zondag, september 17, 2006

Voldoening


Het leukste van een eigen huis bouwen, is dat het zoveel voldoening geeft. Nadeel is dat het alleen wel lang duurt voordat je die voldoening kunt voelen.

Neem ons balkon op de eerste etage. Toen ik het inpandige balkon op de bouwtekening zag staan, vond ik het een fantastisch idee. Je kunt er heerlijk op zonnen, zonder dat iemand je ziet, het uitzicht vanaf het balkon is subliem en het sluit aan op de slaapkamer. Dat wordt dus leuk wakker worden straks. Allemaal geweldig kortom.

Totdat je dat balkon zelf moet gaan bouwen. Al weken zijn wij en andere mensen ermee bezig. Eerst moest er een hap uit het dak worden gezaagd, daarna moest de vloerop op afschot worden gelegd, zodat het regenwater weg kan lopen. Er moesten gaten in de vloer komen voor de regenpijpen, een dakgoot en bitumen (dat zwarte spul op de vloer), en toen moesten de wanden nog worden geisoleerd, voorzien van dampdoorlatende folie en betimmerd met houten platen. En vooral dat laatste is een nauwkeurig werkje, vanwege alle hoekjes. Wilfred en zijn vader deden er 1,5 dag over voordat ze het af hadden. Maar daarmee zijn ze er nog niet, want er moet ook nog een geisoleerd plafond in. Daarmee gaan ze maandag aan de slag.

Na al die arbeid is het resultaat wel prachtig. Zeker nu ik weet hoeveel tijd er nodig is voordat je zoiets prachtigs hebt.

Wel is me dankzij dit balkon opnieuw duidelijk geworden wat voor megaklus het is om je eigen huis te bouwen. Turend over de weilanden vanaf dat mooie balkon begon het tot me door te dringen dat het nog maanden en misschien nog wel jaren gaat duren voordat we ook de binnenkant van het huis af hebben. Want elke kamer moet nog worden voorzien van plafonds, isolatiemateriaal, gipsen muren, elektriciteit, lampen, stucwerk en verf.

Nou ja. We gaan maar gewoon stug door.

zondag, september 10, 2006

Paard in de tuin

Achter ons huis ligt een weiland, waarin de twee paarden van de buren grazen. Gisteren was een van de dieren stiekem over het hek geklommen, waardoor er plotseling een paard in de tuin stond. Ik schrok me wild. Op zich was het wel handig, want het paard stortte zich als een gek op het gras en het onkruid. Dat staat minstens een halve meter hoog bij ons. Jammer dat de buurman het hek vandaag heeft gerepareerd. Nu moeten we zelf grasmaaien.

Voordeur


Bij gebrek aan een open haard stookten we zaterdagavond met vrienden Michiel en Barbara een vuurtje in de tuin. Lekker warm én handig. Want zo komen we snel en goedkoop van onze enorme stapel afvalhout af. Bij de stort in Balk moet je daarvoor erg veel betalen. Voor een flinke kar ben je makkelijk 70 euro kwijt. Vandaar dat we het liever opstoken. Michiel had dat verhaal blijkbaar gehoord, want na flink wat biertjes stond hij ineens met een houten voordeur bij het vuur. Die had hij vanaf de oprit naar de achtertuin gesleept. De deur stond inderdaad op de nominatie om weggegooid te worden, maar om hem nou in z'n geheel op te fikken... Toch is dat wat we hebben gedaan. De deur brandde goed. Op het slot en de klink na, is er helemaal niets meer van over.

Stoer



Trots. Zo voelde ik me toen vrienden Michiel en Barbara uit Den Haag dit weekeinde langs kwamen. Michiel was hier in januari voor het eerst geweest. De boerderij zag er toen uit zoals op de linker foto. We waren op dat moment al twee maanden eigenaar van het pand. Maar omdat we eerst de naastgelegen stookhut moesten ombouwen tot iets bewoonbaars, hadden we nog geen spijker in de boerderij geslagen.

Ik herinner me nog precies de uitdrukkingen op Michiel's gezicht toen hij en collega Adnan in hun nette stadskleding uit de bmw cabrio stapten en de bouwplaats opliepen. Totale verbazing zag ik, afschuw, ontzetting en ongeloof.

