dinsdag, mei 08, 2007

Rug II

De rug. In februari schreef ik al dat de mijne nogal zeer deed. Dat er voortdurend pijnscheuten door heen gingen als ik op stond uit bed, bank of stoel. En dat ik dus maar weer eens naar mijn fysiotherapeut zou gaan. Dat heb ik gedaan.

Tom - zo heet 'ie - schrok een beetje van mijn rug. De boel was flink geïrriteerd. Zo erg zelfs, dat hij me per direct op non-actief stelde. Ik mocht bijna niets meer: niet te lang zitten (handig als je veel achter de computer en in de auto zit voor je werk), niet meer hardlopen (leuk als je net mee zou doen aan een 10 kilometer-wedstrijdje), maar vooral: niet meer klussen (helemaal fijn als je een huis bouwt). Ik mocht niet eens meer in de buurt komen van een hamer.

Zo kwam het dat ik de ene dag nog isolatiemateriaal in het plafond duwde, en de andere dag ziek thuis zat. Mooi klote, als bouwvrouw zijnde. Ik baalde enorm. Ineens moest ik het klussen aan Wilfred en vrienden overlaten, hing mijn gele overall ongebruikt aan een haakje, zette ik koffie in plaats van gipsplaten, kon ik alleen nog maar wandelen en liggen; de enige activiteiten die Tom nog wél toestond.

Maar na wat scheldkanonnades en een paar dagen afkicken, vond ik het helemaal niet zo erg dat ik tijdelijk was uitgeschakeld. Wat een rust! Geweldig. En dat twee weken lang!

Inmiddels ben ik weer een stuk opgeknapt, mede dankzij veel professioneel gekneed, gemasseer, gekraak en tientallen stevige ontstekingsremmende pillen - 'paardenmiddelen', volgens de bedrijfsarts. Ik werk weer, maar klussen doe ik nog altijd niet. Ik houd het op de verzorging van mensen die dat laatste wél kunnen, verven, opruimen, en het regelen van alles wat geregeld moet worden voor de bouw.

Echt veel vertraging heeft de bouw door mij niet opgelopen, omdat Wilfred altijd maar blijft doorgaan. Vraag is alleen hoe lang nog. Want afgelopen zaterdag, na acht uur timmeren, liep ook hij ineens krom. 'Door mijn rug gegaan', zei hij heel zielig. Ach, ooit komt dat huis wel een keer af.

donderdag, mei 03, 2007

Vakantie




Ik heb vakantie. Dat wil zeggen: zo staat het bij mijn werkgever in de boeken. In de praktijk heeft dit weekje vrij weinig met uitrusten en ontspanning te maken.

Het staat - zoals de meeste dagen sinds we de boerderij hebben gekocht - bijna volledig in het teken van klussen, bouwen en regelen. En van verkoudheid, want de eerste dag van mijn vakantie lag ik met een fikse snotterbel op bed. Ook dat is inmiddels vaste prik sinds de verbouwing: een paar dagen vrij worden steevast beloond met een griepje.

Met een zakdoek en kruik binnen handbereik begon ik woensdagochtend met het afwerken van ons to do-lijstje. Zo moest ik bellen met ene Abe Hengst, een spacwerker en stukadoor. Ik moest hem vragen of hij een keer bij ons langs wil komen voor het maken van een offerte. En ik moest bellen met onze installateur Bokma om te vragen wie onze nutsvoorzieningen gaat aanvragen, en doorgeven dat de vloerverwarming er voor 25 juni in moet zitten. Verder: bellen met bedrijven die promatectplaten kunnen leveren. Dat brandwerende materiaal hebben we nodig voor de omtimmering van het rookkanaal. Aangezien het nogal duur spul is - ruim 75 euro per vierkante meter - loont het de moeite vaak wel om meerdere leveranciers te bellen.

Na die paar telefoontjes stonden vader en zoon Robin van de Pall uit Zuidhorn op de stoep met een enorme vrachtwagen. Daarin zaten honderd gipsplaten die we een tijd geleden hadden besteld. Want we kwamen een paar tekort voor de tweede etage. Ook dat is inmiddels normaal: dat we te weinig van alles hebben: te weinig rockwool, te weinig mdf, te weinig balken, te weinig verf, te weinig latten. En dat we dus moeten bijbestellen. Vandaar dat er vandaag weer een vrachtje werd afgeleverd. Dat leverde trouwens de nodige opstoppingen op, vooral toen er een dikke tractor aan kwam. Actie op het platteland!

De rest van de middag heb ik vier kozijnen geschilderd. Na het avondeten maakten Wilfred en ik een nieuw to do-lijstje voor de volgende dag en dronken we ineens koffie met Abe Hengst, de spacwerker. Die had onverwachts een vrije avond en wilde graag langs komen. Abe is van het type veel lullen, dus vandaar dat hij al sterke verhalen vertellend ons huis door is gelopen om de boel te inspecteren. Conclusie: hij wil wel een offerte maken. Maar daarvoor moet hij wel eerst weten hoeveel vierkante meters er gestukadoord en gespact moeten worden. En hoeveel 'rechte hoeken' er gedaan moeten worden. Ja ja. Weer een nieuw punt voor het to do-lijstje dus.

Op het in ontvangst nemen van de promatectplaten na - zojuist bezorgd - is het vandaag een semi-rustdag. Met zowaar tijd voor een wandeling en een eetafspraak. Maar vrijdag en zaterdag staan weer als klusdagen te boek. Met veel verven, ritjes naar de stort, het ontvangen van een potentiële klant voor ons overschot aan dakpannen (eindelijk iets te veel van iets besteld!) en het bereiden van lunches voor het klusteam. En dan is de vakantie alweer bijna voorbij.

woensdag, mei 02, 2007

Verven




Ik weet het; de opwarming van de aarde is slecht en gevaarlijk voor mens, dier en natuur. Maar als vrouw op de bouw ben ik er stiekem heel blij mee. Want al die mooie zonnige, droge dagen komen erg goed uit als je de buitenkant van je huis moet verven. In ons geval betekent dat behoorlijk wat werk: de volledige dakgoot en minstens zestien kozijnen wachten nog op minstens twee verfbeurten. Samen zijn dat zeker enkele tientallen meters hout. En die mag ik onder handen gaan nemen.

