zondag, februari 18, 2007

Zondag Rustdag



Het is zondag en dat betekent tegenwoordig Rustdag. Heel saai, heel burgerlijk, maar wel heel hard nodig in tijden van verbouwing. Op zondag klussen we per definitie niet. Tip van mijn schoonvader Henk. Die heeft al drie keer een huis gebouwd en spreekt dus behoorlijk uit ervaring. Hij kluste elke zaterdag en ook nog eens elke avond, maar op zondag bleven hamer en spijkers onaangeroerd. Dat was voor hem de enige manier om het bouwen twee jaar lang vol te houden. En dan nog was de zin er behoorlijk af aan het einde van de rit.

Ik vond zijn regel eerst wat overdreven. Wilde op zondag ook klussen. Dan schoot het tenminste wat op. Inmiddels weet ik beter. Zou ik niet anders meer willen. Ben ik veel te moe om nóg een dag in overall rond te rennen. Zondag staat daarom gelijk aan uitslapen, de krant lezen, een flinke wandeling maken en hangen op de bank. En in slaap vallen op diezelfde bank.

Maar helemaal bouwvrij is de zondag niet. Want tussen al dat gehang door doen we nog de bouwadministratie en maken we een rondje door de boerderij. Minstens een uur lopen we door het huis, om stil te staan bij wat we allemaal al hebben gedaan en te genieten van de vorderingen. En om vervolgens te kijken wat we de komende week moeten regelen.

Vandaag bijvoorbeeld moesten we uitrekenen hoeveel meter plafondschroten we bij moeten bestellen. Dat zijn smalle houten latten die we om de 60 centimeter aan de plafondbalken bevestigen. Daar kunnen we later de plafondplaten aan vastschroeven. We hebben al enkele honderden meters erdoor heen gejaagd, maar weer zijn de latten op. We hebben nog eens 400 meter nodig, ontdekten we na wat tellen.

Ook het isolatiemateriaal – een stuk of 100 pakken – is alweer bijna op en dus hebben we per kamer uitgerekend hoeveel rockwool er nodig is: Nog minstens 50 pakken! Kunnen we straks weer een middagje sjouwen. Verder hebben we de positie van de open haard bepaald. Da’s nog een heel gedoe, want de kachelpijp loopt dwars door de badkamer op de eerste etage. We zijn dus tig keer de trap op en afgelopen om te kijken of de pijp niet precies de badkuip gaat doorboren straks. Met behulp van twee pakken isolatiemateriaal – die moesten fungeren als haard – een centimeter en een gat in de vloer is het ons gelukt.

Verder hebben we gecheckt of Johannes en zijn collega-elektriciens hun werk goed doen. Of de lekkage op de tweede etage al is verholpen. Waar de spotjes in de badkamer moeten komen. En zo. Met een houtje (in plaats van papier) vol to do-dingen kwam ik de boerderij vanmiddag weer uit. Ik hoef me deze week niet te vervelen.

zondag, januari 28, 2007

Installateur




Okay, het is iets later dan we oorspronkelijk hadden bedacht, maar nu is het toch zover: de installateur is begonnen! Om even voor achten 's ochtends stopte er een busje voor de deur. Het busje van de installateur. Met een ladder en andere praktische hulpmiddelen op het dak. Een mooi gezicht, vond ik, want het luidde weer een nieuwe periode in.
Johannes, zo stelde de blonde installateur zich voor. Hij is 24 jaar en woont bij ons in het dorp, bij zijn ouders. Dat laatste is meer omdat hij nog niet een leuk huisje hier heeft kunnen vinden. Woningen voor starters zijn schaars en vaak nog best duur, hier in Gaasterland. Maar, zo vertelde Johannes, hij heeft geen haast. Dat scheelt.
Toen Johannes bezig was in ons huis, heb ik een tijdje staan kijken naar wat hij doet en hoe hij alles doet. Ik weet niet hoe dat gaat, elektriciteit aanleggen in een huis. Maar nu kon ik het zien en dus volgde ik met een soort kinderlijke nieuwsgierigheid Johannes' handelingen: het vastboren van hele hordes gele plastic buizen aan het plafond. Je weet wel, die buizen waarmee je als kind papieren pijltjes afschoot op vijanden. Hij boorde wat en liep van de ene naar de andere kamer, en klom dan weer op de ladder. Of hij zette stopcontactdoosjes in de gipsplaten.
Het zag er ingewikkeld uit. Dat is het ook als je het voor het eerst doet, bij je eerste huis, zei Johannes. Maar als je het, zoals hij, vaker hebt gedaan, weet je precies hoe het moet. Ik geloofde hem direct. Wat wil je ook, met die blauwe ogen van hem.
Niet dat Johannes nou uit zijn hoofd weet waar alles moet komen. Dat haalt hij allemaal van een installatietekening. Daarop staat precies waar elk stopcontact, elk spotje, elke wandarmatuur (had ik ook nog nooit van gehoord) en elk lichtschakelaar moet komen. En op welke hoogte, en hoeveel van elk. Dingen waar ik nog niet eerder in mijn leven over na had gedacht. Maar nu dus wel. En meteen ook heel veel.
Uren hebben we nagedacht over waar in elke kamer lampen moeten komen en waar de stopcontacten. Al een jaar geleden begonnen we ermee, op papier. En de afgelopen weken deden we het opnieuw, maar nu 'life', in het huis. Elke ruimte zijn we langs gelopen om met een stift op de muur aan te geven wat er moet komen en waar.
Om dat te kunnen beslissen, moet je wel eerst weten wat je in die kamer gaat doen en waar je de meubels neer zet. Waar komt het bed, waar onze bedlampjes en waar dus de stopcontacten? Waar komen de wastafels en waar dus het stopcontact? Hoe gaat de deur open en waar moet dus de lichtschakelaar komen? Waar komt de computer en waar dus de kabelaansluiting?
Na een paar avondjes hadden we al struinend het hele huis ondergekladderd met zwarte graffiti. Mede dankzij het lichtplan van onze binnenhuisarchitecte Yvonne waren we er uitgekomen. Daarop staat precies waar de lampen komen en wat voor soort lampen: spotjes, een pendel, wandarmaturen.
Maar op dat plan staat niet welke lichtschakelaars op welke lampen zijn aangesloten. Met andere woorden: als je een schakelaar aan doet, welke lampen gaan er dan aan of uit? Alleen de spotjes aan het plafond, of ook de wandarmaturen? En ook de pendel boven de eettafel? En de lamp in het trappenhuis? Laatst hebben we dus ook een avondje daarover nagdacht. Een avondje logisch nadenken over dingen die zo vanzelfsprekend lijken, maar dat niet zijn, weet ik nu.
Maar ik dwaal af. In de afgelopen anderhalve week is Johannes vijf dagen bezig geweest. Hij is nog altijd op de begane grond. Het zal nog weken duren voor hij klaar is. Maar 'we' gaan vooruit. En daar gaat het om.