Daarna begonnen ze keihard te lachen. Van pure wanhoop. Want ze geloofden absoluut niet dat we er ooit iets van zouden maken. Te veel werk. Te waanzinnig. Te groot, te veel omvattend. Te vreselijk.

Toen Michiel afgelopen zaterdag de boerderij zag, keek hij net zo verbaasd als een half jaar geleden. Want er stonden nu gemetselde muren, ramen, een dak, pannen en een ulebord. Er waren verdiepingsvloeren en zelfs al kozijnen en profielen voor de gisplaten.

Toen Michiel vertelde dat hij in januari sterk zijn twijfels had over een succesvolle afloop, voelde ik me trots. Zeker nu ik de foto's uit die tijd weer terug zie. Michiel had gelijk. De boerderij was inderdaad een bouwval, en niet zo'n kleintje ook. Echt, wat een krot.

Des te stoerder vind ik het dat er een half jaar later iets staat dat op een huis lijkt. In elk geval aan de buitenkant. Dat we nog minstens een jaar bezig zijn om de rest af te maken, daar hebben we het niet over.

Muts

Soms zijn er van die dagen waarop je je nogal misplaatst voelt op de bouw. Een soort vrouw náást de bouw. Mijn schoonvader en vriend waren druk met het stellen van de deurkozijnen in alle kamers. Een mooi werkje, voor twee man. Of vrouw. Maar in dit geval dus twee man. Ze moesten boren, meten, aftekenen, zagen en timmeren. Ze deden het snel en goed en hadden mij er absoluut niet bij nodig.

Ik deed daarom boodschappen, maakte het huis schoon, schonk koffie in en smeerde broodjes. Helemaal niks mis mee, maar toch voelde ik me een beetje een muts. Zo’n stereotype vrouw die haar klussende mannen voorziet van eten en drinken. Die om de twee uur met een dienblad vol lekkers de tuin in loopt en heel hard ‘koffie’ roept. Ik weet, iemand moet het doen en bovendien kan ik niet eens goed timmeren. Dus waar zeur ik eigenlijk over? Maar voor een enigszins feministisch aangelegde vrouw is het gewoon wennen.

Vandaar dat ik aan het einde van de middag toch nog ben gaan klussen: een tafeltje en houten platen heb ik in de grondverf gezet. Hooguit twee uurtjes werk was het, dat nauwelijks iets voorstelde. Maar het voelde goed. Rondlopen in mijn oude kloffie, meezingen met de liedjes op de radio, ladders op en af sjouwen en na afloop de verfspatten met terpentine van m'n armen en benen schrobben. Soms is klussen gewoon leuk.

vrijdag, september 08, 2006

Open haard


Dit wordt 'm. De open haard die straks in de boerderij moet gaan branden. Het is een mooi geval, vind ik. Niet te groot, niet te rond, niet te stijf, niet te kitsch. Alleen te duur.

Afgelopen zaterdag waren we een dag vrij. Mijn schoonvader, die normaal elke zaterdag komt helpen, kon deze keer niet. Voor ons was dat een mooi excuus om eens iets anders te gaan doen zaterdag. Ten eerste uitslapen. Normaal staan we zaterdags om half zeven of half acht op, zodat we vroeg aan de slag kunnen. Maar dit keer dus even niet.

Deze dag hadden we andere plannen. We zouden op jacht gaan naar een open haard. Een beetje sfeervolle boerderij kan niet zonder, vind ik. Na wat telefoontjes naar open haardencentra en een uurtje surfen op het net, besloten we naar Lelystad te gaan. Of all places, ja. Maar je wilt een open haard of niet.

De winkel die we zochten stond ergens midden in een woonwijk. In een vreselijk ongezellige buurt. Binnen was het knusser, want het rook er heerlijk naar brandend hout. In elke hoek knisperde wel een vuurtje. We keken wat rond, lachten om de meest wanstaltige exemplaren. We kregen voorlichting en thee van een aardige medewerker en toen was de keuze eigenlijk snel gemaakt.