Dankzij de klimaatverandering kon ik al begin april de verfkwasten uit de terpentine halen. Samen met klushulp Tineke begonnen we op het dakterras, om vorige week de voorgevel van het huis aan te pakken. En dat was helemaal niet erg. Al vervend namen we vanaf onze ladders de laatste nieuwtjes over onze levens door, om tegelijkertijd ook nog een lekker zomers teintje op te lopen. Zo is klussen helemaal niet erg. Hoewel we de volgende keer wel op een andere plek moeten verven, om ook de voorkant van benen en armen net zo bruin te laten worden.

Van mij mag dat weer nog best een tijdje van slag zijn. In elk geval zolang ik nog moet verven.

vrijdag, april 20, 2007

Rookkanaal




In een droomhuis hoort een open haard. Met een zacht kleedje ervoor, en een kat en een man en champagne. De laatste vier heb ik al; de open haard over een tijdje ook. We hebben er wel even krom voor moeten liggen, maar dan heb je ook wat, weet ik sinds woensdag.
Die dag kwamen twee mannen langs om alvast het rookkanaal aan te leggen. En dat is nogal wat: Een enorme glimmende roestvrijstalen buis met een doorsnee van 32 centimeter. Die hebben de heren dwars door alle verdiepingen heen geramd, om 'm uiteindelijk elf meter hoger bovenop het dak weer naar buiten te laten steken.
De buis doet me denken aan van die bomen die midden op een bouwplaats staan, maar niet gekapt mogen worden omdat ze tot een beschermde soort behoren. Met als gevolg dat uiteindelijk het huis of het kantoor om de boom wordt heen gebouwd. Het voelt nu een beetje alsof er zo'n met-uitsterven-bedreigde-boom in ons huis staat. Want die gigantische buis doorkruist pontificaal de badkamer en loopt op de tweede etage pal voor een raam langs. Alsof het niets is.
Toch was dit de beste optie, besloten we na weken vergaderen over de plek van de open haard in de woonkamer. Een metertje meer naar links of juist naar rechts, of iets meer naar voren of toch nog wat naar achteren? Aan elke plek kleefde wel een nadeel: óf de buis zou op de vide in het zicht komen, óf hij zou veel te dicht bij een deur uitkomen, óf het kanaal zou een stalen flens doorsnijden. Helemaal handig.
Uiteindelijk vonden we de huidige locatie het beste, ook al betekent het dat we het raam op de tweede etage moeten verplaatsen, en we in de badkamer een wat breder douchewandje dan normaal krijgen. En dat terwijl de haard zelf er nog niet eens is. Maar ja, je moet wat over hebben voor dat knappende haardvuur.

zaterdag, maart 10, 2007

Half negen


Zo moe als onze kat Brokkie er hier uit ziet, zo moe waren wij vorige week.
Dat komt zo. Op zich was het een normale zaterdagse klusdag geweest. Om half acht eruit, om half negen beginnen. Paar keer pauzeren en om vier uur stoppen. Dan de plaatselijke kroeg in voor een paar biertjes om daarna een beetje aangeschoten onder de douche te springen thuis.
Wel anders deze keer waren de klusjes. Ik had me op de kango geworpen. Een elektrische breekhamer of drilboor. Je ziet bouwvakkers er wel eens mee in de weer, op de stoep of op de weg. En anders hoor je ze wel, want ze maken oorverdovend veel herrie.
Met zo'n kango moest ik een gat uit de betonvloer hakken, op de plek waar de meterkast komt. Ik had nog nooit eerder met zo'n ding gewerkt, maar na wat oefenen begon ik enthousiast te beuken op het beton. En ja hoor, de stukken vlogen eruit. Leuk werk, dacht ik toen nog.
Na een half uur dacht ik heel andere dingen. Gemene, nare, boze dingen, want ik begon die kango behoorlijk zat te worden. Mijn rug deed pijn, het schoot niet op, de beitel bleef telkens vastzitten, de machine voelde steeds zwaarder aan en de betonvloer bleek ook nog eens vol bewapening te zitten - zoals het hoort, maar dat kwam nu even heel slecht uit.
Bovendien was het ook nog eens heel vermoeiend en inspannend werk. Ik zweette en hijgde en moest af en toe op de grond zitten, tussen het puin, om bij te komen. En dat terwijl ik nog niet eens een kwart had gedaan.
Ik was daarom extra blij toen het vier uur was en ik eindelijk kon stoppen. De betonvloer lag aan diggelen, maar ik ook. Het bier sloeg er dus extra hard in, en toen ik had gedoucht, was ik zo sloom als een schildpad.
Omdat we geen zin hadden in koken, gingen we naar een lekker tapastentje. Alsof we dagen niet hadden gegeten, zo gulzig stortten we ons op de in spek gerolde dadels, spinazietaartjes, spaanse kaasjes en gamba's. Klussen maakt hongerig.
Rond acht uur waren we alweer thuis, helemaal kapot. Even hebben we nog een poging gedaan een film te kijken - die echt interessant was - maar we waren te moe om het verhaal goed te kunnen volgen. Om half negen staarden we elkaar met rode ogen aan en knikten. De dag had lang genoeg geduurd. Het was tijd om naar bed te gaan.
Vandaag doen we misschien wel hetzelfde. Ja, ons leven is echt heel spannend.

donderdag, maart 01, 2007

Binnenhuisarchitect




We zijn bij Yvonne geweest, onze binnenhuisarchitect. Al vanaf het begin schetst, ontwerpt en tekent ze voor ons. Zo bedacht ze dat er een loopbrug in het huis moest komen. Briljant idee.