zaterdag, januari 13, 2007

Stort


Ik ben vaste klant bij de stort. Minstens een keer per maand kom ik er, met een volgeladen kar en auto. De vracht wisselt: in het begin van de bouw had ik de hele huisraad van het vakantiehuisje bij me, later volgden karren met hout, bakstenen, isolatiemateriaal en bouwpuin. Tegenwoordig zit ik vooral in het gips. Ik weet ook al precies in welke container ik het materiaal moet storten.
Voor sommige materialen moet je betalen. Daar kwamen we achter toen het eigenlijk al te laat was. Het was de allereerste keer dat we bij de stort kwamen. Een van de controleurs bekeek nauwgezet onze lading - betumen, gips, isolatiemateriaal - en schreef daarna 63 euro op het bonnetje. Sorry? Come again? Om te bewijzen dat hij echt gelijk had, gaf de man ons een briefje met alle tarieven voor de verschillende bouwmaterialen. En daar stond het. 63 euro voor een halve kub chemisch afval. Heel jammer.
Na betere bestudering van het beruchte briefje kwamen we erachter dat je veel geld kunt besparen door de verschillende bouwmaterialen gescheiden in te leveren. Sindsdien doen we dat dus. Maar dan nog blijft het elke keer weer afwachten wat je moet betalen. Want de ene keer berekent de controleur een volle kar als een halve kub, de andere keer als een kwart kub.
In die gevallen is het makkelijk dat je een vrouw bent. Die zien ze niet vaak op de stort. En zeker geen vrouwen in gele overall. En al helemaal geen vrouwen die ook nog de tijd nemen voor slap ouwehoeren. Natuurlijk doe ik dat in de eerste plaats om de prijs te drukken -wat me meestal ook lukt - maar inmiddels is een ritje naar de stort mede daardoor een leuk uitje geworden.
Durk - zoals de controleur van het eerste uur heet - vraagt hoe het met de bouw gaat, ik geef antwoord en vraag vervolgens of het erg druk is. Dat soort dingen. Het gaat nergens over, zeg maar. Veel zaterdagen verliepen volgens dat patroon, tot een zaterdag in april. Bij de ingang zag ik een bord waarop stond dat ik Dirk een zoen moest geven omdat hij met pensioen ging. Dat deed ik dus. Dirk had dat niet verwacht, want hij keek me erg verbaasd aan; zijn collega's vonden het schitterend. Ik vroeg hem naar zijn pensioenplannen en of hij het werk erg zou missen. Hij knikte van ja, en moest slikken. Ik had erg met hem te doen. Sindsdien heb ik Dirk nog één keer gezien op de stort - hij kon het niet laten.
De opvolger van Dirk is een aardige man, hoewel ik niet weet hoe hij heet. Met hem voer ik dezelfde soort gesprekken als met Dirk. Hij lacht best veel en matst me af en toe met de prijs. Ik kwam hem laatst tegen op een feest in ons dorp. Ik herkende hem eerst niet, maar toen zag ik het ineens: de man van de stort. We hebben wat gekletst en vrolijk geproost op de bouw, Friesland en de vuilnisdump.
Vandaag was ik er weer, met een kar vol gips. 'Mijn' controleur zat er ook. De prijzen waren iets omhoog gegaan in het nieuwe jaar, zei hij. En dat hij de volgende keer toch echt een halve in plaats van een kwart kub zou rekenen voor mijn bomvolle kar. Ik vond het allemaal prima, zwaaide vrolijk naar hem toen ik onder de slagboom door reed.

Doorgaan




Ontspannen! Niets lekkerder tijdens zo'n bouwproces dan af en toe flink relaxen. Kerst vieren, wandelen bij het IJsselmeer, shoppen voor lampen en meubilair. Hebben we veel gedaan de afgelopen dagen.

Behalve erg fijn, is een beetje 'chillen' ook hard nodig om het allemaal vol te houden. Om door te gaan. Om gemotiveerd te blijven. Want we hebben er nu een dik jaar bouwen opzitten, maar we moeten ook nog een jaar. En dat vind ik soms een erg onaantrekkelijk idee. Alles behalve aanlokkelijk.

Want dat betekent nog een jaar lang elke zaterdag en woensdag en andere vrije dagen vroeg op staan om de hele dag te gaan klussen. Nog een jaar lang elke dag to do-bouwlijstjes maken om er aan het einde van de dag achter te komen dat je nog maar de helft ervan hebt afgehandeld.

Nog een jaar lang controleren of aannemers, elektromonteurs en stukadoors hun werk wel goed doen. Nog een jaar lang offertes aanvragen. Nog een jaar lang aan (bijna) niets anders denken dan het huis. Nog een jaar lang moe zijn. Nog een jaar lang nauwelijks op vakantie gaan. Nog een jaar lang je vrienden verwaarlozen.

En zo kan ik nog wel even door gaan. Het klinkt afschuwelijk. En dat is het soms ook. De meeste vrienden en collega's hadden dat natuurlijk al veel eerder in de gaten. Die doen zoiets niet. Die weten wel beter. Die besteden het gewoon uit of beginnen er überhaupt niet.

Die kijken me verbaasd en vol afschuw aan als ze vragen hoe het met de bouw gaat en ik dan zeg dat nóg een jaar gaat duren. En die vragen daarna altijd hoofdschuddend 'hoe we dat toch volhouden'.

Afhankelijk van mijn bui antwoord ik dat we geen keuze hebben, dat we wel door moeten gaan nu we al zo ver zijn gekomen. Een andere keer vertel ik dat het een kwestie is van mindsetting: niet vooruit kijken, maar kijken naar wat je al hebt gedaan. Ook een goed ritme helpt: op tijd beginnen, op tijd stoppen en regelmatig ontspannen. Of ik zeg dat het gewoon erg leuk is om te doen, dat het veel bevrediging geeft om zelf je eigen huis te ontwerpen en te bouwen.

En soms antwoord ik dat ik het ook niet weet.

Metselen


Tijdens deze bouw barst het van de mijlpalen. Het dak af, de buitenmuren klaar, alle verdiepingsvloeren erin, de dakgoot in de lak. Het gaat maar door. Op 9 december hadden we ook een bijzondere mijlpaal. We waren die dag precies 1 jaar eigenaar van dit gebouw. Echt gevierd hebben we het niet. We hadden het te druk met het bereiken van de volgende mijlpaal: een muur van 6 bij 3,80 meter metselen in de vide.