Het zou een tunnelhaard worden van het merk Stuv. Een Belgische open haard. Met veel vernuft. En dat voor Belgen. De man stookte de haard nog eens goed op, zodat het er allemaal nog knusser uitzag. Ik heb nog nooit zo verliefd naar een open haard staan staren.

Maar toen kwamen we bij het zakelijke deel. De offerte. Eerder al hadden we uitgerekend wat zo'n haard ongeveer moest gaan kosten. Een paar duizend euro. Maar in Lelystad werd al snel duidelijk dat we niet goed konden rekenen. Je koopt namelijk niet alleen een haard, maar ook veel bijproducten. Zoals loden slabben, rookkanalen, muurbevestigingsbeugels, bochten en trekkappen. De meest vreemde dingen schreef de man op zijn lijstje.

Na een dik kwartier rekenen was hij eruit. Trots en zonder enige gène presenteerde hij ons de rekening. Die viel twee keer zo duur uit als wij hadden berekend en dat terwijl we al een ruime marge hadden genomen.

Volledig teleurgesteld reden we terug naar huis. Maar je bent verliefd of niet. En dus zal de haard er komen. Al moeten we er 100 offertes voor aanvragen, genant veel voor afdingen, jaren voor sparen of hem desnoods zelf in elkaar zetten. En tot die tijd houden we het gewoon bij een kampvuurtje.

Btw innen

Het was half acht ´s ochtends toen ik ineens het geluid van een busje hoorde. Het was een bekend geluid. Een geluid dat ik in mei, juni en juli elke dag hoorde. Die maanden waren Bert en zijn collega - die ik voor de vorm maar even Ernie noem - bijna fulltime bij ons bezig om het dak en de muren te maken.

Bert en Ernie werken voor de aannemer aan wie we die klus hadden uitbesteed. Ze vormen een bijzonder duo, al is het maar omdat de een heel veel praat en de ander bijna niet. Bert is ook heel lang en wat ouder, de ander relatief klein en jong.

Na ze bijna twee maanden niet te hebben gezien - het was bouwvakantie - liepen ze vanmorgen ineens weer rond het huis. Het was mooi geworden, zei Ernie. Ze waren hier om nog wat kleine klusjes op te knappen in het kader van de oplevering. Btw innen, noemde Ernie het.

Dat werkt zo. Voordat wij de laatste rekening betalen van de aannemer, moet hij eerst nog alle dingen repareren die hij nog niet goed heeft gedaan. Dat hebben wij dan weer op een lijst geschreven. Daarvoor zijn we op een avond het hele huis doorgelopen, om te controleren wat wel en niet in orde is. En dat stuit je op allemaal kleine dingen. Zoals een ontbrekende dakpan, een muurtje waar nog wat stenen missen, een stukje hout dat nog ergens onder moet.

Aan de hand van die lijst zijn Bert en Ernie vandaag dus aan de slag gegaan. Ze begonnen met het aanbrengen van een soort anti-damplijst onder de dakpannen. Ik weet helemaal niet zeker of dat zo heet. Maar het heeft wel iets te maken met het tegenhouden van water. Dat zag er leuk uit: twee van die mannen naast elkaar op een ladder, in de vroege ochtend.

Dakgoot

Weer een mijlpaal bereikt. Sinds vandaag zit de hele dakgoot in de grondverf. De zij-, voor- en achterkant én de dakgoot op de eerste etage. Allemaal wit. Het staat prachtig. Lekker strak.

Het was nog een behoorlijk werkje. Eerst moest je alle schroef- en spijkergaatjes vullen met kneedbaar hout. Daarna moet je dat kneedbare hout schuren, en de gaatjes die nog niet helemaal dicht zijn een beetje bijvullen. Daarna weer schuren. Vervolgens moet je het hout nog slak- en spinvrij maken.

Leuke klus, als je zoals ik bang bent voor spinnen. Hoewel ik moet toegeven dat hoe vaker je aan de dingen waarvoor je bang bent wordt blootgesteld, hoe minder bang je ervan wordt. Zo werkt het in elk geval bij mij.