Ook deze keer kwam ze weer met originele suggesties. Stofjes voor onze nieuwe bank en loveseat, een stukje tapijt, kleuren die we op de muren kunnen verven, tegels in de wc en badkamer, plaatjes van wilde dessins voor op de wand. Erg gewaagd soms, maar boeiend en onverwacht.

Of we alle voorstellen overnemen, weet ik nog niet. Meestal moet ik ze een paar dagen op me in laten werken. Meestal is de conclusie dan dat ik ze prachtig vind. En meestal moeten we dan op zoek naar goedkopere alternatieven. Want design is geweldig, maar ook geweldig duur.

Behalve leuk, was het ook vervreemdend om het ineens weer over de inrichting van het huis te hebben. En je te verbeelden hoe het er straks uit komt te zien. Dat gebeurt niet zo vaak. Alleen als de nieuwe VT Wonen of Eigen Huis en Interieur in de brievenbus ligt. Of als we in een meubelzaak staan. Maar ook dat laatste komt maar zelden voor wegens tijdgebrek.

Meestal denk ik aan dingen die nu, of hoogstens volgende week, moeten gebeuren. Zoals het kopen van een nieuwe beitel voor de kangoo, het bestellen van nieuwe schroeven, het wegbrengen van een kar vol gips naar de stort. Het bellen van de aannemer om te zeggen dat hij nou eindelijk die lekkage op de tweede etage eens moet repareren. Of het controleren van de werkzaamheden van de elektricien.

Het was nogal schokkend gisteren om - met mijn hoofd nog vol bouwerige gedachten - bij het architectenbureau te zijn waar Yvonne werkt. Twee uur eerder stond ik nog het stof op te vegen in de boerderij, en nu bevond ik me ineens in een ruimte vol stalen van de meest prachtige tapijten, gordijnen, vloeren, tegels en stoffen.

Maar heerlijk was het ook. Want het drong tot me door dat het er waarschijnlijk echt van gaat komen. Dat het huis straks echt een keertje 'afwerkklaar' is en dat we dus de muren kunnen gaan stuccadoren en verven. Dat we gordijnen op kunnen gaan hangen, een vloer kunnen gaan leggen, en uiteindelijk met een enorm glas wijn voor de open haard kunnen gaan liggen, op een zacht tapijtje.

De hele terugweg heb ik gedroomd van het huis. Hoe mooi het gaat worden, hoe prachtig. Nog altijd droom ik een beetje. En dat probeer ik zo lang mogelijk vol te houden, liefst tot zaterdag. Langer zal me niet lukken. Dan schudden overall, stofmasker, handschoenen en isolatiemateriaal me weer fijntjes wakker.

dinsdag, februari 27, 2007

Mannen op de bouw






Hoe vervelend het klussen soms ook is, er is altijd één lichtpuntje: de mannen op de bouw!
Toegegeven, de één is leuker (om naar te kijken) dan de ander en sommigen hebben meer tekst dan hun collega's, maar het blijven kerels.

Natuurlijk hebben ze niet allemaal de gespierde torso's en knappe koppen van de tuinmannen en timmermannen in Desperate Housewifes of Sex in the City. Net zoals die acterende hunks geen Friese accenten hebben, of hangsnorren, bierbuiken, matjes of armen vol tattoos van naakte vrouwen.

Maar afgelopen zomer tijdens de hittegolf was het wel even serieus genieten. Shirtjes gingen uit, lange broeken werden verruild voor afgeknipte jeans. Beetje zon erop en hup, de zwetende lijven en sterke armen glommen me tegemoet. Ik had maar weinig fantasie nodig om me op de set van een vrouwenserie te wanen. Voor één keer hing ik niet de feminist uit en schonk ik met alle liefde limonade, koffie of biertjes in voor 'mijn' mannen. Voor één keer had ik even geen hekel aan klussen. Voor één keer was ik blij met de klimaatveranderingen.

Zolang het huis nog niet af is, mag het voor mij elke dag wel 30 graden zijn. Mannen hebben rokjes en jurkjes om naar uit te kijken. Ik bouwvakkers.

Rug


Zo heb je een oprit vol isolatiemateriaal, en zo heb je een zere rug.

Afgelopen week leverde een bouwbedrijf een flinke bestelling bij ons af: 50 pakken rockwool en 400 meter houten vullatten, zoals die dingen heten. De chauffeur - een man met een grote fleecetrui en vriendelijke lach - zette het materiaal netjes op onze oprit. Een half uur werk had hij eraan. Nog een beetje zwetend kwam hij bij me aan tafel zitten. We praatten wat over de kantoorboekhandel die hij vroeger had, en dronken samen een kopje koffie. Zo gaat dat. Toen ging hij weer; hij had nog een ritje naar Rotterdam.

Het was voor het eerst sinds maanden dat er zo'n grote bestelling werd afgeleverd. Vorig voorjaar stond er elke week wel een vrachtwagen voor de deur. De een nog groter en nog met meer vracht aan boord dan de ander. De oprit stond permanent vol. En als we 'm weer eens leeg hadden gehaald, duurde het nooit lang voordat de een of andere machine, container of stapel gipsplaten het pad naar de voordeur weer blokkeerde.



We waren eigenlijk voortdurend aan het sjouwen met zwaar materiaal. Niet zo vreemd dus dat ik aan het einde van de zomer enorme rugpijn had en me bij de fysiotherapeut meldde. Na veel gekneed, gemasseer, geoefen en een partij steunzolen was de rugpijn in december weg. Tot afgelopen vrijdag die aardige meneer dat pakket rockwool kwam brengen.