Voordat mijn schoonvader Henk aan de klus kon beginnen, moesten we nog het nodige voorbereiden, zoals de ruim 2400 eigenhandig schoongebikte bakstenen binnen opstapelen en maatvoering op de profielen aanbrengen (om ervoor te zorgen dat je de bakstenen waterpas op elkaar metselt). Verder moesten we van alles klaar zetten: de waterslang, cementzakken en cementmolen om het cement mee en in te maken, de kruiwagen om het cement in te vervoeren, speciekuipen om het cement in te doen en metselgereedschap om het cement aan te brengen. Ook hadden we nog allerlei materiaal klaar liggen om een steiger van te kunnen bouwen.

Henk had vier dagen gereserveerd om de muur te metselen. Enthousiast ging hij woensdag aan de slag. Iets minder enthousiast kwam hij twee uurtjes later ons huisje - de schaftkeet - binnen. Hij liep een beetje gebogen, wreef met zijn hand over zijn rug, die blijkbaar nogal pijn deed. Een paar dagen eerder was hij door zijn rug gegaan, en door al dat gebuk tijdens het metselen werd de rug er niet soepeler op. Maar hij klaagde niet en ging stug door. Met als gevolg dat hij vrijdag enorm krom liep en minstens vijf minuten nodig had om op te staan uit een stoel. Het zag er heel zielig uit. Maar ondanks zijn driedubbele hernia-achtige pijnen, presteerde hij het toch om de muur af te krijgen. Nog wel een dag eerder dan gepland.

Ik moest eerst even wennen aan het resultaat. Vond al die steentjes er nogal kitsch uit zien, maar inmiddels ben ik er helemaal weg van. Weer een mijlpaal bereikt.

dinsdag, december 26, 2006

Sjouwen



Nu de bouw binnen langzaam maar gestaag - cliché, maar zo gaat het echt - vordert, wordt de boerderij steeds leger. Vanaf april lagen binnen continue allerlei stapels bouwmateriaal. Het begon met honderden houten balken, daarna volgden honderden houten vloerplaten, honderden stalen profielen, honderden gipsplaten en honderden pakken isolatiemateriaal. En ik ben nu vast nog wel iets vergeten. Tot aan het plafond stond al dat spul opgestapeld in de woonkamer en op de eerste etage.

Voordat het daar lag, had het eerst een tijdje op de oprit gelegen. Bij de oprit houdt de service bij de meeste leveranciers op. Hoe je de boel binnen krijgt, moet je zelf maar uitzoeken. In ons geval betekende dat: alles zelf met de hand naar binnen tillen over een afstand van zo'n 25 meter. In het begin vond ik dat nog wel leuk, zeker als de zon scheen. Maar na een uurtje sjouwen met zware, vier meter lange houten balken gaat de lol er wel een beetje af. Zeker als je er daarna nog tweehonderd moet.

Maar dat was nog niets vergeleken met de honderden gipsplaten die we naar binnen hebben moeten sjouwen. In de zomer, precies toen we een weekje aan het zeilen waren in Zweden, bedacht onze leverancier om alle gipslaten in één keer af te leveren, in plaats van in meerdere sessies. Dat was niet alleen vervelend omdat wij er die week dus niet waren, maar vooral omdat het om 2 ton gips ging: ruim 600 gipsplaten! En die had meneer allemaal op onze oprit neergezet, bleek toen we lekker uitgerust terug kwamen van vakantie.

Onze hele oprit was tot aan de nok toe gevuld met stapels gips. Plus het overige bouwmateriaal, zoals een bouwafvalcontainer, een vijf meter hoge betonmolen en schaftkeet. Omdat gips niet nat mag worden, moesten we de platen zo snel mogelijk naar binnen zien te krijgen. Tientallen avonden en vrije uurtjes waren we bezig om die platen één voor één naar binnen te tillen. Uit verveling begon ik te tellen hoeveel kilometers we aflegden tijdens die sessies op onze oprit en in onze boerderij. Ik kwam uit op zeker vijftien.

Nog geen dag nadat we de laatste plaat binnen hadden neergelegd, stopte er weer een vrachtauto voor de deur. Aan boord ruim 125 pakken isolatiemateriaal. Konden we weer opnieuw beginnen.

Ik kan er daarom extra goed van genieten om die stapels bouwmateriaal te zien slinken, of zelfs helemaal te zien verdwijnen. Honderden meters isolatiemateriaal zitten inmiddels tussen de muren, en honderden platen gipsmateriaal staan recht op. En dat voelt goed. Bijkomend voordeel van al dat gesjouw: ik heb voor het eerst in mijn leven (kleine) spierballen!

Gips




We zitten in de gipsfase. Sinds de buitenkant van het huis en de woningscheidende wand af zijn, konden we met de muren van de kamers beginnen. Net als bij de woningscheidende wand, maken we die muren van staalprofielen, isolatiemateriaal en gipsplaten. Tegen beide kanten van het profiel zetten we een dubbele laag gips, zodat de muren lekker stevig worden.

Eerst hebben we door het hele huis de profielen gezet en die gevuld met isolatiemateriaal, daarna konden we de gipsplaten er tegenaan schroeven. Zo makkelijk als het klinkt, is het trouwens niet. Elke plaat moet passend worden gemaakt. En zeker als je veel schuine wanden en stalen balken in je huis hebt, zoals wij, is het soms nog een heel gepriegel om zo'n plaat er goed, strak en zonder scheuren in te krijgen. Vandaar dat er ook nog wel eens een plaat wil sneuvelen - in elkaar getrapt door Wilfred of mij.

Dit alles wist ik een jaar geleden allemaal niet, want ik had nog nooit een gipsplaat gezet. Inmiddels weet ik wel hoe het moet, ook al ben ik vooral goed in het assisteren. Zo denk ik mee over welk deel eruit gesneden moet worden om de plaat passend te kunnen maken. Ook kan ik heel goed helpen bij het verplaatsen en rechtop zetten van die enorme platen - sommige zijn wel 3 meter lang en 1.20 m breed. En tenslotte ben ik een echte boormaster. In een beetje plaat zitten al gauw 30 schroeven. Die dingen goed in het gips boren, is best lastig. De schroeven kunnen heel makkelijk scheef gaan, naast het profiel terecht komen, uit je hand vallen of te diep in het gips komen. Maar dat overkomt me dus allemaal niet meer, want boor, schroeven en ik zijn echte vrienden.