Sinds ik hier op het platteland woon, heb ik nog nooit zoveel spinnen gezien. Ze zitten overal: bij de ramen in bad-, woon, - en slaapkamer, achter de bank en ook buiten stikt het ervan. Ze maken overal webben. Aan het stuur van mijn fiets, aan de buitenspiegels van de auto, aan stenen, aan kruiwagens en dus ook aan de dakgoot.

Inmiddels ben ik er zo aan gewend, dat ik de minst enge soorten al met de blote hand durf op te pakken. Voor de griezeliger varianten gebruik ik vaak een wc-papiertje en als het om echt angstaanjagende exemplaren gaat, roep ik de hulp van mijn vent in.

Maar vandaag heb ik me heldhaftig gedragen, al zeg ik het zelf. Bijna alle spinnen die zich in of nabij de dakgoot schuilhielden heb ik eigenhandig verwijderd, met behulp van een vegertje. Zelfs kippenvel verwekkende kruisspinnen. Met zo’n ranzig dik achterlijf. Bijna alle spinnen,
want enkele slome of te kleine gevalletjes zijn een kleverige dood gestorven. In de grondverf.

donderdag, augustus 31, 2006

Klompen


Dit zijn de klompen van Sikke, de broer van Joop. Sikke is opperman in de bouw. Voor zover ik weet doet hij veel voorbereidend werk voor metselaars. Hij brengt bijvoorbeeld bakstenen naar de plek waar ze in de muur gemetseld moeten worden. Behoorlijk zwaar werk is het. Hij kan ook goed timmeren.

Sikke komt ons, net als Joop, vaak helpen. Meestal komen ze samen. Ze vormen een heel goed duo. Ze zeggen niet erg veel tegen elkaar onder het werken, maar geven kleine, korte instructies. In het Fries. En dan nog weer een aparte variant van het Fries die ik nauwelijks kan verstaan.

Sikke draagt altijd klompen op de bouw. Hele bijzondere, want er staan allemaal bloemen op en de neuzen schijnen van staal te zijn. Hij loopt er op alsof het gympies zijn.

De klompen van Sikke zijn beroemd en berucht. Dat laatste vooral bij onze buren. Zij slapen graag uit op zaterdag, in hun bed dat op de begane grond staat. Maar als Sikke zaterdags komt helpen, komt er van dat uitslapen weinig, want Sikke's klompen zijn om kwart voor zeven 's ochtends al van een kilometer afstand te horen.

Niet dat het veel uitmaakt, want een half uur later gaat meestal toch de slijptol aan. Stevige slaper die daar doorheen tukt.

Schotse hooglanders



Dit is Joop. Joop is een staalconstructeur. Hij kan alles maken van staal, en alles van staal maken. Hij werkt met staal alsof het papier is. Hij slijpt het, last het, verbuigt het, maakt er gaten in. Omdat wij een stalen casco hebben, komt hij ons vaak helpen. Om extra stalen liggers of palen aan te brengen in de boerderij, of om ergens stalen hoekijzers aan vast te maken. Hij werkt altijd heel hard, praat niet zoveel, maar als hij wat zegt, zijn het meestal grappige dingen. Ook heeft hij leuke one-liners. Die ik altijd weer vergeet.

Joop heeft rood haar, een rode baard, en sproeten op een lichte huid. Hij is geboren in Friesland, woont in Friesland, spreekt Fries en droomt waarschijnlijk in het Fries, maar als je hem voor het eerst ziet, denk je direct aan kilts, doedelzakken en Schotse hooglanders. Als je dat tegen hem zegt, moet 'ie hard lachen.

Om zijn hals hangt een gouden ketting met een bedeltje in de vorm van een motor. Hij is helemaal gek van motorrijden. En van Ferrari's. Mini-ferrari's, om precies te zijn. Die spaart hij. Twee vitrinekasten vol heeft hij al.

Dan zijn er nog zijn tatoeages. Die zag ik voor het eerst toen de zon een beetje begon te schijnen en hij de mouwen van zijn blouse opstroopte. Op beide armen heeft hij er één. Het zijn afbeeldingen van vrouwen.

