maandag, juni 25, 2007

Betonvloer






Maandagochtend. Tien voor zeven. Vroeg dus. Ik lig nog in bed – want heb vakantie – als ik wakker word van allerlei geluiden buiten. Ik kijk door het raampje en zie wel tien grote kerels bij ons huis staan en een busje van Rocda Vloeren; het bedrijf dat onze betonnen afdekvloer gaat maken dinsdag. Morgen dus. Niet vandaag. Maar blijkbaar is de planning gewijzigd.

Inderdaad, vandaag gaat het toch echt gebeuren, vertelt de stevige opperman Dirk als ik half in coma de voordeur open doe. Terwijl ik bedenk hoe we de boel een dagje uit kunnen stellen zodat ik weer kan gaan slapen, rijdt een giga betonmolen de oprit op. Dat wordt helemaal niets verzetten, bedenk ik balend, en ga samen met Wilfred aan de slag.

Want ineens moet er van alles gebeuren. Deuren van de boerderij openen. Onze auto’s aan de kant zetten om plaats te maken voor Rocda’s wagenpark. Een wat norse Dirk aanhoren die overal commentaar op heeft: de kozijnen zijn te laag, de dilatatievoegen te zacht en de stopcontacten te los. Bellen met de installateur om te zeggen dat hij per direct een mannetje moet sturen om al die ‘fouten’ te herstellen. En natuurlijk koffie zetten, veel koffie zetten.

Na een uur als een stel wilde gekken (want nog slaperig en in onze pyjama) rond te hebben gerend, staat alles en iedereen klaar om het beton te gaan storten: twee mannen houden de wel twintig meter lange betonslurf vast, eentje staat aan het uiteinde om de slang te verplaatsen, een andere jongen peilt de hoogte van de vloer met een meterpeil, drie mannen harken het beton aan, één man regelt de betonmolen en wat de laatste man doet, ben ik vergeten.

Het ziet er enorm chaotisch uit. Iedereen harkt en spuit en drukt en roept. Maar toch ligt de 14 m3 beton er voor ’s middags twaalf uur in. Tijd voor het gezelschap om plaats te maken voor twee rustiger en wat oudere heren die al achttien jaar in het betonvloerenvak zitten.

Hun specialiteit: de vloer glad afwerken. Dat doen ze met speciale machientjes die eruit zien als een soort stok met handremmen en onderaan een heel hard rond draaiende curlingschijf. Om één uur ’s middags beginnen ze met ‘boenen’, en zeven uur later zijn ze klaar. Helemaal zwart van de poederkleurstof en grijs van het beton komen ze uit de boerderij lopen. Moe, maar tevreden, schat ik zo in. En als zij dat niet zijn, dan wij wel.

Vloerverwarming II




Na een week hard werken zat 'ie erin: de vloerverwarming.

Het leverde een mooi lijnenspel op.


woensdag, juni 20, 2007

Vloerverwarming



Eindelijk is het zover: onze installateur Bokma legt deze week de vloerverwarming aan op de begane grond. Al maanden geleden hadden we afgesproken dat hij rond 18 juni daarmee zou beginnen. Zodat hij daarmee rekening kon houden in zijn planning, en wij ook.
Vooral dat laatste is belangrijk, omdat wij niet echt volgens een strak schema werken. Omdat we gemiddeld maar twee dagen per week klussen, lukt dat gewoon bijna niet, zo merkten we het afgelopen anderhalf jaar. Als we wat afspraken met bijvoorbeeld onze installateur, waren wij eigenlijk nooit op tijd klaar, liepen wij altijd uit.

Maar deze keer is dat niet het geval. Al in maart wisten we dat Bokma deze week met de vloerverwarming aan de slag ging, en dat de week erop de afwerkvloer van beton wordt gestort. Harde deadlines dus, met twee bedrijven, waar we ons deze keer echt aan moeten houden. En dat doen we dus.

Het betekende wel hard doorwerken. Om de vloerverwarming te kunnen aanleggen, moet de hele begane grond namelijk brandschoon zijn. En dat was 'ie absoluut niet. Is 'ie zelfs nog nooit geweest sinds we de boerderij hebben gekocht. De vloer lag altijd wel vol met iets: gereedschap, gipsplaten, isolatiemateriaal, fietsen.

We hebben daarom eerst alle gipsplaten weggewerkt en daarna zijn we gaan opruimen. Dat wil zeggen: Wilfreds collega's zijn gaan opruimen. Die kwamen vorige week een dagje naar Friesland voor een bedrijfsuitje. Dat uitje bestond onder andere uit twee uurtjes klussen bij ons op de boerderij. Je denkt misschien: 'wat kan je nou helemaal doen in twee uur?'. Nou, heel veel, zeker als je met ruim twintig man/vrouw bent.