Bij gebrek aan personeel bracht ik alle 50 pakken zelf de boerderij in, en dat geldt ook voor die vullatten. Behoorlijk zware jongens, trouwens. Ik zweette dus flink en voelde her en der wat spieren verzuren. Daarna isoleerde ik nog enkele plafonds. Ook een leuke klus voor rug en armen.

Na een hete douche had ik me 's avonds lekker op de bank genesteld met een glas wijn. Toen ging de telefoon. Ik stond op, maar bleef halverwege haperen vanwege de pijn in mijn rug. Een ouderwetse steek, vol erin. Voorzichtig ging ik weer zitten. En weg was de pijn. Totdat ik wat van de vloer wilde pakken. Huppatee. Weer raak.

Zo is dat sindsdien nog een paar keer gegaan. En ook een paar minuten geleden was het weer raak. Ik loop nu dus een beetje krom, en scheef ook. Sta wat onhandig op uit stoelen. Ga door de knieën als ik iets op moet pakken. Draai me heel langzaam om op bed. Allemaal niet praktisch voor een bouwvrouw. Morgen - woensdag, onze vaste klusdag - doe ik het voor de verandering daarom maar wat rustiger aan. Eén ding zal ik wel doen: de fysio bellen.

woensdag, februari 21, 2007

Isoleren




Hier, drie vrouwen op de bouw. Van boven naar onder: Ingrid, Tineke en ik. Allemaal bezig met hetzelfde kloterige klusje: Het isoleren van het plafond. Met rockwool. Voor degenen onder u die niet weten wat het is: isolatiemateriaal van steenvezels. Ideaal spul om je huis mee warm en geluid mee buiten de deur te houden.

Tot zover de positieve eigenschappen. Want werken met rockwool is echt een verschrikking, zo weet ik sinds kort. Mijn vriend had ik er al over horen klagen en hoewel hij geen typische klager is, vond ik toch dat hij zich wat aanstelde toen hij hoestend en met rode ogen binnen kwam lopen na een uurtje isoleren. Ondanks handschoenen en mondkapje.

Totdat ik zelf de rockwool mocht gaan aanbrengen in het plafond. Ik had al eens wat van dat spul in een muur aangebracht, maar daar had ik geen noemenswaardige verwondingen aan overgehouden. Dit was andere koek. Duw maar eens een strook van dat materiaal recht boven je hoofd in een plafond. Alleen de beweging al - 'boven je macht werken' - is extreem irritant.

Maar als er dan ook nog van die kleine rockwoolvlokken naar beneden vallen, is de lol er snel vanaf. Want die vezels mogen dan een natuurproduct zijn, echt natuurlijk voelt het niet aan als je ze beetpakt, in je oog krijgt of inademt. Meteen begint je huid te jeuken, je oog te prikken en je keel zo erg te irriteren dat je keihard moet hoesten.

Toch maar die overall en handschoenen aangetrokken, dat Michael Jackson-kapje opgedaan en die heel charmante veiligheidsbril opgezet. Als een soort chrirug annex CO2-lasser ging ik opnieuw bezig. De handen en keel bleven ditmaal jeukvrij. En de ogen begonnen ook niet te irriteren. Maar ik was wel op slag blind. Want na 1 seconde ademen via een mondkapje ging die bril direct beslaan. Druk dan dat isolatiemateriaal maar eens precies op de juiste plek in het plafond.

Ik en ook Ingrid en Tineke weten nu dus dat Wilfred zich niet aanstelde over het hoge irritatie-gehalte van rockwool. Een van de elektriciens vertelde dat er zelfs bouwvakkers-in-spé een ander vak hebben gekozen omdat ze allergisch bleken te zijn voor rockwool. Zover is het nog niet met mij. Nóg niet. Maar ik moet nog 50 pakken. Tegen de tijd dat ik die heb weggewerkt, ben ik dat wel.

zondag, februari 18, 2007

Exterieurtje




Na zoveel foto's van de binnenkant van ons huis, nu ook een paar exterieurtjes.

Zondag Rustdag



Het is zondag en dat betekent tegenwoordig Rustdag. Heel saai, heel burgerlijk, maar wel heel hard nodig in tijden van verbouwing. Op zondag klussen we per definitie niet. Tip van mijn schoonvader Henk. Die heeft al drie keer een huis gebouwd en spreekt dus behoorlijk uit ervaring. Hij kluste elke zaterdag en ook nog eens elke avond, maar op zondag bleven hamer en spijkers onaangeroerd. Dat was voor hem de enige manier om het bouwen twee jaar lang vol te houden. En dan nog was de zin er behoorlijk af aan het einde van de rit.

Ik vond zijn regel eerst wat overdreven. Wilde op zondag ook klussen. Dan schoot het tenminste wat op. Inmiddels weet ik beter. Zou ik niet anders meer willen. Ben ik veel te moe om nóg een dag in overall rond te rennen. Zondag staat daarom gelijk aan uitslapen, de krant lezen, een flinke wandeling maken en hangen op de bank. En in slaap vallen op diezelfde bank.

Maar helemaal bouwvrij is de zondag niet. Want tussen al dat gehang door doen we nog de bouwadministratie en maken we een rondje door de boerderij. Minstens een uur lopen we door het huis, om stil te staan bij wat we allemaal al hebben gedaan en te genieten van de vorderingen. En om vervolgens te kijken wat we de komende week moeten regelen.

Vandaag bijvoorbeeld moesten we uitrekenen hoeveel meter plafondschroten we bij moeten bestellen. Dat zijn smalle houten latten die we om de 60 centimeter aan de plafondbalken bevestigen. Daar kunnen we later de plafondplaten aan vastschroeven. We hebben al enkele honderden meters erdoor heen gejaagd, maar weer zijn de latten op. We hebben nog eens 400 meter nodig, ontdekten we na wat tellen.