Joop heeft een dochter. Die kwam laatst meehelpen. Niet uit vrije wil, maar als tegenprestatie omdat Joop iets ging verbouwen in haar slaapkamer. Het was heel heet buiten, maar zij hield de hele dag haar jas aan. Net als haar vader zei ze niet zo veel. Maar ze werkte wel hard. En ze hield ook van ijskoude limonade. Net als haar vader.

Astrid's Zachte Geiten Kaas




Wonen op het platteland in de zomer is een groot feest. Okay, af en toe kan het er enorm naar koeienstront ruiken, voor een bagelshop moet je lang zoeken en ook de Dance Parade komt hier niet langs, maar dat zijn dan ook wel de enige nadelen.

Vooral leuk zijn de minimarktkraampjes langs de weg. Een maand of twee geleden waren ze er ineens. 'Courgettes, onbespoten, 75 cent' stond er op een stukje karton. Met de hand geschreven natuurlijk. Dat karton stond weer op een tafeltje. Daar lagen de courgettes op. Een stuk of acht. Hele dikke, groene. Ook stond er nog een klein pastic tupperware doosje bij. Voor het geld.

Een paar kilometer verderop bood een inwoner kalebassen aan en zelf geplukte bosbessen. Of misschien een andere variant, maar het waren in elk geval bessen. Bij een ander huis kon ik hele zakken aardappelen kopen en bij de woning er vlak om de hoek zelfs allerlei soorten groenten.

Vaak twijfelde ik of ik iets zou kopen, maar ik had op die momenten nooit kalebassen of courgettes of aardappelen nodig. Totdat ik tussen Sondel en Nijmirdum een bord 'Te koop: zachte geitenkaas 2 euro' zag staan. Samen met een klein koelboksje stond het op de oprit van een boerderij, op een grote houten aanhangwagen waar je ook pakjes stro op kunt vervoeren.

Ik reed 80 kiometer per uur en dus veel te hard om ineens te remmen. En ik had ook nog een beetje haast. Dus ging ik verder. Maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Zeker omdat het om geitenkaas ging, en dan ook nog zachte. Die maar twee euro kostte.

De eerstvolgende keer dat ik er weer langs kwam, was ik goed voorbereid. Ik zat bij mijn moeder in de auto. Ik had twee euro bij me en vertelde precies wanneer mijn moeder moest afremmen. Ze parkeerde de auto in de berm, ik rende snel naar buiten, stak de straat over, opende het wit-rode koelboksje en haalde er een rond, dik kaasje uit.

Er zat een wit etiket op. 'Astrid's Zachte Geiten Kaas' en 'bieslook, dille, zout' stond erop geschreven, in sierlijke letters. En een tekening van een geit. Het zag er schattig uit, met veel zorg gemaakt. Ik deed het geld in een groen bakje. 'Kassa' had iemand erop geschreven.

Enigszins opgewonden rende ik terug naar de auto. Mijn moeder en ik giechelden ervan. Alsof we iets stouts hadden gedaan. Mijn moeder wilde meteen proeven. Ik eigenlijk ook wel, ook al vond ik het wat ongepast om dat te doen. Maar we waren te nieuwsgierig. Ik brokkelde er wat stukjes af. Een voor mij, een voor mijn moeder. Heerlijk vonden we het. We namen nog een stuk, legden de kaas toen gauw weer terug in de tas.

Mijn moeder heeft het kaasje meegenomen naar huis. Zo snel ik kon heb ik ook een voor mezelf gekocht. Het was dezelfde avond al op.

Dat was twee maanden geleden. Sindsdien heb ik nooit weer een kaasje gekocht. Ik wilde wel, maar telkens was het koelboksje leeg, of stond het er überhaupt niet. Ook was de geitenkaas een paar keer uitverkocht, volgens het bord. De kaasjes waren blijkbaar erg populair. Want Astrid liet via haar bord ook eens weten dat de geitenkaas er 'na drie uur 's middags' weer was.