Hoewel we steeds meer vaardigheid krijgen in het zetten van die gipsplaten, echt snel gaat het allemaal nog niet. Na twee maanden 'gipsen' zijn we klaar met de begane grond en de 1e verdieping. Volgende week beginnen we met de 2e verdieping. Dat het zo lang duurt, komt omdat het zo'n groot huis is, omdat we de muren van een dubbele laag gips voorzien, én omdat ik lang niet altijd meehelp. Wilfred moet het dan in zijn eentje doen, en zonder assistent duurt alles toch weer langer. Maar hij vindt het nu eenmaal ook veel leuker dan ik om gipsplaten te zetten.

De voortgang mag dan gestaag zijn, toch is het heel gaaf om alle kamers vorm te zien krijgen, en dus ook het huis. Nu pas wordt echt duidelijk hoe de kamers eruit komen te zien en hoe groot ze worden. Zoals de inloopkast: daar kan je letterlijk een eindje in lopen.

zondag, december 17, 2006

Schone bakstenen





We verdienen een plaats in het Guiness Book of Records. We hebben het afgelopen jaar een recordaantal bakstenen schoongemaakt. Minstens 3000, misschien wel 4000. Een enorme prestatie, vind ik, zeker als je ziet hoeveel moeite het kost om die dingen schoon te maken. Ook een heel nuttige prestatie, want dankzij die inspanning hebben we nu weer heel mooie oude nieuwe muren. Of nieuwe oude muren.

De bakstenen komen uit de oorspronkelijke zij- en achtergevel van onze uit 1880 stammende boerderij. Die waren al gesloopt toen we het huis kochten. We hadden de stenen nodig voor de nieuw te bouwen zij- en achtergevel, en voor een binnenmuur. We konden ook nieuwe of tweedehands stenen kopen. Maar we vonden het mooier om hiervoor de originele stenen - Friese geeltjes zoals ze heten - te gebruiken. Dat is bovendien wel zo goedkoop. Een Fries geeltje kost nieuw zeventig eurocent, gebruikt 45 eurocent. Da's niet leuk, als je er 3000 nodig hebt.

We besloten daarom de stenen die toch al in de tuin lagen schoon te maken. Maar hoe?
Een uurtje prutsen met een hamer en beitel leverde een nauwelijks bevredigend resultaat op: zere handen, en hooguit 20 schone jongens. Bovendien is het ook erg deprimerend om in een kale boerderij midden in de winter met de hand bakstenen schoon te beitelen.

Dat kon beter, dacht ik en probeerde het daarom met een elektrische beitel. Je ziet me hiermee worstelen op de laatste foto. Dat ging al stukken beter: tussen de 60 en 90 stenen in het uur. Toch kleefde ook aan deze methode bezwaren. Lamme vingers van het knijpen in de boor, zere rug, en problemen met het op z'n plaats houden en omdraaien van de stenen. Ook wilde een steen nog wel eens in tweeën breken als je te veel gas gaf met de boor. Maar dankzij een ingenieuze stellage van hout en staal, bedacht door mijn oom Jimmy, ging het al veel beter.
Jimmy en zijn vrouw Tineke kregen op die manier 250 stenen schoon op 1 dag.

Omdat het toch niet dé ideale oplossing was, en omdat de boor er op een dag mee ophield, bleef ik speuren naar betere oplossingen. Mijn buurman Harm vertelde dat ik een elektrische bikmachine moest hebben, te huur bij gereedschapverhuurbedrijven. Na veel telefoontjes en miscommunicatie - 'nee, ik wil geen zandschudmachine' - had ik er één gevonden.

Het is een heel handig apparaatje, op pootjes, met aan weerszijden zes beitels. Zodra je de stekker in het stopcontact steekt, bewegen die beitels snel heen en weer. Het enige wat je moet doen, is de baksteen langs die beitels drukken, legde de verhuurman uit. Heel eenvoudig, en je kunt er bovendien nog met twee man/vrouw tegelijk aan werken.

Enthousiast gingen we thuis met het ding aan de slag. De man had inderdaad gelijk. Het ging snel en soepel. Afgezien van de rugpijn, vond ik het ineens zelfs leuk om stenen schoon te maken. Helemaal als je het samen deed. Dan vlogen de stenen erdoor. We deden soms wel 300 stenen op een dag.

Twee weken geleden heb ik tijdens mijn vakantie het apparaat voor het laatst gehuurd. Ik moest nog dik 800 stenen schoonmaken, dan zouden we genoeg stenen hebben om ook de laatste muur - binnen - te metselen. Ik had er aanmerkelijk minder zin in dan afgelopen voorjaar, toen ik de machine voor het eerst huurde. Nog één week hees ik me elke dag in mijn gele overall, zette ik mijn veiligheidsbril en oorbeschermers op, deed ik mijn handschoenen aan en installeerde me achter de machine. Ik droomde weg tijdens het bikken en telde de stenen af, want echt leuk vond ik het al lang niet meer.

Vorige week zaterdag was de klus eindelijk af, mede dankzij mijn hard werkende tante Tineke. Onze ruggen waren kapot, maar de stenen schoon. Ze staan inmiddels in de boerderij opgestapeld, klaar om te worden gemetseld. Ik ben gelukkig, want ik hoef hopelijk nooit meer te bikken. En dat voelt zalig.

vrijdag, december 08, 2006

Dromen

Nooit eerder in mijn leven heb ik zoveel nagedacht over relatief onbelangrijke zaken als de vorm van een toiletpot of kraan. Maar als dat huis straks af is, moet er wel iets leuks in komen te staan. En dus zijn we voortdurend op zoek naar dingen als wastafels, keukens, tegels en koelkasten. Alsof we op jacht zijn, zo voelt het.

Niet dat ik meteen al zo ver was. Net na de koop van ons huis zette ik me eerst flink af tegen de woongekte in dit land. Die overdreven focus op design en comfort, terwijl sommige mensen al blij zijn met een paar golfplaten als huis.

Erg lang duurde deze fase trouwens niet, want al snel moesten we allerlei beslissingen nemen over de indeling en inrichting van ons huis. Waar komen de kamers, hoe groot moeten die worden, wel of geen inloopkast en sauna? Dingen waar ik nooit eerder over had nagedacht. Om inspiratie op te doen, zijn we op internet gaan surfen en lid geworden van allerlei woonbladen. En dan gaat het al snel fout. Inmiddels wil ik dus ook die mooie Mosa-tegels in de badkamer, en die leuke rechthoekige wastafels van Sphinx. Ik zit er zelfs zo diep in, dat ik het bijna nergens anders meer over kan hebben. Ik begin er zelfs over te dromen.