Om tien uur arriveerden ze, en om twaalf uur stond alle troep van de begane grond op de eerste verdieping (en hadden ze ook nog de tuin aangeharkt, bakstenen versleept en een paar pallets aan gort gehakt). Het enige wat wij nog moesten doen, was een paar zware dingen naar boven tillen en een avondje vegen. Grote dank dus, jongens en meisjes van de Woonplaats! Ook namens onze installateur.

woensdag, juni 06, 2007

Plafond




We zitten helemaal in de plafonds. Nu op de meeste wanden een gipslaag zit en de installateur een groot deel van het huis van elektriciteit en waterleidingen heeft voorzien, zijn de plafonds aan de beurt.
Op zich is het een rotklus: gipsplaten op een bijna drie meter hoog plafond schroeven. Krijg maar eens een 25 kilo zware plaat van drie meter lang en anderhalve meter breed precies op de juiste plek in het plafond geschroeft. Spierpijn en woedeaanvallen gegarandeerd.
Gelukkig zijn ze in de bouw niet achterlijk en zijn er allerlei apparaten uitgevonden om het leven van bouwvakkers te veraangenamen. Zoals de gipslift, een soort handbediende takel op wielen waarmee je een gipsplaat snel en makkelijk tegen het plafond kunt drukken. Onze buurman Harm, een timmerman, was er lyrisch over en zei dat we niet zonder konden.
Nou ben ik meestal wat sceptisch als het om adviezen van buurmannen gaat - ze weten het altijd beter - maar in dit geval wilde ik de gok wel wagen. Dus toen we rond Hemelvaart eindelijk met de plafonds konden beginnen, stond ik bij een gereedschapverhuurbedrijf - prachtig woord - op de stoep om zo'n lift te huren. Na een korte uitleg lag het ding ter grootte van een kleine kerstboom opgevouwen achterin de auto.
Ik was natuurlijk erg benieuwd of buurman Harm gelijk zou krijgen. Aangezien ik nog altijd uitgeschakeld ben wegens rugklachten, hadden onze klushulp Joop en zijn schoonzoon de eer om de lift als eerste uit te testen. Lang hoefde ik niet naar die twee te kijken om te weten dat buurman Harm niets teveel heeft gezegd.
Het ding werkt perfect: gipsplaat erop leggen, even takelen, wat heen en weer rijden net zolang totdat de plaat strak ligt, nog een beetje takelen en schroeven maar. Op wat kleine minpuntjes na - de wielen lopen wat stroef - waren de heren zeer te spreken over de lift.
Die mening delen ook Wilfred en Jimmy (éen van onze andere vaste en tevens zeer ervaren klusser - kijk maar naar z'n blauwe overall, een echte Dickies). Die gingen vandaag voor het eerst met de lift aan de slag.
En met succes. Na een middag hard werken hadden ze de halve woonkamer voorzien van gips. Dat is trouwens een prachtig gezicht: het wit knalt ervan af. Weg chaotisch ogend isolatiemateriaal, weg leidingen, weg draden, weg houten latten. Eindelijk rust aan de ogen.
De lift is dus officieel goedgekeurd en mag blijven. Net zolang tot op alle plafonds een gipsplaag zit. En dat kan, zoals altijd, nog wel even duren.

zondag, mei 20, 2007

Veel mannen


Soms zijn er van die klusdagen dat ik helemaal gelukkig ben. In het begin was dat bijna elke klusdag het geval. Stralend tilde ik de 450e gipsplaat naar binnen, kinderlijk enthousiast stond ik bakstenen schoon te bikken, fluitend bracht ik het zoveelste karretje puin naar de stort.


Nu, anderhalf jaar na de start, worden die dagen in rap tempo schaarser. Het nieuwe is er al lang af, het schiet nooit genoeg op, dingen zitten tegen (bouwtekening van de trap blijkt verkeerd en moet worden aangepast, een van onze vaste klussers belt ineens af, budget wordt voor de zoveelste keer overschreden) en de vermoeidheid eist snoeperhard zijn tal. Als op zaterdag om half acht de wekker gaat - in plaats van om half zeven zoals in het begin - gaan de ogen steeds minder makkelijk open, trek ik de gele overall met steeds meer tegenzin aan.

Vorige week zaterdag was een aangename uitzondering op deze regel. Dat kwam zo. Er waren die dag maar liefst vijf sterke en handige mannen tegelijkertijd bezig in de boerderij. Vijf stuks! Drie meer dan anders. Dus drie keer zoveel actie dan normaal. We hadden zoveel mannen opgetrommeld, omdat we weer eens moesten takelen. Ruim honderd gisplaten moesten naar de tweede etage, en verder moesten de radiatoren en de cv-ketel omhoog. Dat doe je niet met z'n tweetjes, en zeker niet als je, zoals ik, een zere rug hebt.