Ook het isolatiemateriaal – een stuk of 100 pakken – is alweer bijna op en dus hebben we per kamer uitgerekend hoeveel rockwool er nodig is: Nog minstens 50 pakken! Kunnen we straks weer een middagje sjouwen. Verder hebben we de positie van de open haard bepaald. Da’s nog een heel gedoe, want de kachelpijp loopt dwars door de badkamer op de eerste etage. We zijn dus tig keer de trap op en afgelopen om te kijken of de pijp niet precies de badkuip gaat doorboren straks. Met behulp van twee pakken isolatiemateriaal – die moesten fungeren als haard – een centimeter en een gat in de vloer is het ons gelukt.

Verder hebben we gecheckt of Johannes en zijn collega-elektriciens hun werk goed doen. Of de lekkage op de tweede etage al is verholpen. Waar de spotjes in de badkamer moeten komen. En zo. Met een houtje (in plaats van papier) vol to do-dingen kwam ik de boerderij vanmiddag weer uit. Ik hoef me deze week niet te vervelen.

zondag, januari 28, 2007

Installateur




Okay, het is iets later dan we oorspronkelijk hadden bedacht, maar nu is het toch zover: de installateur is begonnen! Om even voor achten 's ochtends stopte er een busje voor de deur. Het busje van de installateur. Met een ladder en andere praktische hulpmiddelen op het dak. Een mooi gezicht, vond ik, want het luidde weer een nieuwe periode in.
Johannes, zo stelde de blonde installateur zich voor. Hij is 24 jaar en woont bij ons in het dorp, bij zijn ouders. Dat laatste is meer omdat hij nog niet een leuk huisje hier heeft kunnen vinden. Woningen voor starters zijn schaars en vaak nog best duur, hier in Gaasterland. Maar, zo vertelde Johannes, hij heeft geen haast. Dat scheelt.
Toen Johannes bezig was in ons huis, heb ik een tijdje staan kijken naar wat hij doet en hoe hij alles doet. Ik weet niet hoe dat gaat, elektriciteit aanleggen in een huis. Maar nu kon ik het zien en dus volgde ik met een soort kinderlijke nieuwsgierigheid Johannes' handelingen: het vastboren van hele hordes gele plastic buizen aan het plafond. Je weet wel, die buizen waarmee je als kind papieren pijltjes afschoot op vijanden. Hij boorde wat en liep van de ene naar de andere kamer, en klom dan weer op de ladder. Of hij zette stopcontactdoosjes in de gipsplaten.
Het zag er ingewikkeld uit. Dat is het ook als je het voor het eerst doet, bij je eerste huis, zei Johannes. Maar als je het, zoals hij, vaker hebt gedaan, weet je precies hoe het moet. Ik geloofde hem direct. Wat wil je ook, met die blauwe ogen van hem.
Niet dat Johannes nou uit zijn hoofd weet waar alles moet komen. Dat haalt hij allemaal van een installatietekening. Daarop staat precies waar elk stopcontact, elk spotje, elke wandarmatuur (had ik ook nog nooit van gehoord) en elk lichtschakelaar moet komen. En op welke hoogte, en hoeveel van elk. Dingen waar ik nog niet eerder in mijn leven over na had gedacht. Maar nu dus wel. En meteen ook heel veel.
Uren hebben we nagedacht over waar in elke kamer lampen moeten komen en waar de stopcontacten. Al een jaar geleden begonnen we ermee, op papier. En de afgelopen weken deden we het opnieuw, maar nu 'life', in het huis. Elke ruimte zijn we langs gelopen om met een stift op de muur aan te geven wat er moet komen en waar.
Om dat te kunnen beslissen, moet je wel eerst weten wat je in die kamer gaat doen en waar je de meubels neer zet. Waar komt het bed, waar onze bedlampjes en waar dus de stopcontacten? Waar komen de wastafels en waar dus het stopcontact? Hoe gaat de deur open en waar moet dus de lichtschakelaar komen? Waar komt de computer en waar dus de kabelaansluiting?
Na een paar avondjes hadden we al struinend het hele huis ondergekladderd met zwarte graffiti. Mede dankzij het lichtplan van onze binnenhuisarchitecte Yvonne waren we er uitgekomen. Daarop staat precies waar de lampen komen en wat voor soort lampen: spotjes, een pendel, wandarmaturen.
Maar op dat plan staat niet welke lichtschakelaars op welke lampen zijn aangesloten. Met andere woorden: als je een schakelaar aan doet, welke lampen gaan er dan aan of uit? Alleen de spotjes aan het plafond, of ook de wandarmaturen? En ook de pendel boven de eettafel? En de lamp in het trappenhuis? Laatst hebben we dus ook een avondje daarover nagdacht. Een avondje logisch nadenken over dingen die zo vanzelfsprekend lijken, maar dat niet zijn, weet ik nu.
Maar ik dwaal af. In de afgelopen anderhalve week is Johannes vijf dagen bezig geweest. Hij is nog altijd op de begane grond. Het zal nog weken duren voor hij klaar is. Maar 'we' gaan vooruit. En daar gaat het om.

