ding na. Bij het verwijderen van het afplakplakband van de stalen flenzen, is ook de verf meegekomen die we er kort geleden op hadden aangebracht. Twee lagen verf, zo, in één keer eraf, hup. Vreselijk.

Al het staal dat aan de plafonds grenst, wilden we voor de komst van Simon de Spacker geverfd hebben. Zodat we na afloop niet meer met de grijze metallic verf in de buurt hoefden te komen van dat spierwitte plafond (want juist dan schiet je uit).

Vandaar dat ik de afgelopen weken bijna niets anders heb gedaan dan verven. Hoe dichter de deadline naderde, hoe fanatieker ik werd. Vrijdagavond, zaterdag, zondag én maandag verfde ik. Toen pas zaten alle flenzen twee keer in de metallic-lak. Precies op tijd, want dinsdag kwam Simon. Ik was kapot, viel op mijn werk bijna in slaap achter de computer, maar wat maakte het uit: de klus zat erop.

Groot was dus de schok toen ik donderdag - nadat Simon was vertrokken - de flenzen zag: die waren niet langer stoer metallic-kleurig, maar zaten vol rode gaten vanwege de afgebladderde verf. Ik was enorm teleurgesteld. En boos. In eerste instantie op Simon. Had hij niet wat voorzichtiger kunnen doen? De tape losser kunnen aanbrengen bijvoorbeeld, of rustiger eraf trekken.

Daarna was ik vooral boos op mezelf. Want het lag natuurlijk niet aan Simon. Hoe mooi dat ook geweest zou zijn. Het lag aan mezelf. Ik had de flenzen niet goed bewerkt van tevoren. Alleen wat licht geschuurd en met water schoongemaakt. Een methode die bij hout goed werkt. Maar bij staal dus niet.

Blijkbaar had ik het staal eerst in de primer moeten zetten of een ander goedje dat veel beter hecht. Whatever. Als ik maar iets had gedaan waardoor die verflagen nu nog op die balken hadden gezeten. In plaats van op de grond. Nu kost het me dagen om alles weer te repareren. Sneu. En stom.

Soms vragen mensen of we tegenslagen hebben (gehad) tijdens de bouw. Tot nu toe zei ik altijd nee. Die zere rug, scheve muur en lekkage waren niet leuk, maar het kon altijd erger. Met dit verfincident is het anders. Zo vlak voor de eindstreep, na zoveel moeite. Ja, dat noem ik wel een tegenslag. Een kleine, maar toch.

Simon de Spacker




Een goede vriendin is twee maanden geleden bevallen van een lieve baby: Simon. Het ventje meet amper 60 centimeter en kan heel hard huilen (schijnt). De man die afgelopen week onze plafonds 'spackte', is ook een Simon. Maar dan een heel grote. Een meter of twee is 'ie zeker.

Deze Simon kan heel hard werken, zo bleek. In een flinke middag had hij alle wanden, ramen en stalen flenzen afgeplakt met papier en plastic (waardoor ons huis wel een spookhuis leek, of een soort kunstobject). Echt, ik heb iemand nog nooit zo snel een muur zien afplakken. Hij doet zeker vijf meter in een seconde. En nog recht ook. Respect.

Dat afplakken van alles wat niet gespackt moet worden, is trouwens wel handig. Want het is nogal hardnekkig spul. De verfpotten en kwasten, die ik was vergeten af te dekken, zijn nu helemaal wit gespikkeld. Dat geldt ook voor de eens rode radio van Simon. En je krijgt het er dus niet meer af.

Voor het verven van alle plafonds had hij een dag nodig. Dat komt omdat hij het met een spuit doet. Een kwast komt er tegenwoordig niet meer aan te pas. Nog eens acht uur later had 'ie alle plafonds en schuine wanden voorzien van een laagje spack: dat is een mengelmoes van gips en latex die onder hoge druk wordt aangebracht, wederom met een spuit.