Vandaag had ik geluk. Nu de toeristen een beetje weg blijven door het slechte weer, is er weer een overschot aan geitenkaas. En dat ga ik straks vieren, met toastjes en wijn. Op Astrid en haar geit!

woensdag, augustus 30, 2006

Kinderarbeid


Afgelopen weekeinde hielpen Floris (4) en Emma (2) uit Den Bosch mee op de bouw. Ze vonden het prachtig, en ik ook. Emma liep stoer rond met oorbeschermers en een oranje kruiwagen van plastic, Floris timmerde met zijn vader een hok voor al het afvalhout. Ook liep hij ineens met een breekijzer rond. Wat hij daarmee heeft gedaan, is me ontgaan.

Het was leuk de kids druk in de weer te zien met stukjes dakpan en hout, hamers, bezems en spijkers. Wat nou duur speelgoed nodig? Geef ze wat bouwafval en je hoort ze de hele dag niet meer. Op een enkele huilbui na natuurlijk, als de hamer toevallig op de duim terecht was gekomen, of de dakpan scherper bleek dan gedacht.

De ouders van Floris en Emma - Radboud en Marieke - hielpen ook mee. Marieke en ik hebben een groot deel van de dakgoot in de grondverf gezet, terwijl Wilfred en Radboud een paar gipsplaten en flink wat houten panelen naar de eerste etage brachten. Radboud heeft al vaker geklust hier. Hij wil dan alleen maar ruig werk doen. Niet van dat gepruts. Zo heeft hij in het voorjaar samen met Jan Bert, een andere vriend, een stuk beton uit de grond gedrild. Inderdaad, ruig werk.

Natuurlijk vierden we al dat harde werken 's middags met een lekkere borrel en een kampvuur, later op de avond. Een kampvuur in eigen tuin. Geweldig vind ik dat, optimaal geluk. Beetje staren in de vlammen, glaasje wijn erbij, mooie sterrenhemel, dikke trui aan, af en toe met een stok wat in het vuur prikken, goeie gesprekken. Al die cliché's die horen bij een kampvuur.

Die diepzinnige gesprekken hebben we niet gehad, daarvoor hadden we te veel wijn op. Maar het was wel heerlijk. En mijn kleren stinken nu nog.

Geen wind, geen water

Bijna is het zover. Bijna is het huis wind- en waterdicht, zoals dat zo mooi heet in de bouw. Dat is erg fijn nu het zo hard en veel regent. Het erge is dat ik het niet eens in de gaten had toen ik vanmiddag thuis kwam. Ik had de auto op de oprit geparkeerd en was ons tijdelijke huisje ingelopen, zonder ook maar iets op te merken. Wilfred was alerter. Zoals zo vaak, wat de bouwerij betreft dan. ,,Het glas zit er in, he?", zei hij toen hij thuis kwam van zijn werk. ,,Oh ja?", was mijn ietwat domme blondje-achtige antwoord. Maar ik vergeef het mezelf.

Natuurlijk ben ik meteen gaan kijken naar het 'nieuwe' glas in de achtergevel. De glaszetters hebben dat blijkbaar vanmiddag geplaatst, toen wij niet thuis waren. Zo gaat dat vaak. Overdag ben je aan het werk en als je thuis komt, is er ineens van alles gebeurd. Echte cadeautjes zijn dat.
In de meeste kozijnen - een stuk of 8 - hebben de glaszetters afgelopen juli al glas geplaatst. Ik weet het nog goed, want ik stond er op de neus bij om foto's van ze te maken. Het was een pittige klus, want de heren zweetten en hijgden behoorlijk terwijl ze rondliepen met die loodzware platen. Het was daarom extra sneu dat de drie ruiten van de achtergevel niet bleken te passen. De mannen probeerden het een paar keer, maar het glas pastte echt niet in het kozijn. Het had de verkeerde afmetingen. En dus moesten de mannen het glas weer helemaal terugbrengen naar de voorkant van het huis, een metertje of 30 lopen.

Voor ons was het ook sneu, want we konden het huis die dag niet officieel wind- en waterdicht verklaren. Nu kunnen we dat wel, bijna dan. Want ook op de eerste etage ontbreken nog twee ruiten. Die komen in onze toekomstige slaapkamer.

Ook daar was in juli iets mis gegaan. Niet met het glas, maar met de kozijnen. Die bleken niet te passen toen we ze wilden plaatsen. Heel naar was dat. Stiekem verheugde ik me namelijk een beetje op dat moment, dat een soort mijlpaal is. En toen ik die mijlpaal niet kon vieren, was ik teleurgesteld. En boos, want iemand had een enorme fout gemaakt.