zaterdag, januari 13, 2007

Stort


Ik ben vaste klant bij de stort. Minstens een keer per maand kom ik er, met een volgeladen kar en auto. De vracht wisselt: in het begin van de bouw had ik de hele huisraad van het vakantiehuisje bij me, later volgden karren met hout, bakstenen, isolatiemateriaal en bouwpuin. Tegenwoordig zit ik vooral in het gips. Ik weet ook al precies in welke container ik het materiaal moet storten.
Voor sommige materialen moet je betalen. Daar kwamen we achter toen het eigenlijk al te laat was. Het was de allereerste keer dat we bij de stort kwamen. Een van de controleurs bekeek nauwgezet onze lading - betumen, gips, isolatiemateriaal - en schreef daarna 63 euro op het bonnetje. Sorry? Come again? Om te bewijzen dat hij echt gelijk had, gaf de man ons een briefje met alle tarieven voor de verschillende bouwmaterialen. En daar stond het. 63 euro voor een halve kub chemisch afval. Heel jammer.
Na betere bestudering van het beruchte briefje kwamen we erachter dat je veel geld kunt besparen door de verschillende bouwmaterialen gescheiden in te leveren. Sindsdien doen we dat dus. Maar dan nog blijft het elke keer weer afwachten wat je moet betalen. Want de ene keer berekent de controleur een volle kar als een halve kub, de andere keer als een kwart kub.
In die gevallen is het makkelijk dat je een vrouw bent. Die zien ze niet vaak op de stort. En zeker geen vrouwen in gele overall. En al helemaal geen vrouwen die ook nog de tijd nemen voor slap ouwehoeren. Natuurlijk doe ik dat in de eerste plaats om de prijs te drukken -wat me meestal ook lukt - maar inmiddels is een ritje naar de stort mede daardoor een leuk uitje geworden.
Durk - zoals de controleur van het eerste uur heet - vraagt hoe het met de bouw gaat, ik geef antwoord en vraag vervolgens of het erg druk is. Dat soort dingen. Het gaat nergens over, zeg maar. Veel zaterdagen verliepen volgens dat patroon, tot een zaterdag in april. Bij de ingang zag ik een bord waarop stond dat ik Dirk een zoen moest geven omdat hij met pensioen ging. Dat deed ik dus. Dirk had dat niet verwacht, want hij keek me erg verbaasd aan; zijn collega's vonden het schitterend. Ik vroeg hem naar zijn pensioenplannen en of hij het werk erg zou missen. Hij knikte van ja, en moest slikken. Ik had erg met hem te doen. Sindsdien heb ik Dirk nog één keer gezien op de stort - hij kon het niet laten.
De opvolger van Dirk is een aardige man, hoewel ik niet weet hoe hij heet. Met hem voer ik dezelfde soort gesprekken als met Dirk. Hij lacht best veel en matst me af en toe met de prijs. Ik kwam hem laatst tegen op een feest in ons dorp. Ik herkende hem eerst niet, maar toen zag ik het ineens: de man van de stort. We hebben wat gekletst en vrolijk geproost op de bouw, Friesland en de vuilnisdump.
Vandaag was ik er weer, met een kar vol gips. 'Mijn' controleur zat er ook. De prijzen waren iets omhoog gegaan in het nieuwe jaar, zei hij. En dat hij de volgende keer toch echt een halve in plaats van een kwart kub zou rekenen voor mijn bomvolle kar. Ik vond het allemaal prima, zwaaide vrolijk naar hem toen ik onder de slagboom door reed.

Doorgaan




Ontspannen! Niets lekkerder tijdens zo'n bouwproces dan af en toe flink relaxen. Kerst vieren, wandelen bij het IJsselmeer, shoppen voor lampen en meubilair. Hebben we veel gedaan de afgelopen dagen.

Behalve erg fijn, is een beetje 'chillen' ook hard nodig om het allemaal vol te houden. Om door te gaan. Om gemotiveerd te blijven. Want we hebben er nu een dik jaar bouwen opzitten, maar we moeten ook nog een jaar. En dat vind ik soms een erg onaantrekkelijk idee. Alles behalve aanlokkelijk.

Want dat betekent nog een jaar lang elke zaterdag en woensdag en andere vrije dagen vroeg op staan om de hele dag te gaan klussen. Nog een jaar lang elke dag to do-bouwlijstjes maken om er aan het einde van de dag achter te komen dat je nog maar de helft ervan hebt afgehandeld.

Nog een jaar lang controleren of aannemers, elektromonteurs en stukadoors hun werk wel goed doen. Nog een jaar lang offertes aanvragen. Nog een jaar lang aan (bijna) niets anders denken dan het huis. Nog een jaar lang moe zijn. Nog een jaar lang nauwelijks op vakantie gaan. Nog een jaar lang je vrienden verwaarlozen.

En zo kan ik nog wel even door gaan. Het klinkt afschuwelijk. En dat is het soms ook. De meeste vrienden en collega's hadden dat natuurlijk al veel eerder in de gaten. Die doen zoiets niet. Die weten wel beter. Die besteden het gewoon uit of beginnen er überhaupt niet.

Die kijken me verbaasd en vol afschuw aan als ze vragen hoe het met de bouw gaat en ik dan zeg dat nóg een jaar gaat duren. En die vragen daarna altijd hoofdschuddend 'hoe we dat toch volhouden'.

Afhankelijk van mijn bui antwoord ik dat we geen keuze hebben, dat we wel door moeten gaan nu we al zo ver zijn gekomen. Een andere keer vertel ik dat het een kwestie is van mindsetting: niet vooruit kijken, maar kijken naar wat je al hebt gedaan. Ook een goed ritme helpt: op tijd beginnen, op tijd stoppen en regelmatig ontspannen. Of ik zeg dat het gewoon erg leuk is om te doen, dat het veel bevrediging geeft om zelf je eigen huis te ontwerpen en te bouwen.

En soms antwoord ik dat ik het ook niet weet.

Metselen


Tijdens deze bouw barst het van de mijlpalen. Het dak af, de buitenmuren klaar, alle verdiepingsvloeren erin, de dakgoot in de lak. Het gaat maar door. Op 9 december hadden we ook een bijzondere mijlpaal. We waren die dag precies 1 jaar eigenaar van dit gebouw. Echt gevierd hebben we het niet. We hadden het te druk met het bereiken van de volgende mijlpaal: een muur van 6 bij 3,80 meter metselen in de vide.