Simon kan je er wel bij hebben dus. Simon met zijn grijze krullen. En rollen tape in zijn mond. Die veel lacht. Zijn lunchmateriaal - broodjes, fles water en thermos koffie - in een plastic zak vervoert. Kort pauzeert. Wederom van Hollandstalige hits houdt. De vloer aanveegt na gedane zaken. En vooral: spackt als een dolle. Want ze zijn mooi geworden, onze plafonds. Strak en wit.

Een perfect rollmodel dus, voor de kleine Simon.

zondag, oktober 07, 2007

Echte bouwvakkers




Dit zijn ze, de stukadoors die alle naden en schroefgaten in ons huis hebben dichtgesmeerd. Leuke lui. Echte bouwvakkers ook. In de afgelopen twintig maanden heb ik er zoveel ontmoet - minstens 75 - dat ik mezelf met trots een kenner kan noemen. Zo weet ik inmiddels dat bouwvakkers doorgaans een paar dingen gemeen hebben: ze houden van Nederlandstalige muziek, koffie, structuur en traditionele rolpatronen. En zijn vriendelijk. Een voorbeeld.

De stukadoors in spijkerbroek, Herman en Ype, waren hier tien dagen. Al die tijd hielden ze er een strak ritme op na. Iedere ochtend om twintig over zeven parkeerden ze hun auto bij ons op de oprit. Telkens op dezelfde plek. Daarna lazen ze tien minuten de krant, in de auto. Met een kopje koffie erbij.

Om stipt half acht gingen ze aan het werk. Als eerste zetten ze de radio aan. Altijd op dezelfde zender. Hoe 'ie heet, weet ik niet, maar ze draaien er onafgebroken Hollandstalige 'schlagers' die de liefde of het gebrek eraan bezingen. Om tien uur pauzeerden ze met koffie en broodjes. Om kwart over twaalf was het lunchtijd (een half uur) en om drie uur precies reden ze weer weg.

(Dat laatste lukte trouwens niet altijd. Want de accu van hun auto was nogal eens stuk. Aangezien ze geen anwb-abonnement hebben, vroegen ze een keer of ik wilde helpen duwen. Dat wilde ik wel. Herman stuurde, Ype en ik deden het zware werk. Met succes, want na een meter of vijftig rollen, sloeg de motor aan. En konden ze alsnog naar huis.)

Meneer Spoelstra - de man in de witte overall - is ook het type 'echte bouwvakker'. Hij kwam afgelopen woensdag voor een specifiek klusje: het uitvlakken van de badkamerwanden. De tegelzetters hadden ontdekt dat ze niet waterpas zijn. Meneer Spoelstra moest de boel dus weer recht maken, met 'cementgebonden materiaal'.

Tijdens de twee uurtjes die hij voor dit werk nodig had, vertelde meneer Spoelstra dat hij nog 33 dagen moest werken. Daarna ging hij met pensioen. Hij had dan 45 jaar gewerkt. Eerst als timmerman, daarna als stukadoor. Met veel plezier. Maar hij was wel blij dat 'ie straks vrij was. Dan kon hij zijn kinderen helpen met verbouwen, kasten timmeren, dat soort dingen. 'En leuke dingen doen met uw vrouw?', vroeg ik hem. Hij moest hard lachen. 'Samen stofzuigen, ramen lappen en piepers schillen zeker?', zei hij spottend. 'Echt niet, kom op zeg.'

Ik had het kunnen weten.

maandag, oktober 01, 2007

Stukadoor




De stukadoors zijn aan de slag. Alweer twee weken. Sindsdien ziet ons huis er behoorlijk anders uit. De muren en plafonds met schroefgaten en soms wat rafelige randjes zijn ineens verdwenen onder een laag strepen en stippen.

Dat ziet er eigenlijk wel grappig uit. En veel strakker. Dat laatste komt omdat de stukadoors (twee potige kerels; foto's volgen later!) ijzeren strips op alle hoeken aanbrengen. Daardoor worden de muren kaarsrecht. Nu zijn de muren eindelijk echt muren.

Het was nog een behoorlijk karwei om het huis stukadoor-klaar te krijgen. Zo moesten de radiatoren van de muren worden gehaald, en de vloeren in de wc's en de badkamer - waar sinds kort tegels lagen - moesten we afdekken met stukloper, net als de woonkamer.