Gelukkig bleken wij niet de schuldige te zijn, maar de aannemer. Die had de verkeerde maten doorgegeven aan de glazenbouwer. Scheelde ons een boel kosten, maar het leverde wel vertraging op. Want de kozijnen moesten worden aangepast, en dus ook het glas.

De kozijnen zijn inmiddels aangepast en staan op hun plaats. Nu alleen het juiste glas nog. Als die komen, gaat er weer een fles champagne open. Voorlopig ben ik al blij met een dichte achtergevel. En wat minder regen.

woensdag, augustus 09, 2006

Mooi


Behalve koud, is het hier vooral ook mooi nu het heeft gesneeuwd.

dinsdag, augustus 08, 2006

Koud


Het heeft gesneeuwd. En dus is het koud buiten. Maar ook binnen. Want de gaskachel in ons huisje doet het niet. Zolang we druk bezig zijn is dat helemaal niet erg. Maar zodra we stil zitten tijdens de 'schaft' wordt het wat minder leuk. Om een beetje warm te blijven, zitten we in een kringetje om de bouwlamp; met 'zo'n 1000 watt vermogen een prima warmtebron.

Maar hoe knus het ook is in ons kringetje, koud blijft het en dus laten we een reparateur komen om de kachel aan te krijgen. Na wat gepruts en getrek en gedruk gaat ineens het vlammetje branden en voel ik een stoot warme lucht mijn benen verwarmen. Ik gil iets, van blijdschap, en geef de man een stevige handdruk. Een zoen is ook weer zo spontaan. De kachel gaat voorlopig niet uit.

Slopen


Slopen. Dat doen we al weken. Eerst ging de 'bijkeuken' eruit; het aangebouwde hok tussen de boerderij en het huisje. We dachten dat het daar wel bij zou blijven, maar in de woonkamer rook het zo naar schimmel, dat we besloten ook daar een wand eruit te halen. En ook meteen de andere drie wanden. Al vrij rap volgden de muren in de twee slaapkamertjes op de begane grond, en alle troep op de eerste etage. Behalve het dak en de buitenmuren valt er nu niets meer te slopen. Jammer, want het is ontzettend leuk werk. Vooral als je boos bent op iemand. Bij elke slag denk je gewoon aan die persoon, en binnen een paar slagen ben je al je agressie kwijt en ligt de muur aan diggelen. Zo werkt het tenminste bij mij. Maar het slopen zit er dus op. Nu alleen nog even de puinhoop opruimen.

Overall


Zo maak je je nog druk om de juiste coupe, schoenen, broek en riem, en zo loop je ongegeneerd in een rode overall vol verfvlekken over straat. Sinds ik aan het klussen ben, kan mode me ineens niets meer schelen. Nieuwe laarzen kopen, hip erbij lopen? Een muur slopen, zagen, boren, dat is pas belangrijk. Een avondje shoppen op de Lijnbaan in Rotterdam levert tegenwoordig niet meer op dan 1 blouse en 1 hemdje. Erg mager, vergeleken met vroeger. En dat terwijl het uitverkoop is.

Nee, sinds ik klus vind ik heel andere dingen belangrijk. Een goeie overall bijvoorbeeld. De afgelopen weken draag ik telkens de rode overall van mijn vriend. Da's wel zo warm, en wel zo handig, want dan blijven de kleren eronder schoon. Maar omdat mijn vriend er ook warm en schoon bij wil lopen, ga ik een overall voor mezelf kopen. Bij de viscoöperatie. Daar schijnen ze die dingen te hebben.

De verkoper geeft me een gids, waarin vooral mannen staan die de meest hilarische werkkleding dragen. Gekke broeken en jasjes met gekke zakken en gekke kniestukken, in gekke kleuren. Allemaal heel praktisch natuurlijk, maar het ziet er wel wat vreemd uit. Er staan zelfs kinderen in overall in.