Vijf mannen (en ik) zaten die ochtend dus bij ons aan tafel koffie te drinken, waarna ze om half negen keihard los gingen met het betere sjouwwerk. Terwijl de heren zich in het zweet werkten op ladders en wiebelige brugconstructies, bediende ik de takel - een pittig klusje. Als de lading omhoog moest, drukte ik op de rode knop. Was de takel leeggehaald en kon 'ie naar beneden, dan drukte ik op de zwarte knop. Ik had het er maar druk mee.



Bij de twee voorgaande takelacties liep ik zelf mee te zeulen. Vloog ik trap op en trap af, was mijn T-shirt na een half uurtje sjouwen al doorweekt. Nu niet. Nu stond ik rustig met de gele afstandsbediening in mijn hand naar al die hard werkende kerels kijken. Even moest ik wennen aan deze nieuwe positie van bankzitter, baalde ik dat ik niet mee kon spelen. Maar eerlijk is eerlijk, al na de eerste takelsessie voelde ik me prima thuis in de dugout. Glunderend drukte ik afwisselend op de rode en de zwarte knop, onderwijl de mannen instructies en conplimentjes gevend.

Nog blijer werd ik toen de mannen na de lunch - die ik natuurlijk had bereid - klaar waren met het takelen en met andere klussen begonnen: lassen, kangoën, graven, timmeren. Ineens leek uit elke hoek bouwlawaai te komen, leek er in elke nis een man iets te doen met hamer, boor of schep. Alsof die schreeuwlelijk van 'Extreme Home Make Over' ons huis was binnengevallen met honderd man personeel om de boel binnen een week helemaal te verbouwen. Heerlijk vond ik het. Ook al was het huis aan het einde van de dag niet af.

dinsdag, mei 08, 2007

Bezem


Ik heb de bezem herontdekt. Dat komt zo. Sinds we bouwen, produceren we enorm veel troep. Okay, we zijn misschien geen Shell of McDonalds, maar voor een particulier vind ik het toch een indrukwekkende hoeveelheid.

Zo ben ik de afgelopen anderhalf jaar al minstens vijftig keer naar de stort gereden. Karren vol gips, metalen profielen en puin heb ik er geleegd, soms zelfs hele muren. Ook liet ik er meters plastic achter. Alleen al met het plastic dat om de 125 pakken rockwool zat, kon je gemakkelijk een legertent bouwen.

Hout. Ook zoiets. Minstens een kwart van de tuin ligt vol met allerlei soorten en maten. Van stukken dakgootomtimmering, mdf en multiplex tot blokjes hardhout, grenen latten en grauw geworden pallets. Leuk voor de open haard, straks.

Maar het beste zijn we in het produceren van klein grut-afval, zoals zaagsel, plastic buisjes, restjes isolatiemateriaal, kapotte schroeven, stukjes gips en stof. Vooral heel veel stof. Wilfred hoeft maar te zagen in een gipsplaat of stuk hout, en de vloer ligt er weer vol mee. Ook de installateurs - die sinds januari bezig zijn met het aanleggen van elektra, gas en water - zijn keien in het maken van rotzooi.

Vandaar dus dat we regelmatig moeten opruimen. Dat gebeurt op de ouderwetse manier: met de bezem en daarna veger en blik. Geen stofzuigers; die kunnen dat grove stof helemaal niet aan. Houden er na een maand al mee op als ze daaraan beginnen.

Ik zuig tegenwoordig dus niet meer, maar ik veeg. En dat is reuze leuk, want heel ontspannend. Terwijl ik heen en weer bezem, kan ik heel goed nadenken. Over werk, afspraken, relaties, de katten, het leven. Dat is heel handig, want al vegend ruim ik behalve het huis, ook mijn geest op.

Of ik krijg de meest briljante ingevingen. Ineens weet ik welke kleur we op de muur moeten doen, waar die reportage over moet gaan, of wat ik voor mijn nichtje zal naaien. Soms kom ik al bezemend zelfs in een soort trance, waarbij ik niets meer hoor, volledig op ga in ons grote, stoffige huis.

Lang leve de bezem dus. Ook al moet ik bekennen dat ik later, als we zijn uitgebouwd en daadwerkelijk in dit huis wonen, waarschijnlijk toch weer naar de stofzuiger zal grijpen. Lekker snel, lekker makkelijk. Maar tot die tijd blijf ik de bezem trouw.

Rug II

De rug. In februari schreef ik al dat de mijne nogal zeer deed. Dat er voortdurend pijnscheuten door heen gingen als ik op stond uit bed, bank of stoel. En dat ik dus maar weer eens naar mijn fysiotherapeut zou gaan. Dat heb ik gedaan.

