
Wonen in een klein dorp op het platteland heeft veel voordelen (en heus ook nadelen, maar daarover later meer). Voordeel nummer 1: er is weinig tot niets te kiezen. Beschikt een beetje stad al gauw over minstens vijf of meer tandartsen, basisscholen, supermarkten, klusjesmannen, pedicures en autogarages (waardoor je uren kwijt bent aan het uitzoeken welke de beste, lekkerste of goedkoopste is); in een dorp ontbreken dat soort luxigheden doorgaans. Zijn ze er wel, dan hebben ze meestal een monopolie-positie en een minimale omvang.
Oudemirdum doet het voor een dorp met nauwelijks 3000 inwoners wat dit betreft uitstekend, want telt om precies te zijn 1 slager, 1 bakker, 1 dorpshuis, 1 fietsenmaker, 1 drogist annex postkantoor, 1 supermarkt(je), 1 elektricien, 1 kroeg, 1 hotel, 1 snackbar en 1 restaurant. Best veel, als ik het zo achter elkaar opsom. Oh ja, we hebben ook nog 1 basisschool.
Een ideale situatie voor mensen zoals ik, die moeilijk kunnen kiezen. Nooit hoef ik meer na te denken over waar ik boodschappen zal gaan doen, of waar we uit eten moeten gaan. Het maakt het leven een stuk eenvoudiger. Toen we laatst besloten dat het wilde stiekelhaar van Mats in model gebracht moest worden, wisten we direct wie dat moest doen: Grytsje, van de gelijknamige kapsalon. Inderdaad, de enige in het dorp.