Voordat mijn schoonvader Henk aan de klus kon beginnen, moesten we nog het nodige voorbereiden, zoals de ruim 2400 eigenhandig schoongebikte bakstenen binnen opstapelen en maatvoering op de profielen aanbrengen (om ervoor te zorgen dat je de bakstenen waterpas op elkaar metselt). Verder moesten we van alles klaar zetten: de waterslang, cementzakken en cementmolen om het cement mee en in te maken, de kruiwagen om het cement in te vervoeren, speciekuipen om het cement in te doen en metselgereedschap om het cement aan te brengen. Ook hadden we nog allerlei materiaal klaar liggen om een steiger van te kunnen bouwen.

Henk had vier dagen gereserveerd om de muur te metselen. Enthousiast ging hij woensdag aan de slag. Iets minder enthousiast kwam hij twee uurtjes later ons huisje - de schaftkeet - binnen. Hij liep een beetje gebogen, wreef met zijn hand over zijn rug, die blijkbaar nogal pijn deed. Een paar dagen eerder was hij door zijn rug gegaan, en door al dat gebuk tijdens het metselen werd de rug er niet soepeler op. Maar hij klaagde niet en ging stug door. Met als gevolg dat hij vrijdag enorm krom liep en minstens vijf minuten nodig had om op te staan uit een stoel. Het zag er heel zielig uit. Maar ondanks zijn driedubbele hernia-achtige pijnen, presteerde hij het toch om de muur af te krijgen. Nog wel een dag eerder dan gepland.

Ik moest eerst even wennen aan het resultaat. Vond al die steentjes er nogal kitsch uit zien, maar inmiddels ben ik er helemaal weg van. Weer een mijlpaal bereikt.

dinsdag, december 26, 2006

Sjouwen



Nu de bouw binnen langzaam maar gestaag - cliché, maar zo gaat het echt - vordert, wordt de boerderij steeds leger. Vanaf april lagen binnen continue allerlei stapels bouwmateriaal. Het begon met honderden houten balken, daarna volgden honderden houten vloerplaten, honderden stalen profielen, honderden gipsplaten en honderden pakken isolatiemateriaal. En ik ben nu vast nog wel iets vergeten. Tot aan het plafond stond al dat spul opgestapeld in de woonkamer en op de eerste etage.

Voordat het daar lag, had het eerst een tijdje op de oprit gelegen. Bij de oprit houdt de service bij de meeste leveranciers op. Hoe je de boel binnen krijgt, moet je zelf maar uitzoeken. In ons geval betekende dat: alles zelf met de hand naar binnen tillen over een afstand van zo'n 25 meter. In het begin vond ik dat nog wel leuk, zeker als de zon scheen. Maar na een uurtje sjouwen met zware, vier meter lange houten balken gaat de lol er wel een beetje af. Zeker als je er daarna nog tweehonderd moet.

Maar dat was nog niets vergeleken met de honderden gipsplaten die we naar binnen hebben moeten sjouwen. In de zomer, precies toen we een weekje aan het zeilen waren in Zweden, bedacht onze leverancier om alle gipslaten in één keer af te leveren, in plaats van in meerdere sessies. Dat was niet alleen vervelend omdat wij er die week dus niet waren, maar vooral omdat het om 2 ton gips ging: ruim 600 gipsplaten! En die had meneer allemaal op onze oprit neergezet, bleek toen we lekker uitgerust terug kwamen van vakantie.

Onze hele oprit was tot aan de nok toe gevuld met stapels gips. Plus het overige bouwmateriaal, zoals een bouwafvalcontainer, een vijf meter hoge betonmolen en schaftkeet. Omdat gips niet nat mag worden, moesten we de platen zo snel mogelijk naar binnen zien te krijgen. Tientallen avonden en vrije uurtjes waren we bezig om die platen één voor één naar binnen te tillen. Uit verveling begon ik te tellen hoeveel kilometers we aflegden tijdens die sessies op onze oprit en in onze boerderij. Ik kwam uit op zeker vijftien.

Nog geen dag nadat we de laatste plaat binnen hadden neergelegd, stopte er weer een vrachtauto voor de deur. Aan boord ruim 125 pakken isolatiemateriaal. Konden we weer opnieuw beginnen.

Ik kan er daarom extra goed van genieten om die stapels bouwmateriaal te zien slinken, of zelfs helemaal te zien verdwijnen. Honderden meters isolatiemateriaal zitten inmiddels tussen de muren, en honderden platen gipsmateriaal staan recht op. En dat voelt goed. Bijkomend voordeel van al dat gesjouw: ik heb voor het eerst in mijn leven (kleine) spierballen!

Gips




We zitten in de gipsfase. Sinds de buitenkant van het huis en de woningscheidende wand af zijn, konden we met de muren van de kamers beginnen. Net als bij de woningscheidende wand, maken we die muren van staalprofielen, isolatiemateriaal en gipsplaten. Tegen beide kanten van het profiel zetten we een dubbele laag gips, zodat de muren lekker stevig worden.

Eerst hebben we door het hele huis de profielen gezet en die gevuld met isolatiemateriaal, daarna konden we de gipsplaten er tegenaan schroeven. Zo makkelijk als het klinkt, is het trouwens niet. Elke plaat moet passend worden gemaakt. En zeker als je veel schuine wanden en stalen balken in je huis hebt, zoals wij, is het soms nog een heel gepriegel om zo'n plaat er goed, strak en zonder scheuren in te krijgen. Vandaar dat er ook nog wel eens een plaat wil sneuvelen - in elkaar getrapt door Wilfred of mij.