Ik ga voor een standaard overall van het type 'Rally', in het geel. Die kleur heeft hij niet op voorraad en dus laat ik er een bestellen. Een week later sta ik weer in de winkel. Dolblij reken ik de gele overall af, en struin nog even de winkel door. Dan zie ik bruine laarzen, van leer, met stalen neuzen. Ideaal voor op de bouw, of een wandeling door een drassig weiland. Dolblij met overall én laarzen rijd ik terug naar huis. Hoezo niet modebewust? Voor een bouwvrouw zie ik er geweldig uit.

Pissebedden


Hoe meer we slopen in huis, hoe meer dieren we tegenkomen. Het lijkt wel een dierentuin. Vleermuizen, spinnen. En nu ook al pissebedden. Bij het wegbreken van de muren in de woonkamer kom ik hele kolonies tegen. Of hoe heet dat eigenlijk bij pissebedden? Het ziet er in elk geval erg ranzig uit.

Vleermuis



Tussen het rammen door hoor ik tijdens een sloopsessie in de woonkamer ineens een vreemd gepiep. Ik ga eerst nog een tijdje door met slaan, maar dan stop ik toch maar, want dit klinkt wel erg verdacht. Zeker omdat ik in de buurt van een stopcontact aan het slopen ben. Voor de zekerheid haal ik de stroom er even af. Maar het piepen gaat door. Blijkbaar is het toch iets anders. Voorzichtig trek ik met de hand de gipsplaat van de muur, en dan zie ik het: een vleermuis. De vleermuis zit tussen de gipsplaat en de bakstenen buitenmuur in. Geen idee hoe hij daar terecht is gekomen. Maar hij zit er, leeft nog, en piept dus. Heel hard, aan een stuk door. Dat dit huis smerig is, weet ik inmiddels. Maar dat er ook dieren achter de muren zitten? Dat had ik niet verwacht. Schoonvader Henk haalt het beestje weg en legt hem buiten neer, onder een struik. Even piept hij nog, dan wordt het stil.

Champagne


Vandaag gaan we voor het eerst klussen in ons nieuwe huis. Van pure opwinding ben ik al om half zeven wakker. Enthousiast smeer ik broodjes, zet thermoskannen vol thee en koffie en zoek een setje kluskleren uit. Overjarig model spijkerbroek, thermolaagjes, windstopper, bergschoenen. Ik zie eruit alsof ik op survivaltocht ga.

Om acht uur zijn we bij het huis dat sinds gisteren echt van ons is. Het is nog donker als we in de boerderij een fles champagne open maken. Vrolijk beginnen we daarna aan onze klus: het leeghalen van het naast de boerderij gelegen 'zomerhuisje'. Dit voormalige stookhok wordt de komende jaren ons tijdelijke onderkomen. Maar voordat het enigszins bewoonbaar is, moet er enorm veel gebeuren. Zoals opruimen en schoonmaken. De woning is namelijk nogal smerig.

De vorige eigenaar heeft zijn complete huisraad laten staan, van bank en tv tot kledingkast en pannenset. En die zien er allemaal nogal ranzig uit. In de koelkast staan potjes ketjap en pindakaas te stinken, pannen plakken en kleven, in de asbakken liggen oude peuken, overal lopen pissenbedden en de klerenkast ruikt muf. De muren zijn bruin en zwart uitgeslagen van de schimmel en de wc is in tijden niet meer doorgetrokken. We halen daarom eerst het hele huis leeg. Vier karren vol huisraad brengen we naar de stort.

Daarna begint het grote slopen. Een typisch mannenklusje, vind ik. Maar bij gebrek aan personeel moet ik het nu zelf wel doen. Voorzichtig sla ik met de loodzware hamer tegen een houten stellage die kapot moet. Het ding geeft geen krimp. Ik sla harder. Weer niets. Blijkbaar moet het nog harder. Ik gooi de hamer in mijn nek en haal uit met grof geweld. Het helpt, want de eerste plank breekt door midden! Beuken moet ik dus, knallen, stoten, helemaal los. En dat doe ik, net zolang tot de stellage volledig aan diggelen ligt. Zwetend kijk ik tevreden naar de ravage die ik heb gecreëerd. Wat nou mannenwerk?