Tom - zo heet 'ie - schrok een beetje van mijn rug. De boel was flink geïrriteerd. Zo erg zelfs, dat hij me per direct op non-actief stelde. Ik mocht bijna niets meer: niet te lang zitten (handig als je veel achter de computer en in de auto zit voor je werk), niet meer hardlopen (leuk als je net mee zou doen aan een 10 kilometer-wedstrijdje), maar vooral: niet meer klussen (helemaal fijn als je een huis bouwt). Ik mocht niet eens meer in de buurt komen van een hamer.

Zo kwam het dat ik de ene dag nog isolatiemateriaal in het plafond duwde, en de andere dag ziek thuis zat. Mooi klote, als bouwvrouw zijnde. Ik baalde enorm. Ineens moest ik het klussen aan Wilfred en vrienden overlaten, hing mijn gele overall ongebruikt aan een haakje, zette ik koffie in plaats van gipsplaten, kon ik alleen nog maar wandelen en liggen; de enige activiteiten die Tom nog wél toestond.

Maar na wat scheldkanonnades en een paar dagen afkicken, vond ik het helemaal niet zo erg dat ik tijdelijk was uitgeschakeld. Wat een rust! Geweldig. En dat twee weken lang!

Inmiddels ben ik weer een stuk opgeknapt, mede dankzij veel professioneel gekneed, gemasseer, gekraak en tientallen stevige ontstekingsremmende pillen - 'paardenmiddelen', volgens de bedrijfsarts. Ik werk weer, maar klussen doe ik nog altijd niet. Ik houd het op de verzorging van mensen die dat laatste wél kunnen, verven, opruimen, en het regelen van alles wat geregeld moet worden voor de bouw.

Echt veel vertraging heeft de bouw door mij niet opgelopen, omdat Wilfred altijd maar blijft doorgaan. Vraag is alleen hoe lang nog. Want afgelopen zaterdag, na acht uur timmeren, liep ook hij ineens krom. 'Door mijn rug gegaan', zei hij heel zielig. Ach, ooit komt dat huis wel een keer af.

donderdag, mei 03, 2007

Vakantie




Ik heb vakantie. Dat wil zeggen: zo staat het bij mijn werkgever in de boeken. In de praktijk heeft dit weekje vrij weinig met uitrusten en ontspanning te maken.

Het staat - zoals de meeste dagen sinds we de boerderij hebben gekocht - bijna volledig in het teken van klussen, bouwen en regelen. En van verkoudheid, want de eerste dag van mijn vakantie lag ik met een fikse snotterbel op bed. Ook dat is inmiddels vaste prik sinds de verbouwing: een paar dagen vrij worden steevast beloond met een griepje.

Met een zakdoek en kruik binnen handbereik begon ik woensdagochtend met het afwerken van ons to do-lijstje. Zo moest ik bellen met ene Abe Hengst, een spacwerker en stukadoor. Ik moest hem vragen of hij een keer bij ons langs wil komen voor het maken van een offerte. En ik moest bellen met onze installateur Bokma om te vragen wie onze nutsvoorzieningen gaat aanvragen, en doorgeven dat de vloerverwarming er voor 25 juni in moet zitten. Verder: bellen met bedrijven die promatectplaten kunnen leveren. Dat brandwerende materiaal hebben we nodig voor de omtimmering van het rookkanaal. Aangezien het nogal duur spul is - ruim 75 euro per vierkante meter - loont het de moeite vaak wel om meerdere leveranciers te bellen.

Na die paar telefoontjes stonden vader en zoon Robin van de Pall uit Zuidhorn op de stoep met een enorme vrachtwagen. Daarin zaten honderd gipsplaten die we een tijd geleden hadden besteld. Want we kwamen een paar tekort voor de tweede etage. Ook dat is inmiddels normaal: dat we te weinig van alles hebben: te weinig rockwool, te weinig mdf, te weinig balken, te weinig verf, te weinig latten. En dat we dus moeten bijbestellen. Vandaar dat er vandaag weer een vrachtje werd afgeleverd. Dat leverde trouwens de nodige opstoppingen op, vooral toen er een dikke tractor aan kwam. Actie op het platteland!

De rest van de middag heb ik vier kozijnen geschilderd. Na het avondeten maakten Wilfred en ik een nieuw to do-lijstje voor de volgende dag en dronken we ineens koffie met Abe Hengst, de spacwerker. Die had onverwachts een vrije avond en wilde graag langs komen. Abe is van het type veel lullen, dus vandaar dat hij al sterke verhalen vertellend ons huis door is gelopen om de boel te inspecteren. Conclusie: hij wil wel een offerte maken. Maar daarvoor moet hij wel eerst weten hoeveel vierkante meters er gestukadoord en gespact moeten worden. En hoeveel 'rechte hoeken' er gedaan moeten worden. Ja ja. Weer een nieuw punt voor het to do-lijstje dus.