Dat zit zo. Omdat de installateur over een klein maandje gaat beginnen, hebben we de jacht op sanitair en keukens geïntensiveerd. Gisteren hadden we daarom tot een officiële jachtdag gebombardeerd. Dat hadden we wel verdiend, na vier stevige klusdagen op rij.

We begonnen met een bezoek aan een betonzaak in de buurt, waar we een keukenblad laten maken. Na een dik uur kijken en lullen was de deal rond en waren wij met een tas vol brochures over beton op weg naar ons volgende doelwit: badkamerwinkels.

In drie zaken hebben we ons uren lang verlekkerd aan wastafels, kranen, baden, fonteintjes, glazen douchedeuren en tegels. De meest lelijke modellen zag ik, maar ook mooie exemplaren die dan jammergenoeg ook meteen (te) mooi geprijsd waren.

Toen we tegen acht uur 's avonds weer thuis waren - helemaal blij omdat we nu in elk geval weten welke wastafels en bad het moeten worden - doken we meteen het internet op. Want de kick van een dagje shoppen is namelijk om thuis te kijken hoeveel goedkoper die mooie stoel, wastafel of koelkast is als je 'm via internet koopt. En ook nu bleek het inderdaad weer honderden euro's te schelen.

Moe van de jacht en met de dollartekens nog in de ogen lagen we later die avond in bed. Niet dat ik kon slapen. Al het sanitair en beton dat ik die dag had gezien, flitste weer voorbij. Het hield maar niet op. Zelfs toen ik na veel gedraai eindelijk in slaap was gevallen, werd ik midden in de nacht weer wakker. Mijmerend over het bad en de wastafels! Ik draaide me om en zag dat Wilfred ook wakker was. 'Ik moet telkens aan de badkamers denken', zei hij.

Dromen over sanitair... Hilarisch, maar vooral zorgwekkend. Ik hoop maar dat de jacht snel voorbij is. Kan ik tenminste weer over exotischer dingen dromen.

maandag, november 20, 2006

Gas



meer info volgt nog

Raak


Soms sla je raak. Niet op de spijker, maar op je vinger. Wilfred kan er sinds kort over mee praten. Ik was op de eerste etage gipswanden aan het zetten, toen er van beneden ineens een enorm kabaal kwam. Veel geschreeuw, veel gevloek en daarna klonk het alsof iemand van alles in elkaar trapte. Ik dacht dat Wilfred en zijn vader tijdens het bevestigen van dampwerend folie op de wanden per ongeluk een ruit hadden ingeslagen en besteedde er niet zo veel aandacht aan.

Totdat Wilfred tijdens de koffiebreak vroeg of ik niet benieuwd was naar de reden van die herrie. Ik knikte, waarop Wilfred me zijn vinger liet zien. Er zat een grote blauwe knijpblaar op. Zo'n grote had ik nog nooit gezien. Heel zielig zag het eruit, heel pijnlijk ook.

Zaterdag was het mijn beurt om dampwerende folie op de wanden te bevestigen. Dat doe je met behulp van heel korte spijkertjes die platte koppen hebben. Asfaltnagels, heten ze in jargon. Ze zijn zo kort, dat je ze net beet kunt houden aan het steeltje. Om niet op je vingers te slaan, moet je ze daarom op een speciale manier vast pakken. Wilfred demonstreerde de techniek en liet me waarschuwend nog even zijn inmiddels zwart geworden blaar zien.

Ik startte dus extra voorzichtig. Spijkerde precies volgens de instructies. Al snel kreeg ik er lol in, want ik bleek het best goed te kunnen. Die lol maakte weer plaats voor fanatisme. En toen ging het mis. Ik pakte de spijker te nonchalant vast, waardoor ik op mijn nagel sloeg, in plaats van op de spijker. Ik gooide er wat krachttermen uit en stampte kwaad op de vloer, zo zeer deed het.

Het was niet de enige pijnig die dag. Binnen acht uur liep ik nog een keer keihard met mijn bovenbeen tegen een gipsplaat, stootte mijn knie tegen een wandje, schraapte een stukje huid van mijn knokkels en liep talloze splinters op. En ook Wilfred hield het niet bij die ene blaar. Gelukkig zijn de spijkers bijna op.

donderdag, november 16, 2006

Muur II



De muur is af! De muur tussen ons huis en het huis van de buren. Hij is dicht, helemaal, van de begane grond tot hoog in de nok van de boerderij. Geweldig is het. Nooit geweten dat ik zo blij kon worden van een muur.

Het is ook wel een heel speciale muur. Want het kostte veel gevloek, gestunt en gesjouw om dat ding te maken. Ook afgelopen zaterdag was er weer veel zweet nodig om de laatste drie gaten te dichten.

Vooral het gat op de derde etage was vervelend. Bijvoorbeeld omdat we aan de achterkant moesten werken, aan de kant van de buren dus. En die hebben geen derde verdieping, en dus was er niets voor ons om op te staan. Joop gebruikte daarom een houten balk als werkplateau. Erg onstabiel, erg gevaarlijk en erg onverantwoord.

Hij moest zich ook letterlijk in allerlei bochten wringen om de gipsplaten vast te schroeven. Die gipsplaten moesten we trouwens door dat hele kleine gat steken. Ook een behoorlijk onhandig karweitje.

Maar Joop kreeg het allemaal voor elkaar en dus zat om 12.30 uur precies ook het laatste gat dicht. Omdat Joop nu niet meer bij onze helft van de boerderij kon komen, moest hij via het deel van de buren terug. Met zijn handen vol gereedschap en een ladder - die hij nodig had om van die wiebelige balk af te komen - liep hij door hun huis. Wel een beetje raar.

Nog raarder is dat ik bijna emotioneel kan worden van zo'n moment. Als een moeder die haar kind net z'n eerste woordje heeft horen zeggen. Da's misschien iets te overdreven is. Maar toch. Het zullen wel bouwhormonen zijn.

zondag, november 12, 2006

Uit de dip


Goed nieuws. Voor mezelf dan. Ik ben uit de dip. Een paar weken geleden had ik het volledig gehad met de bouw. Ik had geen zin meer in bouwvakkers over de vloer, telefoontjes met aannemers, stoffige overallen, gesjouw met hout of ritjes naar de stort. Ik wilde helemaal niets meer met de bouwerij te maken hebben. Ik keek niet eens meer naar de boerderij, zo weinig zin had ik er nog in. Ik wilde alleen nog maar shoppen, uitslapen, op vakantie.