Dat deden we met ducktape. Ik had bij de plaatselijke gereedschapswinkel een rol van 25 meter gehaald. Dat leek me wel genoeg. Niet dus, want al na 1 badkamer was de rol op. Ik ben toen maar overgeschakeld op de 100-meter variant. Daarvan gingen er nog minstens twee rollen in. De stukadoor die nu nog de vloer weet te beschadigen, krijgt van mij een kratje bier.

Maar we moesten meer doen: alle naden in huis dichtkitten. Dat doe je dus met kit; een wit, elastisch goedje dat uit een soort spuitbus komt. Al weken was Wilfred hiermee bezig. Dan zei hij na het avondeten bijvoorbeeld: 'ik ga even een uurtje kitten'. Maar al die uurtjes en liters kit bij elkaar waren nog niet genoeg om alle naden gevuld te krijgen. Vandaar dat hij en mijn oom Jimmy afgelopen woensdag een hele dag lang hebben gekit. Minstens zes bussen jaagden ze er doorheen. Pas toen konden we het huis officieel naaddicht (?) verklaren.

Wat er ook nog moest gebeuren voordat de stukadoors aan de slag konden, was het huis opruimen. Dat moeten we trouwens wel vaker, maar deze keer was het echt serieus. Alle kamers moesten schoon zijn, zodat de mannen bij de muren en plafonds kunnen.

Nu waren de meeste ruimtes gelukkig al redelijk troep-vrij, op drie kamers na. Die stonden propvol met tegelsnijders, boormachines, kettingzagen, surfplanken, rookkanalen, rolletjes lood, spijkers, autobanden, schroeven, sauna-onderdelen, houten platen, afzuigkappen en nog meer. Het kostte Wilfred, zijn vader en ik minstens anderhalve dag sjouwen om alles naar zolder, de vuilnisbak, of andere strategische plekken te verplaatsen. Daarna nog een paar uurtjes vegen en klaar was het huis.

Dachten we. Maar niet dus. Vorige week vertelden de stukadoors dat het wel heel handig zou zijn als we alle stalen flenzen - een stuk of 15 stevige jongens - nog snel even verven voordat het plafond straks gespackt wordt. Zucht. Zo is er altijd wel wat.

Maar ooit, ooit is het af!