Op het in ontvangst nemen van de promatectplaten na - zojuist bezorgd - is het vandaag een semi-rustdag. Met zowaar tijd voor een wandeling en een eetafspraak. Maar vrijdag en zaterdag staan weer als klusdagen te boek. Met veel verven, ritjes naar de stort, het ontvangen van een potentiële klant voor ons overschot aan dakpannen (eindelijk iets te veel van iets besteld!) en het bereiden van lunches voor het klusteam. En dan is de vakantie alweer bijna voorbij.

woensdag, mei 02, 2007

Verven




Ik weet het; de opwarming van de aarde is slecht en gevaarlijk voor mens, dier en natuur. Maar als vrouw op de bouw ben ik er stiekem heel blij mee. Want al die mooie zonnige, droge dagen komen erg goed uit als je de buitenkant van je huis moet verven. In ons geval betekent dat behoorlijk wat werk: de volledige dakgoot en minstens zestien kozijnen wachten nog op minstens twee verfbeurten. Samen zijn dat zeker enkele tientallen meters hout. En die mag ik onder handen gaan nemen.

Dankzij de klimaatverandering kon ik al begin april de verfkwasten uit de terpentine halen. Samen met klushulp Tineke begonnen we op het dakterras, om vorige week de voorgevel van het huis aan te pakken. En dat was helemaal niet erg. Al vervend namen we vanaf onze ladders de laatste nieuwtjes over onze levens door, om tegelijkertijd ook nog een lekker zomers teintje op te lopen. Zo is klussen helemaal niet erg. Hoewel we de volgende keer wel op een andere plek moeten verven, om ook de voorkant van benen en armen net zo bruin te laten worden.

Van mij mag dat weer nog best een tijdje van slag zijn. In elk geval zolang ik nog moet verven.

vrijdag, april 20, 2007

Rookkanaal




In een droomhuis hoort een open haard. Met een zacht kleedje ervoor, en een kat en een man en champagne. De laatste vier heb ik al; de open haard over een tijdje ook. We hebben er wel even krom voor moeten liggen, maar dan heb je ook wat, weet ik sinds woensdag.
Die dag kwamen twee mannen langs om alvast het rookkanaal aan te leggen. En dat is nogal wat: Een enorme glimmende roestvrijstalen buis met een doorsnee van 32 centimeter. Die hebben de heren dwars door alle verdiepingen heen geramd, om 'm uiteindelijk elf meter hoger bovenop het dak weer naar buiten te laten steken.
De buis doet me denken aan van die bomen die midden op een bouwplaats staan, maar niet gekapt mogen worden omdat ze tot een beschermde soort behoren. Met als gevolg dat uiteindelijk het huis of het kantoor om de boom wordt heen gebouwd. Het voelt nu een beetje alsof er zo'n met-uitsterven-bedreigde-boom in ons huis staat. Want die gigantische buis doorkruist pontificaal de badkamer en loopt op de tweede etage pal voor een raam langs. Alsof het niets is.
Toch was dit de beste optie, besloten we na weken vergaderen over de plek van de open haard in de woonkamer. Een metertje meer naar links of juist naar rechts, of iets meer naar voren of toch nog wat naar achteren? Aan elke plek kleefde wel een nadeel: óf de buis zou op de vide in het zicht komen, óf hij zou veel te dicht bij een deur uitkomen, óf het kanaal zou een stalen flens doorsnijden. Helemaal handig.
Uiteindelijk vonden we de huidige locatie het beste, ook al betekent het dat we het raam op de tweede etage moeten verplaatsen, en we in de badkamer een wat breder douchewandje dan normaal krijgen. En dat terwijl de haard zelf er nog niet eens is. Maar ja, je moet wat over hebben voor dat knappende haardvuur.