De dip was, achteraf gezien, heel verklaarbaar. Zo zijn we al een behoorlijk lange tijd aan het klussen: elf maanden. Zeker als ik dat vergelijk met de tijd die vrienden aan een verbouwing besteden - maximaal een half jaar - is dat een flinke periode. Maar de voornaamste reden waarom ik het even had gehad, is dat ik twee weekeinden achter elkaar op vakantie was geweest. Da's funest. Dan ruik je weer aan het 'gewone' leven, dat veel leuker is dan het leven van een vrouw op de bouw.

Waarmee ik niet wil zeggen dat deze bouwerij niet leuk is. Het is prachtig om een bouwval uit te zien groeien tot een echt onderkomen. Maar doordat we zo druk aan het klussen zijn, doen we heel veel andere dingen niet meer. Daar hebben we geen tijd en vooral geen energie meer voor. En ook geen geld, want dat pompen we allemaal in ons huis.

Ons leven komt daardoor - kort samengevat - op het volgende neer: geen lange, dure, verre reizen, nauwelijks nog weekeindjes weg, niet meer tot diep in de nacht op stap (want de volgende dag staat er om zeven uur alweer een groepje bouwvakkers op de stoep), minder feestjes, minder bezoekjes aan vrienden, minder winkelen, minder sporten, minder van alles eigenlijk. En dat is prima, zolang je je het maar niet (te veel) beseft.

De beste remedie is daarom strak doorgaan. Niet te veel weekeindjes ontspannen, niet te veel leuke uitjes plannen, maar gewoon doorrammen, net zolang tot het af is. En wat ook goed helpt, is zelf meedoen. Stoffige overall en oude gympen aan, blik op oneindig en aan de slag. Dan wordt het vanzelf leuk, merkte ik gisteren.

Ik moest Joop assisteren, omdat zijn broer Sikke is gebleseerd. Van half acht 's ochtends tot bijna vier uur 's middags stond ik daarom weer te klussen. Schroeven in gipsplaten boren, profielen vasthouden, gipsplaten sjouwen, de boel aanvegen. Als vanouds, zeg maar. Ook de pijnlijke en vreselijk stijve rug en de vermoeidheid na afloop waren als vanouds. Maar ook het trotse gevoel, want we zijn weer iets opgeschoten.

'k Heb nu al zin in woensdag, dan mag ik weer!

donderdag, november 02, 2006

Hulp





Een beetje hulp op de bouw is altijd handig. Floris, Emma en hun ouders Marieke en Radboud komen regelmatig langs om het bouwproces te versnellen. Floris en Emma blinken uit in vies worden, Marieke kan heel goed schilderen en hout sprokkelen, terwijl Radboud gek is op het grovere werk: slopen, sjouwen, scheuren, slepen.

Dat het bieden van een helpende hand bij het klussen niet zonder gevaar is, ontdekte Radboud een paar weken geleden toen hij hielp bij het omhoog takelen van gipsplaten. Nadat hij precies één gipsplaat had gesjouwd ging hij door zijn rug. Even vloekte hij de hele verdieping bij elkaar, daarna ging hij door alsof er niets was gebeurd. Totdat hij het rond een uur of drie niet meer trok en met een rug vol pijn op de bank neer streek.

's Avonds wurmde hij zich als een oud mannetje in de auto. Slapen ging die nacht niet erg goed, en ook de volgende paar dagen ging hij gebogen en krom door het leven.

Het afgelopen weekeinde was ik aan de beurt. Ik kreeg een zware stalen balk tegen mijn hand toen we dat ding op de kar wilden leggen. Ik gilde het letterlijk uit van de pijn. Het is zowiezo fijn om af en toe flink te schreeuwen in het openbaar. Maar dit maal had al dat lawaai wel een reden, want ik had een behoorlijk bloederige wond in mijn inmiddels blauw aangelopen hand.

Echt leuk dus dat klussen bij ons. Grote kans dat je met een hernia of vinger minder naar huis terug gaat. Nu maar hopen dat er ooit nog iemand wil komen helpen.

maandag, oktober 30, 2006

Muur


Een muur bouwen. Hoe moeilijk kan het zijn, denk je. Behoorlijk moeilijk dus, weet ik sinds kort. Vooral als het om een woningscheidende muur gaat. In elk twee-onder-een-kap huis zit er één. Het ding loopt meestal van de vloer tot aan de nok en is brandwerend. Zo staat het althans in de meeste bouwvoorschriften, en ik denk dat de meeste woningscheidende muren in de pratijk ook wel aan die eisen voldoen.

Behalve die van ons. Onze buren zijn na de eerste etage gestopt met het bouwen van zo'n wand. Waarom weet ik niet. Het zal wel iets met geld of zin te maken hebben, en dan vooral een gebrek aan die dingen. Het huis is vanaf de tweede etage dus geen twee-onder-een-kapper meer, maar een grote villa. Beetje apart is dat, want we kunnen via de tweede etage zo bij de buren naar binnen lopen en al hun gesprekken haast woordelijk volgen.

Beetje onhandig is het ook, zeker nu wij toe zijn gekomen aan het bouwen van onze woningscheidende wand. Die maken we van gipsplaat: twee gipsplaten aan de ene kant van de profielen, en twee aan de andere kant. Er tussenin zit isolatiemateriaal.

Op de begane grond en eerste etage levert dit geen problemen op, want we kunnen tegen de muur van de buren aan bouwen. Maar vanaf de tweede etage is er geen muur meer. En omdat de buren daar deels ook geen vloer meer hebben, maar een groot gat vanaf de begane grond, hebben we meterslange ladders nodig, veel creativiteit en nog meer lef om onze muur te bouwen. Ook op de derde etage - de vliering - is het alleen met veel halsbrekende toeren mogelijk om de wand erin te zetten. Want ook daar ontbreekt het bij de buren aan een vloer.

Maar gelukkig is daar het Friese 'the A team' : Joop en Sikke. Deze onverschrokken helden rennen als een soort moderne comboys over smalle wiebelige planken en nog dunnere stalen balken. Lachend, zonder enig spoortje van angst, met boormachine en hamer in de aanslag. Een klusje als dit zien ze als een uitdaging, niet als een probleem.

Enthousiast gaan ze dus aan de slag met de muur. Zo enthousiast dat ze alleen beneden komen om te eten, drinken of te plassen. Tijdens het klussen praten ze niet veel, brommen ze alleen af wat aanwijzingen naar elkaar. Boormachines en het gestamp van Sikke's klompen op de houten vloerplaten is het enige dat je hoort.