woensdag, september 12, 2007

Tegelkampioen




Vandaag was de dag van de tegels. Om acht uur vanmorgen meldden Ronald en Kevin zich. Niet zomaar tegelzetters, maar prijswinnende tegelzetters. Daarover later meer. Kevin en Ronald gaan onze beide badkamers en toiletten van mooie tegels voorzien.
Na een kleine rondleiding door het huis en natuurlijk een paar bakkies koffie begonnen ze: radio aan op de louter-Nederlandstalige-hits-zender, speciaal werkpak aan, een 30 kilo zware tegelsnijder en emmers vol ander gereedschap naar boven sjouwen, lijm maken, de boel op maat snijden en daarna één voor één de tegels op de wand en vloer plakken.
Ik blijf het telkens bijzonder én leuk vinden dat iets wat je maanden geleden bedenkt, uiteindelijk werkelijkheid wordt. Mijn schoonvader ontwerpt de vorm van ons huis, en een half jaar later staat het er. De binnenhuisarchitect bedenkt dat een loopbrug goed zou staan op de eerste verdieping, en een tijd later loop ik ineens via een loopbrug van de ene naar de andere kant van het huis.
Met de tegels gaat het net zo. In de winter zoek je tegels uit voor de badkamer, en in de zomer zitten ze op de muur. Al maanden geleden begon de zoektocht naar de Mooiste Tegels van Nederland. Die vonden we al vrij snel, na ons eerste bezoek aan een tegelspecialist. Daar zagen we tegels van Mosa. Vooral de XXL vonden we fantastisch: grijze betonlook tegels van 1.20 m lang, en 30 cm breed. Iedereen die wel eens een nieuwe badkamer heeft uitgezocht, weet dat dit absurd lange tegels zijn. Logische naam dus.
Die tegels moesten er dus komen, liefst in elk toilet en in beide badkamers. Maar helaas is de prijs van deze tegels ook XXL. Dus moesten we wat concessies doen. Behoorlijk veel, want uiteindelijk krijgt alleen de douche op de eerste etage deze tegels. Maar toch.
Ronald en Kevin vonden die tegels vast ook erg mooi, want ze gingen er als eerste mee aan de slag vandaag. Of misschien wilden ze er gewoon vanaf zijn, want niet alleen de omvang en de prijs van de tegels zijn XXL, maar ook het gewicht.
Hoe dan ook, ze zitten op de wand, en het ziet er prachtig uit. Dat komt natuurlijk door de tegels, maar ook door Kevin. Die is namelijk Nederlands Kampioen Tegelzetter. Welk jaar hij dat werd, weet ik niet. Maar het gebeurde ergens in de jaren 2000.
Niet dat Kevin met zijn titel te koop loopt. Dat doet zijn vader wel voor hem. Die had het een tijd terug trots aan ons verteld. Toch droeg Kevin vandaag wel heel stoer een oranje T-shirt waarop NK stond. Maar niet welk NK. En ook niet wie dat NK had gewonnen. Het had net zo goed om een NK tafeltennis, taarten bakken of dammen kunnen gaan.
Maar wij wisten wel beter, en dus feliciteerden wij Kevin met zijn overwinning. Want ik ben best trots dat bij ons een Nederlands Kampioen Tegelzetter rondloopt. Dat zijn van die dingen die indruk maken. Die je niet vergeet. Ik ben zelfs bang dat ik telkens wanneer ik straks naar de wc ga, een douche neem of mijn tanden poets aan Kevin moet denken. Onze Kampioen.

zondag, september 09, 2007

Opruimen

Het gipsen is klaar. En dus kunnen alle restjes weg. Vandaag hebben we al die overgebleven halve (kapot getrapte) platen, scheve stukken, reepjes, kruimels en andere ongebruikte stukken gips verzameld. Op elke verdieping lag nog wel iets.

Na een flink uur opruimen en bezemen, lag onze kar vol en was het huis gipsvrij. Volgende week zaterdag ga ik naar de stort, om de kar te legen. Weer iets dat ik voor het laatst ga doen. Kinderachtig natuurlijk, maar ik verheug me er nu al op.

Klaar! (met gipsen)


We zijn klaar! Met gipsen. Echt helemaal, op alle drie de etages! Geen lastig hoekje, wandje, plafond of nisje zijn we vergeten. Alles zit keurig in het gips. Trots ben ik, blij ook, en een beetje euforisch. Want dit zijn historische momenten - voor ons dan.

Ruim anderhalf jaar geleden werden 700 gipsplaten bij ons afgeleverd. De hele oprit stond vol. Eind september vorig jaar transporteerden we de platen naar alle verdiepingen, waarna het tijd was voor het echte werk: de gipsplaten op maat zagen en vastmaken.

Bijna een jaar later zijn we daar dus mee klaar. In die tijd hebben we het huis met enorme hoeveelheden bouwmateriaal opgevuld: minstens 850 gipsplaten, zo'n 30.000 schroeven en ongeveer 1,4 kilometer profiel zijn erin gegaan. Oh ja, en achter die gisplaten hebben we minstens 175 pakken rockwool weggedrukt.

Hoewel gipsen best leuk werk is, ging het toch ook vaak gepaard met de nodige frustratie en woede. Zo trapte Wilfred regelmatig een plaat aan flarden als het ding na zorgvuldig meten en zagen en nog eens meten en zagen niet bleek te passen. Of als hij met veel moeite zo'n 25 kilo wegende plaat op z'n plaats had gezet en het ding dan net besloot af te knappen. Dan hoorde ik ineens een oerschreeuw, gevolgd door een hels kabaal, en dan nog vaak een vloek of twee, drie.