zaterdag, maart 10, 2007

Half negen


Zo moe als onze kat Brokkie er hier uit ziet, zo moe waren wij vorige week.
Dat komt zo. Op zich was het een normale zaterdagse klusdag geweest. Om half acht eruit, om half negen beginnen. Paar keer pauzeren en om vier uur stoppen. Dan de plaatselijke kroeg in voor een paar biertjes om daarna een beetje aangeschoten onder de douche te springen thuis.
Wel anders deze keer waren de klusjes. Ik had me op de kango geworpen. Een elektrische breekhamer of drilboor. Je ziet bouwvakkers er wel eens mee in de weer, op de stoep of op de weg. En anders hoor je ze wel, want ze maken oorverdovend veel herrie.
Met zo'n kango moest ik een gat uit de betonvloer hakken, op de plek waar de meterkast komt. Ik had nog nooit eerder met zo'n ding gewerkt, maar na wat oefenen begon ik enthousiast te beuken op het beton. En ja hoor, de stukken vlogen eruit. Leuk werk, dacht ik toen nog.
Na een half uur dacht ik heel andere dingen. Gemene, nare, boze dingen, want ik begon die kango behoorlijk zat te worden. Mijn rug deed pijn, het schoot niet op, de beitel bleef telkens vastzitten, de machine voelde steeds zwaarder aan en de betonvloer bleek ook nog eens vol bewapening te zitten - zoals het hoort, maar dat kwam nu even heel slecht uit.
Bovendien was het ook nog eens heel vermoeiend en inspannend werk. Ik zweette en hijgde en moest af en toe op de grond zitten, tussen het puin, om bij te komen. En dat terwijl ik nog niet eens een kwart had gedaan.
Ik was daarom extra blij toen het vier uur was en ik eindelijk kon stoppen. De betonvloer lag aan diggelen, maar ik ook. Het bier sloeg er dus extra hard in, en toen ik had gedoucht, was ik zo sloom als een schildpad.
Omdat we geen zin hadden in koken, gingen we naar een lekker tapastentje. Alsof we dagen niet hadden gegeten, zo gulzig stortten we ons op de in spek gerolde dadels, spinazietaartjes, spaanse kaasjes en gamba's. Klussen maakt hongerig.
Rond acht uur waren we alweer thuis, helemaal kapot. Even hebben we nog een poging gedaan een film te kijken - die echt interessant was - maar we waren te moe om het verhaal goed te kunnen volgen. Om half negen staarden we elkaar met rode ogen aan en knikten. De dag had lang genoeg geduurd. Het was tijd om naar bed te gaan.
Vandaag doen we misschien wel hetzelfde. Ja, ons leven is echt heel spannend.

donderdag, maart 01, 2007

Binnenhuisarchitect




We zijn bij Yvonne geweest, onze binnenhuisarchitect. Al vanaf het begin schetst, ontwerpt en tekent ze voor ons. Zo bedacht ze dat er een loopbrug in het huis moest komen. Briljant idee.

Ook deze keer kwam ze weer met originele suggesties. Stofjes voor onze nieuwe bank en loveseat, een stukje tapijt, kleuren die we op de muren kunnen verven, tegels in de wc en badkamer, plaatjes van wilde dessins voor op de wand. Erg gewaagd soms, maar boeiend en onverwacht.

Of we alle voorstellen overnemen, weet ik nog niet. Meestal moet ik ze een paar dagen op me in laten werken. Meestal is de conclusie dan dat ik ze prachtig vind. En meestal moeten we dan op zoek naar goedkopere alternatieven. Want design is geweldig, maar ook geweldig duur.

Behalve leuk, was het ook vervreemdend om het ineens weer over de inrichting van het huis te hebben. En je te verbeelden hoe het er straks uit komt te zien. Dat gebeurt niet zo vaak. Alleen als de nieuwe VT Wonen of Eigen Huis en Interieur in de brievenbus ligt. Of als we in een meubelzaak staan. Maar ook dat laatste komt maar zelden voor wegens tijdgebrek.

Meestal denk ik aan dingen die nu, of hoogstens volgende week, moeten gebeuren. Zoals het kopen van een nieuwe beitel voor de kangoo, het bestellen van nieuwe schroeven, het wegbrengen van een kar vol gips naar de stort. Het bellen van de aannemer om te zeggen dat hij nou eindelijk die lekkage op de tweede etage eens moet repareren. Of het controleren van de werkzaamheden van de elektricien.

Het was nogal schokkend gisteren om - met mijn hoofd nog vol bouwerige gedachten - bij het architectenbureau te zijn waar Yvonne werkt. Twee uur eerder stond ik nog het stof op te vegen in de boerderij, en nu bevond ik me ineens in een ruimte vol stalen van de meest prachtige tapijten, gordijnen, vloeren, tegels en stoffen.

Maar heerlijk was het ook. Want het drong tot me door dat het er waarschijnlijk echt van gaat komen. Dat het huis straks echt een keertje 'afwerkklaar' is en dat we dus de muren kunnen gaan stuccadoren en verven. Dat we gordijnen op kunnen gaan hangen, een vloer kunnen gaan leggen, en uiteindelijk met een enorm glas wijn voor de open haard kunnen gaan liggen, op een zacht tapijtje.

De hele terugweg heb ik gedroomd van het huis. Hoe mooi het gaat worden, hoe prachtig. Nog altijd droom ik een beetje. En dat probeer ik zo lang mogelijk vol te houden, liefst tot zaterdag. Langer zal me niet lukken. Dan schudden overall, stofmasker, handschoenen en isolatiemateriaal me weer fijntjes wakker.

dinsdag, februari 27, 2007

Mannen op de bouw






Hoe vervelend het klussen soms ook is, er is altijd één lichtpuntje: de mannen op de bouw!
Toegegeven, de één is leuker (om naar te kijken) dan de ander en sommigen hebben meer tekst dan hun collega's, maar het blijven kerels.