Maar ook bij cowboys gaat het licht wel eens uit. Bij Joop en Sikke gebeurt dat rond een uur of drie. Lijkbleek strompelen ze de ladders af. De kleren nat van het zweet, de gezichten vol groeven en onder het stof. Volledig afgepeigerd zijn ze. Alsof ze uit een weken durende veldslag komen, die ze nipt hebben gewonnen.

Ik schenk ze een glaasje limonade in. Geef ze er wat pepernoten bij. Ze nemen er nauwelijks iets van. Zelfs Joop, normaal toch best een goeie eter, heeft geen interesse. Ze lachen nog wat beleefd en rijden weg in hun busje. Het is bijna aandoenlijk.

Snel ga ik daarna naar boven om te zien wat ze hebben gedaan. En dat is veel. Op twee grote gaten na zit de hele wand erin. Zowel op de de tweede als de derde etage. Ik vind het haast ongelooflijk. Wat een kanjers zijn het, wat een vakmannen.

En wat is het geweldig dat we nu ook bijna echt gescheiden zijn van de buren. Dat het ook echt een twee-onder-een-kaphuis is in plaats van een tot elkaar veroordeelde woongroep. En dat dit allemaal is gelukt zonder dat er iemand is verongelukt.

Wordt vervolgd

vrijdag, oktober 13, 2006

Gehad

Ik wist dat het een keer zou komen. Het moment waarop je het even totaal hebt gehad met de bouwerij. Mijn schoonzus, die ook zelf een huis bouwde, had me er al voor gewaarschuwd. Nu is het dus zover. Precies tien maanden na onze eerste sloopsessie ben ik even klaar met alles. Met mijn verkoudheid en snotneus, maar vooral met ons bouwproject.

Niet dat ik de laatste tijd nou zo actief heb lopen klussen. Integendeel. Ik heb de afgelopen twee weekeinden zelfs helemaal niets gedaan. Het ene weekeinde zat ik me in Barcelona te vergapen aan Gaudi's bouwkunsten en vol te gieten met Cava, het volgende weekeinde sliep ik met vrienden in een Betere Boeren Bedstee op het Friese platteland. Allemaal heerlijke uitjes, waar ik even niet dacht aan gipsplaten, profielen en verfkwasten.

De thuiskomst was beide keren behoorlijk ruw. Zo zit je nog tapas te eten op een zonnig terrasje en zo sta je weer tussen het stof in je overall. Misschien komt het dus wel juist door die break dat ik me op dit moment zo aan ons bouwproject stoor. Ik wil helemaal geen dakgoot verven, karren vol puin naar de stort brengen of lunches klaar maken voor hard werkende mannen. Ik wil geen VT of Elle Wonen meer doorbladeren. Ik wil genieten, shoppen, tot twee uur 's middags uitslapen, lui romans lezen op een strandstoel.

De werkelijkheid is anders. Lig ik met griep op bed, komen er weer van die mannetjes langs om een scheef liggend dakpannetje te repareren. Of staat er ineens een installateur op het balkon om regenpijpen aan te brengen. Allemaal heel goed natuurlijk, want het moet gebeuren, maar niet nu. Zette ik in de zomer nog braaf koffie voor de kerels, dit keer blijf ik gewoon in bed liggen.

Ik ben zelfs zo pissig, dat ik niet eens kom kijken als Wilfred de eerste wand klaar heeft. Ik wil gewoon even niet die kloterige boerderij in en geconfronteerd worden met al dat gereedschap, de troep, de honderden gipsplaten die we nog ergens op moeten schroeven.

Daar zit ik dan. Een vrouw op de bouw die sjagrijnig is omdat ze bouwt. Of eigenlijk niet bouwt. Ergens is het heel lachwekkend. Vooral als je bedenkt dat het nog wel een jaar duurt voordat alles af is. En dat zeuren gewoon geen zin heeft. Ik moet gewoon doorzetten. Het klinkt zo eenvoudig. En dat wordt het vast ook wel weer. Maar vandaag nog even niet.

woensdag, september 27, 2006

Mannenpraat


Tot nu toe ben ik best tevreden over mijn rol als vrouw op de bouw. Op wat uitzonderingen na, doe ik met de meeste werkzaamheden gewoon mee: ik sloop, bik, sjouw, til, verf en sleep bijna net zo hard als de mannen. Tussendoor zorg ik voor drinken en eten. Als ik even geen zin heb, vraag ik of er nog iets uit de bouwmarkt moet komen en ga ik lekker shoppen. Een perfecte combi, vind ik zelf.

De mannen lijken zich er ook wel in te kunnen vinden dat ik mee help. Hoewel sommige het natuurlijk niet kunnen laten af en toe een opmerking te maken. Zo roepen mijn buurmannen Minne en Harm - respectievelijk staalwerker en timmerman - steevast 'he, bouwvakker' als ze me bezig zien in een overall. Maar verder storen de meeste kerels zich er niet aan.

Sterker nog, ze blijven zichzelf en praten dus vooral over mannendingen. Auto's. Motoren. Caravans. Gereedschap. Afgelopen zaterdag ging het niet anders. Ik hielp de kerels eerst mee met het verslepen van de gipsplaten en zat daarna om half tien klaar met koffie en krentenbollen.

En meteen begon ook de mannenpraat. Dit maal ging het over de rolverdeling thuis. Stofzuigen en afwassen? Dat doen de heren nooit. Daar is hun vrouw voor, zeiden ze stellig. Als ze het bij hoge uitzondering al eens moeten doen, zorgen ze ervoor dat ze veel fouten maken. Zodat hun vrouw het voortaan liever zelf doet.

Ze hadden het ook over hun kleding. Ze weten nooit wat ze aan moeten trekken, vandaar dat hun vrouw elke avond een setje klaar legt, inclusief sokken en onderbroek. Alle mannen knikten instemmend.

Eten koken. Net zoiets. Doet hun vrouw. Broodjes die mee gaan in de broodbak? Smeert hun vrouw. Het ging ook nog over seks. Het kwam erop neer dat de oudsten (60-plussers) het niet meer doen. Ze vertelden het lachend, zonder enige gêne.

Mij vroegen ze niets en dat vond ik prima. Ik hield mijn mond, stak geen feministisch verhaal af. In plaats daarvan bedacht ik gniffelend hoe mijn vriend zou reageren als er ineens een stapeltje kleren voor hem klaar ligt. Ik heb nu al zin het uit te testen.

zondag, september 24, 2006

Takel


Al weken ligt de boerderij vol met dik 600 gipsplaten. Een groot deel daarvan moet omhoog, naar de 1e, 2e en 3e etage. Elke plaat weegt ruim 25 kilo en is tussen de 2.60 tot 3 meter lang. Totaal onhandige dingen dus, die je niet in je eentje, maar ook niet met z'n tweeën een verdieping hoger tilt, zo ondervonden Wilfred en Radboud onlangs.