Ook ik raakte af en toe behoorlijk opgefokt tijdens het schroeven zetten; mijn taak in het gipsproces. Dat overkwam me vooral wanneer ik schroeven in heel vreemde hoeken moest zetten. Dan stond ik op mijn tenen op de ladder of had me als een soort slangenmens in een nis gemanouvreerd, met in ene hand een schroef, en in de andere de boormachine. Net wanneer ik de schroef in dat lastige hoekje wilde boren, viel de schroef van de boormachine. Of zat er geen profiel achter het gips. Allemaal klein leed, maar genoeg voor het eens flink opzetten van de keel.

Goed, dat is dus allemaal achter de rug. Afgelopen woensdag dachten we al dat we er waren. Wilfred maakte het plafond op de tweede etage dicht. Ik stond er bij, keek ernaar en toen de laatste schroef erin zat, ging ik heel hard juichen. Echt.


Maar eenmaal op de begane grond zag ik dat ik te vroeg had gejuicht. Je hoort veel mensen die uitdrukking gebruiken, maar ik had het dus echt gedaan: te vroeg gejuicht. Want wat bleek: rondom de loopbrug ontbraken nog een paar plaatjes.

Afgelopen zaterdag waren onze trouwe klussers Joop en Sikke er. Zij mochten het gipsproces in deze boerderij officieel afronden. Een hele eer, vond ik.

Niet dat we er echt een ceremonie aan hebben gewijd. Ik heb een paar foto's gemaakt toen Sikke de allerlaatse schroef in het gips boorde. We hebben daarna een tijdje naar het resultaat gekeken. Tegen elkaar gezegd hoe mooi het is geworden. Een glaasje limonade gedronken. Dat was het wel. Allemaal niet heel feestelijk of speciaal.

Maar toch. Het is klaar.

zondag, augustus 19, 2007

Bouwmarkt



Ik kom graag in bouwmarkten. En ik ben niet de enige vrouw, las ik vorige week in de krant.
Dames schijnen de bouwmarkt te hebben ontdekt als shoppingparadijs. En daarom is de omzet van bouwmarkten de afgelopen jaren weer gestegen. Het zal ook wel aan andere dingen hebben gelegen, maar wij vrouwen schijnen de Praxis, Karwei en Gamma van de ondergang te hebben gered.
Dat hebben ze deels ook aan zichzelf te danken, want het assortiment bestaat niet alleen meer uit saaie wc-potten, gipsplaten, rioolbuizen en hamers. Een beetje zichzelf respecterende bouwmarkt heeft minstens een kwart van de zaak vol staan met knusse dingen, zoals kussens, kinderlaarsjes, tafelkleden, vuurkorfjes en lounchebanken.
En dat vinden vrouwen leuk, blijkbaar. Ik in elk geval wel, geef ik ruiterlijk toe. Ik vind het zelfs best gezellig. In die bouwmarkten. Okay, dat laatste is niet helemaal waar, maar als je ergens maar vaak genoeg komt, past je geest de werkelijkheid een beetje aan. In mijn favoriete bouwmarkt kom ik zelfs zo vaak, dat ik het personeel al bij de naam ken. Nog even, en ze nodigen me uit op hun verjaardag.
Omdat ik vrouw aan huis ben in de bouwmarkt, weet ik ook alles te liggen. Verf, mengmachine voor de verf. Latten. Schroeven. Lampjes. Zaag. En sinds kort weet ik ook waar de haakse slijpers liggen. Pardon? Juist, de haakse slijpers.
Dat zijn een soort kleine flex-jes. Kleine machientjes met een slijpschijf erop. Heel handig voor het doorsnijden van stalen bedrading in betonnen vloeren. Heel toevallig was dat precies hetgene wat er bij ons moest gebeuren. Aangezien we nog niet zo'n haakse slijper hadden, hebben we er één gekocht. Van het merk 'Skil'. Niet de duurste, maar ook niet de goedkoopste.
Feike, die ons gisteren hielp, mocht de Skil als eerste uitproberen. Een hele eer. Nadat hij twee of hoogstens drie dikke stalen draden had doorgeflext, hield de Skil ermee op. Gewoon, zoals ik het zeg. Hij deed niets meer. En het lag niet aan de stroom. Dat heb ik gecheckt. De Skil had er geen zin meer in.
Lullig natuurlijk, maar niet erg. Om twee redenen: overbuurman Jan had nog een haakse slijper die het wél deed (merk Bosch...). En ik heb nu een goed excuus om morgen weer naar de bouwmarkt te gaan. Met de Skil, en het bonnetje. Hoera. Kijken of er nog nieuwe kaarsjes zijn!