Natuurlijk hebben ze niet allemaal de gespierde torso's en knappe koppen van de tuinmannen en timmermannen in Desperate Housewifes of Sex in the City. Net zoals die acterende hunks geen Friese accenten hebben, of hangsnorren, bierbuiken, matjes of armen vol tattoos van naakte vrouwen.

Maar afgelopen zomer tijdens de hittegolf was het wel even serieus genieten. Shirtjes gingen uit, lange broeken werden verruild voor afgeknipte jeans. Beetje zon erop en hup, de zwetende lijven en sterke armen glommen me tegemoet. Ik had maar weinig fantasie nodig om me op de set van een vrouwenserie te wanen. Voor één keer hing ik niet de feminist uit en schonk ik met alle liefde limonade, koffie of biertjes in voor 'mijn' mannen. Voor één keer had ik even geen hekel aan klussen. Voor één keer was ik blij met de klimaatveranderingen.

Zolang het huis nog niet af is, mag het voor mij elke dag wel 30 graden zijn. Mannen hebben rokjes en jurkjes om naar uit te kijken. Ik bouwvakkers.

Rug


Zo heb je een oprit vol isolatiemateriaal, en zo heb je een zere rug.

Afgelopen week leverde een bouwbedrijf een flinke bestelling bij ons af: 50 pakken rockwool en 400 meter houten vullatten, zoals die dingen heten. De chauffeur - een man met een grote fleecetrui en vriendelijke lach - zette het materiaal netjes op onze oprit. Een half uur werk had hij eraan. Nog een beetje zwetend kwam hij bij me aan tafel zitten. We praatten wat over de kantoorboekhandel die hij vroeger had, en dronken samen een kopje koffie. Zo gaat dat. Toen ging hij weer; hij had nog een ritje naar Rotterdam.

Het was voor het eerst sinds maanden dat er zo'n grote bestelling werd afgeleverd. Vorig voorjaar stond er elke week wel een vrachtwagen voor de deur. De een nog groter en nog met meer vracht aan boord dan de ander. De oprit stond permanent vol. En als we 'm weer eens leeg hadden gehaald, duurde het nooit lang voordat de een of andere machine, container of stapel gipsplaten het pad naar de voordeur weer blokkeerde.



We waren eigenlijk voortdurend aan het sjouwen met zwaar materiaal. Niet zo vreemd dus dat ik aan het einde van de zomer enorme rugpijn had en me bij de fysiotherapeut meldde. Na veel gekneed, gemasseer, geoefen en een partij steunzolen was de rugpijn in december weg. Tot afgelopen vrijdag die aardige meneer dat pakket rockwool kwam brengen.

Bij gebrek aan personeel bracht ik alle 50 pakken zelf de boerderij in, en dat geldt ook voor die vullatten. Behoorlijk zware jongens, trouwens. Ik zweette dus flink en voelde her en der wat spieren verzuren. Daarna isoleerde ik nog enkele plafonds. Ook een leuke klus voor rug en armen.

Na een hete douche had ik me 's avonds lekker op de bank genesteld met een glas wijn. Toen ging de telefoon. Ik stond op, maar bleef halverwege haperen vanwege de pijn in mijn rug. Een ouderwetse steek, vol erin. Voorzichtig ging ik weer zitten. En weg was de pijn. Totdat ik wat van de vloer wilde pakken. Huppatee. Weer raak.

Zo is dat sindsdien nog een paar keer gegaan. En ook een paar minuten geleden was het weer raak. Ik loop nu dus een beetje krom, en scheef ook. Sta wat onhandig op uit stoelen. Ga door de knieën als ik iets op moet pakken. Draai me heel langzaam om op bed. Allemaal niet praktisch voor een bouwvrouw. Morgen - woensdag, onze vaste klusdag - doe ik het voor de verandering daarom maar wat rustiger aan. Eén ding zal ik wel doen: de fysio bellen.

woensdag, februari 21, 2007

Isoleren




Hier, drie vrouwen op de bouw. Van boven naar onder: Ingrid, Tineke en ik. Allemaal bezig met hetzelfde kloterige klusje: Het isoleren van het plafond. Met rockwool. Voor degenen onder u die niet weten wat het is: isolatiemateriaal van steenvezels. Ideaal spul om je huis mee warm en geluid mee buiten de deur te houden.

Tot zover de positieve eigenschappen. Want werken met rockwool is echt een verschrikking, zo weet ik sinds kort. Mijn vriend had ik er al over horen klagen en hoewel hij geen typische klager is, vond ik toch dat hij zich wat aanstelde toen hij hoestend en met rode ogen binnen kwam lopen na een uurtje isoleren. Ondanks handschoenen en mondkapje.