Ze probeerden de platen via twee ladders omhoog te schuiven. Na vier platen en heel wat gevloek hielden ze ermee op. Veel te zwaar werk, en te onhandig. Dat moest anders.

We informeerden daarom bij verhuurbedrijven naar bouwliften, maar volgens de medewerkers kon je daar absoluut geen gipsplaten mee transporteren. Gelukkig kennen we Joop en Sikke, twee handige mannen die alles kunnen maken van staal. Dus ook een lift.

Ze lasten 'm afgelopen vrijdagavond in elkaar, en de volgende ochtend stond 'ie bij ons in de boerderij. Het is een fantastische constructie, bestaande uit een stalen balk waaraan alles hangt, een frame waarop tien gipsplaten passen, een 'touw' van canvas banden en ijzer, een elektrische motor en een afstandsbediening.

Het was spannend of het apparaat inderdaad zou werken, maar een druk op de knop was genoeg om de boel in beweging te krijgen. Het leverde Joop en Sikke een staande ovatie op van de drie andere aanwezigen. Daarna konden we gaan sjouwen.

Al snel kwamen we in een goed rimte: we zetten tien platen op het frame en takelden de boel omhoog. Zodra het frame op de eerste etage was, legden we balken en vloerplaten over het gat, en lieten het frame op het 'vloertje' zakken. Als we alle gipsplaten van het frame hadden gehaald, takelden we het frame even omhoog om het 'vloertje' weer weg te kunnen schuiven. Dan takelden we het frame naar beneden en laadden het weer vol met gipsplaten.

Tegen twee uur hadden we op deze manier een stuk of 400 gipsplaten over de 1e en 2e verdieping verspreid en minstens tien liter vocht verloren per persoon. Ik was kapot van al het sjouwen, maar voelde ook voldoening. Het was gelukt. Dankzij de hulp van veel hardwerkende mannen en vrouwen was die kloteklus bijna geklaard.

Precies, bijna. Niet helemaal, want we moeten nog tientallen gipsplaten naar de 3e etage brengen. Hoe we dat gaan doen, zien we wel als we daar aan toe zijn. Later.

Vroeg

Ik kijk hier misschien heel vrolijk, maar dat is schijn. De foto maakte ik op zaterdagochtend om 6.20 uur. Vroeg dus, zeker als je geen kinderen hebt en dus eigenlijk zou kunnen uitslapen. Maar wie een huis bouwt, ontkomt er niet aan af en toe vroeg op te staan.

Zoals afgelopen zaterdag. De wekker stond zo teringvroeg, omdat die dag 4 mannen kwamen helpen. Mannen die allemaal in de bouw werken of hebben gewerkt, en gewend zijn om vroeg te beginnen. In de bouw na zevenen starten, doe je gewoon niet. Dat is iets voor 'mietjes', om even in hun jargon te blijven. Dan maar een mietje. Ik kan er gewoon slecht aan wennen, zelfs na driekwart jaar klussen.

Toch heb ik er de laatste tijd minder moeite mee dan vroeger, dankzij een mooi verhaal van een koffiejuffrouw. Ik kwam haar tegen op de veehandel in Leeuwarden. Ze schonk koffie en beerenburg in voor de handelaren daar, al vanaf een uur of 4 's ochtends! Ze deed dat zo opgewekt en met zo veel overgave, dat ik haar vroeg hoe het kwam dat ze was zoals ze was.

Ze vertelde dat ze een tijdje geleden een boerin was tegengekomen. De koffiejuffrouw had de boerin gevraagd wat ze van haar vak vond. De boerin antwoordde dat ze de meeste werkzaamheden niet heel bijzonder vond. Het voeren van de beesten niet, de administratie niet, de schuur schoonmaken niet. Maar dankzij 1 ding bleef ze haar werk fantastisch vinden.

Als ze 's ochtends vroeg de koeien moest melken en vanaf haar krukje door de stalraampjes naar buiten keek en de zon zag opkomen, dacht ze altijd: 'De dag begint en ik ben er bij'. Sinds ze de boerin sprak, is dat ook wat de koffiejuffrouw drie keer per week denkt als haar wekker om drie uur 's nachts afgaat.

En sinds ik de koffiejuffrouw sprak, denk ik het ook, telkens als ik er voor mijn doen veel te vroeg uit moet om te klussen. 'De dag begint en ik ben erbij.' Ik moet toegeven dat het helpt. Een heel klein beetje.

maandag, september 18, 2006

Troep!





Onze tuin is een enorme bende. Het lijkt wel of er een bom is ontploft. Dat komt zo. Tijdens de verbouwing doet de tuin tijdelijk dienst als opslagplaats voor bouwmateriaal. Binnen hebben we daar geen plaats voor. Vandaar dat op bijna elke vierkante meter wel iets ligt of staat. Van dakpannen, bakstenen en houten balken tot palets, kruiwagens en emmers vol bouwafval.

En dan is het nu eigenlijk nog netjes. Een paar maanden geleden was het minstens 10 keer zo erg. De voortuin stond toen zo vol met bouwmateriaal - onder andere 2 ton gipsplaten, een container voor bouwafval, een schaftkeet, steigers en een 8 meter hoge cementmolen - dat je niet eens meer zag dat het een tuin was. Het gras en de oprit waren compleet verdwenen en de enige manier om nog bij ons huis te komen, was via een sluipdoor-kruipdoor route.

Inmiddels zijn de cementmolen, keet en container weg, en liggen alle gipsplaten in de boerderij. Stuk voor stuk - en het waren er toch minstens 600 - hebben we ze naar binnen gebracht. Lopend van de oprit naar de boerderij en weer terug met een gipsplaat onder de arm, en dat dus 600 keer. Tijdens het sjouwen heb ik uit verveling uitgerekend dat we minstens 15 kilometer hebben afgelegd in die periode, en dat op onze eigen oprit...

Slechts een klein deel van de tuin is gevrijwaard van rotzooi. De betonnen plaat die vroeger dienst deed als oprijlaan voor de tractor, hebben we ingericht als terras. Het zit er heerlijk, want je hebt er een fijn uitzicht op de landerijen en bossen. Dat je op die plek ook omringd bent door stapels dakplaten, dekkleden en cementmolens, valt mij al lang niet meer op. En dat de brandnetels en het gras een halve meter hoog staan, zie ik ook niet.

Fijn is dat, hoe je geest blijkbaar alleen de mooie dingen wil zien.