Dit alles wist ik een jaar geleden allemaal niet, want ik had nog nooit een gipsplaat gezet. Inmiddels weet ik wel hoe het moet, ook al ben ik vooral goed in het assisteren. Zo denk ik mee over welk deel eruit gesneden moet worden om de plaat passend te kunnen maken. Ook kan ik heel goed helpen bij het verplaatsen en rechtop zetten van die enorme platen - sommige zijn wel 3 meter lang en 1.20 m breed. En tenslotte ben ik een echte boormaster. In een beetje plaat zitten al gauw 30 schroeven. Die dingen goed in het gips boren, is best lastig. De schroeven kunnen heel makkelijk scheef gaan, naast het profiel terecht komen, uit je hand vallen of te diep in het gips komen. Maar dat overkomt me dus allemaal niet meer, want boor, schroeven en ik zijn echte vrienden.

Hoewel we steeds meer vaardigheid krijgen in het zetten van die gipsplaten, echt snel gaat het allemaal nog niet. Na twee maanden 'gipsen' zijn we klaar met de begane grond en de 1e verdieping. Volgende week beginnen we met de 2e verdieping. Dat het zo lang duurt, komt omdat het zo'n groot huis is, omdat we de muren van een dubbele laag gips voorzien, én omdat ik lang niet altijd meehelp. Wilfred moet het dan in zijn eentje doen, en zonder assistent duurt alles toch weer langer. Maar hij vindt het nu eenmaal ook veel leuker dan ik om gipsplaten te zetten.

De voortgang mag dan gestaag zijn, toch is het heel gaaf om alle kamers vorm te zien krijgen, en dus ook het huis. Nu pas wordt echt duidelijk hoe de kamers eruit komen te zien en hoe groot ze worden. Zoals de inloopkast: daar kan je letterlijk een eindje in lopen.

zondag, december 17, 2006

Schone bakstenen





We verdienen een plaats in het Guiness Book of Records. We hebben het afgelopen jaar een recordaantal bakstenen schoongemaakt. Minstens 3000, misschien wel 4000. Een enorme prestatie, vind ik, zeker als je ziet hoeveel moeite het kost om die dingen schoon te maken. Ook een heel nuttige prestatie, want dankzij die inspanning hebben we nu weer heel mooie oude nieuwe muren. Of nieuwe oude muren.

De bakstenen komen uit de oorspronkelijke zij- en achtergevel van onze uit 1880 stammende boerderij. Die waren al gesloopt toen we het huis kochten. We hadden de stenen nodig voor de nieuw te bouwen zij- en achtergevel, en voor een binnenmuur. We konden ook nieuwe of tweedehands stenen kopen. Maar we vonden het mooier om hiervoor de originele stenen - Friese geeltjes zoals ze heten - te gebruiken. Dat is bovendien wel zo goedkoop. Een Fries geeltje kost nieuw zeventig eurocent, gebruikt 45 eurocent. Da's niet leuk, als je er 3000 nodig hebt.

We besloten daarom de stenen die toch al in de tuin lagen schoon te maken. Maar hoe?
Een uurtje prutsen met een hamer en beitel leverde een nauwelijks bevredigend resultaat op: zere handen, en hooguit 20 schone jongens. Bovendien is het ook erg deprimerend om in een kale boerderij midden in de winter met de hand bakstenen schoon te beitelen.

Dat kon beter, dacht ik en probeerde het daarom met een elektrische beitel. Je ziet me hiermee worstelen op de laatste foto. Dat ging al stukken beter: tussen de 60 en 90 stenen in het uur. Toch kleefde ook aan deze methode bezwaren. Lamme vingers van het knijpen in de boor, zere rug, en problemen met het op z'n plaats houden en omdraaien van de stenen. Ook wilde een steen nog wel eens in tweeën breken als je te veel gas gaf met de boor. Maar dankzij een ingenieuze stellage van hout en staal, bedacht door mijn oom Jimmy, ging het al veel beter.
Jimmy en zijn vrouw Tineke kregen op die manier 250 stenen schoon op 1 dag.

Omdat het toch niet dé ideale oplossing was, en omdat de boor er op een dag mee ophield, bleef ik speuren naar betere oplossingen. Mijn buurman Harm vertelde dat ik een elektrische bikmachine moest hebben, te huur bij gereedschapverhuurbedrijven. Na veel telefoontjes en miscommunicatie - 'nee, ik wil geen zandschudmachine' - had ik er één gevonden.

Het is een heel handig apparaatje, op pootjes, met aan weerszijden zes beitels. Zodra je de stekker in het stopcontact steekt, bewegen die beitels snel heen en weer. Het enige wat je moet doen, is de baksteen langs die beitels drukken, legde de verhuurman uit. Heel eenvoudig, en je kunt er bovendien nog met twee man/vrouw tegelijk aan werken.

Enthousiast gingen we thuis met het ding aan de slag. De man had inderdaad gelijk. Het ging snel en soepel. Afgezien van de rugpijn, vond ik het ineens zelfs leuk om stenen schoon te maken. Helemaal als je het samen deed. Dan vlogen de stenen erdoor. We deden soms wel 300 stenen op een dag.

Twee weken geleden heb ik tijdens mijn vakantie het apparaat voor het laatst gehuurd. Ik moest nog dik 800 stenen schoonmaken, dan zouden we genoeg stenen hebben om ook de laatste muur - binnen - te metselen. Ik had er aanmerkelijk minder zin in dan afgelopen voorjaar, toen ik de machine voor het eerst huurde. Nog één week hees ik me elke dag in mijn gele overall, zette ik mijn veiligheidsbril en oorbeschermers op, deed ik mijn handschoenen aan en installeerde me achter de machine. Ik droomde weg tijdens het bikken en telde de stenen af, want echt leuk vond ik het al lang niet meer.

Vorige week zaterdag was de klus eindelijk af, mede dankzij mijn hard werkende tante Tineke. Onze ruggen waren kapot, maar de stenen schoon. Ze staan inmiddels in de boerderij opgestapeld, klaar om te worden gemetseld. Ik ben gelukkig, want ik hoef hopelijk nooit meer te bikken. En dat voelt zalig.