Totdat ik zelf de rockwool mocht gaan aanbrengen in het plafond. Ik had al eens wat van dat spul in een muur aangebracht, maar daar had ik geen noemenswaardige verwondingen aan overgehouden. Dit was andere koek. Duw maar eens een strook van dat materiaal recht boven je hoofd in een plafond. Alleen de beweging al - 'boven je macht werken' - is extreem irritant.

Maar als er dan ook nog van die kleine rockwoolvlokken naar beneden vallen, is de lol er snel vanaf. Want die vezels mogen dan een natuurproduct zijn, echt natuurlijk voelt het niet aan als je ze beetpakt, in je oog krijgt of inademt. Meteen begint je huid te jeuken, je oog te prikken en je keel zo erg te irriteren dat je keihard moet hoesten.

Toch maar die overall en handschoenen aangetrokken, dat Michael Jackson-kapje opgedaan en die heel charmante veiligheidsbril opgezet. Als een soort chrirug annex CO2-lasser ging ik opnieuw bezig. De handen en keel bleven ditmaal jeukvrij. En de ogen begonnen ook niet te irriteren. Maar ik was wel op slag blind. Want na 1 seconde ademen via een mondkapje ging die bril direct beslaan. Druk dan dat isolatiemateriaal maar eens precies op de juiste plek in het plafond.

Ik en ook Ingrid en Tineke weten nu dus dat Wilfred zich niet aanstelde over het hoge irritatie-gehalte van rockwool. Een van de elektriciens vertelde dat er zelfs bouwvakkers-in-spé een ander vak hebben gekozen omdat ze allergisch bleken te zijn voor rockwool. Zover is het nog niet met mij. Nóg niet. Maar ik moet nog 50 pakken. Tegen de tijd dat ik die heb weggewerkt, ben ik dat wel.

zondag, februari 18, 2007

Exterieurtje




Na zoveel foto's van de binnenkant van ons huis, nu ook een paar exterieurtjes.

Zondag Rustdag



Het is zondag en dat betekent tegenwoordig Rustdag. Heel saai, heel burgerlijk, maar wel heel hard nodig in tijden van verbouwing. Op zondag klussen we per definitie niet. Tip van mijn schoonvader Henk. Die heeft al drie keer een huis gebouwd en spreekt dus behoorlijk uit ervaring. Hij kluste elke zaterdag en ook nog eens elke avond, maar op zondag bleven hamer en spijkers onaangeroerd. Dat was voor hem de enige manier om het bouwen twee jaar lang vol te houden. En dan nog was de zin er behoorlijk af aan het einde van de rit.

Ik vond zijn regel eerst wat overdreven. Wilde op zondag ook klussen. Dan schoot het tenminste wat op. Inmiddels weet ik beter. Zou ik niet anders meer willen. Ben ik veel te moe om nóg een dag in overall rond te rennen. Zondag staat daarom gelijk aan uitslapen, de krant lezen, een flinke wandeling maken en hangen op de bank. En in slaap vallen op diezelfde bank.

Maar helemaal bouwvrij is de zondag niet. Want tussen al dat gehang door doen we nog de bouwadministratie en maken we een rondje door de boerderij. Minstens een uur lopen we door het huis, om stil te staan bij wat we allemaal al hebben gedaan en te genieten van de vorderingen. En om vervolgens te kijken wat we de komende week moeten regelen.

Vandaag bijvoorbeeld moesten we uitrekenen hoeveel meter plafondschroten we bij moeten bestellen. Dat zijn smalle houten latten die we om de 60 centimeter aan de plafondbalken bevestigen. Daar kunnen we later de plafondplaten aan vastschroeven. We hebben al enkele honderden meters erdoor heen gejaagd, maar weer zijn de latten op. We hebben nog eens 400 meter nodig, ontdekten we na wat tellen.

Ook het isolatiemateriaal – een stuk of 100 pakken – is alweer bijna op en dus hebben we per kamer uitgerekend hoeveel rockwool er nodig is: Nog minstens 50 pakken! Kunnen we straks weer een middagje sjouwen. Verder hebben we de positie van de open haard bepaald. Da’s nog een heel gedoe, want de kachelpijp loopt dwars door de badkamer op de eerste etage. We zijn dus tig keer de trap op en afgelopen om te kijken of de pijp niet precies de badkuip gaat doorboren straks. Met behulp van twee pakken isolatiemateriaal – die moesten fungeren als haard – een centimeter en een gat in de vloer is het ons gelukt.

Verder hebben we gecheckt of Johannes en zijn collega-elektriciens hun werk goed doen. Of de lekkage op de tweede etage al is verholpen. Waar de spotjes in de badkamer moeten komen. En zo. Met een houtje (in plaats van papier) vol to do-dingen kwam ik de boerderij vanmiddag weer uit. Ik hoef me deze week niet te vervelen.