Fanatiek


Goed nieuws. We worden fanatiek. Dat waren we de afgelopen anderhalf jaar natuurlijk sowieso wel. Anders stond er nu niet een huis. Maar het is toch anders.

Het is een beetje vergelijkbaar met de periode net nadat we ons krot hadden gekocht. Als halve wilden gingen we toen aan de slag. Vrolijk om half zeven ’s ochtends er al uit op zaterdag, enthousiast broodjes smeren, fluitend de werkkleding aantrekken, zingend de boel slopen. Dat soort werk.

Hoe anders ging het de afgelopen maanden. Chagrijnig op staan om half acht, moe koffie zetten, langzaam op gang komen, zoveel mogelijk smoesjes verzinnen om maar niet te hoeven verven, eerder stoppen dan gepland, en vaak op internet kijken naar leuke reisjes.

Natuurlijk, op sommige dagen was het klussen best leuk. Maar de meeste dagen had ik vooral zin in andere dingen. Het maakte eigenlijk niet uit wat, zolang het maar niets te maken had met hamers, gips, de stort of stof.

Sinds afgelopen zomervakantie is dat - gelukkig - anders. We waren van plan weg te gaan, maar uiteindelijk hebben we drie weken lang gewerkt aan het huis en de tuin. Daardoor schoten we enorm op. En daardoor werd langzaam duidelijk dat we onze planning – eind dit jaar klaar – wel eens zouden kunnen gaan halen. En dat gaf en geeft mij, burger, weer moed.

Sindsdien heb ik weer zin in woensdag en zaterdag, de klusdagen. Ik verheug me er zelfs op. Bedenk de avond van te voren wat ik zal gaan verven. Eenmaal vervende, geniet ik gewoon. Neurie ik af en toe een deuntje, of zing vals mee met de liedjes op de radio.

Mijn fanatisme gaat zelfs zo ver, dat ik na afloop telkens heel trots en heel lang en met een hele grote grijns het pas geverfde stukje dakgoot, kozijn of deur bekijk. Nee, bewonder.

Maar het kan nog erger. Vandaag heeft mijn fanatisme zijn (of is het haar) voorlopige hoogtepunt bereikt. Vriendin Ingrid en ik waren gisteren bezig geweest met het verven van het verandaplafond. Maar we hadden de klus niet af gekregen. En voor het eerst sinds tijden ergerde ik me daar aan. En Wilfred ergerde zich met mij. Zo erg, dat we het plafond vanmorgen hebben afgemaakt. Op zondag! Onze heilige rustdag.

Blij dat ik was. Trots. Maar ook achterdochtig. Want eigenlijk kan dit helemaal niet, moeten we het klussen na 20 maanden spuugzat zijn. Misschien ligt het aan de verf. Werken die giftige dampen als een soort speed. Waar je helemaal fanatiek van word. Prima. Doe mij er nog maar wat van.

dinsdag, augustus 07, 2007

Keuken kopen


Ons huis is nog niet af, maar onderdelen van de keuken hebben we al binnen. Vorige maand is de afzuigkap bezorgd, een week geleden kwamen gootsteen, fornuis, vaatwasser en oven. In oktober volgen de kastjes en ladeblokken, en als afsluiting arriveert het aanrechtblad rond november.

Dat komt zo. We wilden het liefst een complete keuken kopen. Gewoon, zoals de meeste mensen doen. Ben je in één keer van het gezeik af. Maar na een jaar keukenzaken bezoeken, hadden we nog niets gevonden dat mooi én betaalbaar was. Dat eerste was het probleem niet, dat tweede des te meer.

