


Een kavel kopen met het idee er een strakke woning neer te zetten. Hoe moeilijk kan het zijn? Zeker als je twaalf jaar geleden een bouwval hebt weten om te toveren tot een luxe woonboerderij, samen met je man. Verhalen van een (overmoedige) vrouw weer op de bouw.




Nu, anderhalf jaar na de start, worden die dagen in rap tempo schaarser. Het nieuwe is er al lang af, het schiet nooit genoeg op, dingen zitten tegen (bouwtekening van de trap blijkt verkeerd en moet worden aangepast, een van onze vaste klussers belt ineens af, budget wordt voor de zoveelste keer overschreden) en de vermoeidheid eist snoeperhard zijn tal. Als op zaterdag om half acht de wekker gaat - in plaats van om half zeven zoals in het begin - gaan de ogen steeds minder makkelijk open, trek ik de gele overall met steeds meer tegenzin aan.
Vorige week zaterdag was een aangename uitzondering op deze regel. Dat kwam zo. Er waren die dag maar liefst vijf sterke en handige mannen tegelijkertijd bezig in de boerderij. Vijf stuks! Drie meer dan anders. Dus drie keer zoveel actie dan normaal. We hadden zoveel mannen opgetrommeld, omdat we weer eens moesten takelen. Ruim honderd gisplaten moesten naar de tweede etage, en verder moesten de radiatoren en de cv-ketel omhoog. Dat doe je niet met z'n tweetjes, en zeker niet als je, zoals ik, een zere rug hebt.
Vijf mannen (en ik) zaten die ochtend dus bij ons aan tafel koffie te drinken, waarna ze om half negen keihard los gingen met het betere sjouwwerk. Terwijl de heren zich in het zweet werkten op ladders en wiebelige brugconstructies, bediende ik de takel - een pittig klusje. Als de lading omhoog moest, drukte ik op de rode knop. Was de takel leeggehaald en kon 'ie naar beneden, dan drukte ik op de zwarte knop. Ik had het er maar druk mee.
Bij de twee voorgaande takelacties liep ik zelf mee te zeulen. Vloog ik trap op en trap af, was mijn T-shirt na een half uurtje sjouwen al doorweekt. Nu niet. Nu stond ik rustig met de gele afstandsbediening in mijn hand naar al die hard werkende kerels kijken. Even moest ik wennen aan deze nieuwe positie van bankzitter, baalde ik dat ik niet mee kon spelen. Maar eerlijk is eerlijk, al na de eerste takelsessie voelde ik me prima thuis in de dugout. Glunderend drukte ik afwisselend op de rode en de zwarte knop, onderwijl de mannen instructies en conplimentjes gevend.
Nog blijer werd ik toen de mannen na de lunch - die ik natuurlijk had bereid - klaar waren met het takelen en met andere klussen begonnen: lassen, kangoën, graven, timmeren. Ineens leek uit elke hoek bouwlawaai te komen, leek er in elke nis een man iets te doen met hamer, boor of schep. Alsof die schreeuwlelijk van 'Extreme Home Make Over' ons huis was binnengevallen met honderd man personeel om de boel binnen een week helemaal te verbouwen. Heerlijk vond ik het. Ook al was het huis aan het einde van de dag niet af.

Ik heb de bezem herontdekt. Dat komt zo. Sinds we bouwen, produceren we enorm veel troep. Okay, we zijn misschien geen Shell of McDonalds, maar voor een particulier vind ik het toch een indrukwekkende hoeveelheid.
De rug. In februari schreef ik al dat de mijne nogal zeer deed. Dat er voortdurend pijnscheuten door heen gingen als ik op stond uit bed, bank of stoel. En dat ik dus maar weer eens naar mijn fysiotherapeut zou gaan. Dat heb ik gedaan.



















We waren eigenlijk voortdurend aan het sjouwen met zwaar materiaal. Niet zo vreemd dus dat ik aan het einde van de zomer enorme rugpijn had en me bij de fysiotherapeut meldde. Na veel gekneed, gemasseer, geoefen en een partij steunzolen was de rugpijn in december weg. Tot afgelopen vrijdag die aardige meneer dat pakket rockwool kwam brengen.




Het is zondag en dat betekent tegenwoordig Rustdag. Heel saai, heel burgerlijk, maar wel heel hard nodig in tijden van verbouwing. Op zondag klussen we per definitie niet. Tip van mijn schoonvader Henk. Die heeft al drie keer een huis gebouwd en spreekt dus behoorlijk uit ervaring. Hij kluste elke zaterdag en ook nog eens elke avond, maar op zondag bleven hamer en spijkers onaangeroerd. Dat was voor hem de enige manier om het bouwen twee jaar lang vol te houden. En dan nog was de zin er behoorlijk af aan het einde van de rit.







Tijdens deze bouw barst het van de mijlpalen. Het dak af, de buitenmuren klaar, alle verdiepingsvloeren erin, de dakgoot in de lak. Het gaat maar door. Op 9 december hadden we ook een bijzondere mijlpaal. We waren die dag precies 1 jaar eigenaar van dit gebouw. Echt gevierd hebben we het niet. We hadden het te druk met het bereiken van de volgende mijlpaal: een muur van 6 bij 3,80 meter metselen in de vide.