Omdat de bouw van alleen het huis al bergen geld kost, is er niet zoveel meer over voor de keuken. Een luxe Bulthaup zit er voor ons niet in, eerder iets van de Keukenconcurrent. Maar daar dragen de verkopers van die foute pakken en schoenen, en hebben ze van die ranzige verkooptechnieken. Zo wilden ze ons bij Brugman ‘van de markt kopen’. Sorry? Wat? ‘U krijgt de keuken mee voor 12.000 euro, maar dan moet u nú wel uw handtekening zetten onder het koopcontract’, legde de amper volwassen verkoper uit. Ik kwam niet meer bij.

We besloten daarom de keuken zelf te gaan opbouwen. Als we een huis kunnen bouwen, dan toch zeker ook wel een keuken. Op internet kochten we apparatuur, wat honderden euro’s scheelt. Via de gouden gids vond ik een aardige timmerman die voor een leuke prijs een mooi houten aanrechtblad maakt. Bij een Deense keukenzaak (ja, toch) bestelden we kastjes, ladeblokken en een kraan. De installateur gaat de boel monteren. En dat allemaal binnen het budget.

Het klinkt eenvoudig – en echt moeilijk was het ook niet – maar jeetje, wat een tijd kostte het! Echt uren hebben we op internet gesurft op zoek naar de beste apparatuur voor de beste prijs. Uren hebben we gemaild, gebeld en onderhandeld met timmermannen (en eerst ook nog met betonboeren, omdat we een betonnen aanrechtblad wilden). Uren hebben we nagedacht over de juiste maat, kleur en merk van de kastjes.

Pas eind juni waren we eruit. Hadden we alles besteld, alles besloten. Ik weet nog hoe blij ik toen was. Alsof er een enorme bulldozer van mijn schouders werd gehaald, zo bevrijd voelde ik me.

Het enige wat we nu nog moeten doen, is geld overmaken en wachten tot de boel bezorgd wordt. Dat gaat me wel lukken.

zondag, juli 15, 2007

Foutje hersteld




Natuurlijk willen we het niet, maar toch doen we het wel eens: een fout maken. Zo kwamen we er bij de aanleg van het rookkanaal achter dat het precies voor een dakraam op de tweede etage langs zou lopen. We konden er niets aan doen. Ja, hooguit de open haard een paar meter verplaatsen, maar dan zou 'ie op een heel rare plek komen te staan in de woonkamer. Een bocht in het rookkanaal maken, was evenmin een optie, want dan zou de kachel geen 'trek' meer hebben.
Dus zat er niets anders op dan het raam te verplaatsen. Dat hebben Joop en Sikke afgelopen zaterdag gedaan. Een fijn klusje, op minstens negen meter boven de grond. Maar Joop en Sikke hebben geen hoogtevrees, zeggen ze. Ik geloof ze meteen, als ik ze als een stel acrobaten op het dak heen en weer zie lopen.
Nog geen zes uur hadden ze nodig voor de operatie. In die tijd hebben ze eerst het dakraam eruit gehaald, daarna een meter verderop een nieuw gat gezaagd, daar het dakraam ingezet en toen het oude gat aangeheeld met een dakplaat en kit, veel kit. Om de boel waterdicht te maken. Tot slot legden ze de dakpannen over het oude raam heen en leek het alsof het raam nooit op een andere plaats had gezeten.
Ook aan de binnenkant is het resultaat fantastisch. Geen buizen meer voor het raam. Gewoon een raam zoals een raam hoort te zijn. Vrij, zonder gekke blakkades.
Toch is het daarmee nog niet klaar. Want terwijl we de ene fout hebben hersteld, maken we gelijk een nieuwe. Tijdens het zagen van het gat lieten Joop (of Sikke) de zaag vallen. Het ding gleed met een flinke vaart lang het dak, om een paar meter lager in de dakgoot tot stilstand te komen. Daar boorde de punt van de zaag een flink gat in het zink van de goot.
Morgen daarom maar even de installateur bellen, om te vragen of hij het gat dicht wil solderen. Ben benieuwd wat voor fout er daardoor weer zal ontstaan.